Destrucción masiva, geopolítica del hambre

Destrucción masiva, geopolítica del hambre (2012)
Jean Ziegler

Ziegler was negen jaar speciale UN-rapporteur voor honger in de wereld. In 2008 verscheen van hem ”La Haine de l’Occident” (vertaald uitgebracht in 2010 onder de titel “De haat tegen het Westen”). “Destruction massive”  verscheen in 2012, tevens in Spaanse vertaling waarop on­derstaande samenvatting is gebaseerd.

Proloog
Begint met een herinnering aan een bezoek aan een hospitaaltje in het dorpje Saga in Niger: moeders met door honger uitgemergelde kinderen wachten in de brandende zon, bescherming zoekend in met de handen in het zand gegraven holen, of zij naar binnen mogen. Slechts moeders waarvan de kinderen de meeste kans hebben mogen naar binnen. De meesten niet. Die gaan terug naar hun dorp wetende dat hun kind dood zal gaan door de honger. Zou niet nodig zijn als de zusters Madre Teresa over voldoende voedingsvloeistof beschikten die zwaar ondervoede kinderen in 12 dagen er weer bovenop kunnen helpen.

Onze planeet zou zonder problemen 12 miljard mensen kunnen voeden. Niettemin sterft elke 5 seconde een kind onder de 10 jaar van de honger. Elk kind dat van de honger sterft is dus een kind dat is vermoord. De publieke opinie schrikt soms heel even op als er één of andere hongersnood in het nieuws komt die in één keer pakweg 12 miljoen mensen het leven kost, maar verder reageert de publieke opinie op deze massale destructie van mensenlevens met ijskoude onverschilligheid. Aldus Ziegler, negen jaar lang speciale UN-rapporteur mbt honger in de wereld.

Doordat de mensen in het Westen niet zo erg lang geleden zelf met de ellende van honger te maken hadden (tijdens de oorlog en in Duitse concentratiekampen) is er veel bekend over de geopolitiek van de honger (Josué Apolônio de Castro, Tiber Mende, René Dumont, Abbé Pierre) en het gruwelijke lijden bij hongerdood en zijn er na de oorlog WO II internationale instellingen in het leven geroepen om de honger uit de wereld te bannen. In 2009 werd herdacht dat er inmiddels 9.923 internationale conferen­ties hadden plaatsgevonden over honger en fundamentele mensenrechten. Conferenties waarin telkens het universele mensenrecht op voeding werd beleden, maar verder niets opleverden.

Recentelijk wordt de honger in de wereld nog eens extra aangejaagd doordat arme landen worden beroofd van hun vruchtbare grond door transcontinentale ondernemingen die geld verdienen met de productie van biobrandstof en beursspeculatie met elementaire voedingsmiddelen, geobsedeerd als zij zijn door winst en hebzucht.

Shakespeare deed koning Lear opmerken dat het in de wereld zo slecht toeging dat zelfs een blinde dat kon zien. Volgens Ziegler is het nog veel erger: de wereld wordt zó ‘gemediatiseerd’ door kapita­lis­tische drogbeelden, dat het ook ziende mensen ontgaat dat de honger in de wereld mensenwerk is, is wat mensen die daar van profiteren mensen aandoen die daardoor dood gaan. De hoop van Ziegler is gevestigd op de strijd van transnationale syndicaten van boeren tegen kapitalistische aas­gieren van het ‘groene goud’ en tegen commerciële instellingen die grove winsten maken door te speculeren met elementaire voeding. Hun strijd zouden wij moeten steunen.

Deel 1. De slachting

1. Geografie van de honger
“Brood voor de noodlijdenden betekent leven voor de armen, hij die na laat dat te geven is een bloed­dorstig mens. Hij die aan zijn naaste onthoudt wat nodig is voor levensonderhoud is een moordenaar. Het aan de dagloner zijn dagloon onthouden is bloed vergieten” (Eclesiastico, 34, 21 – 22)

Volgens de Food and Agriculture Organisatie van de VN (FAO), waren in 2009 ruim één miljard van de 6,7 miljard mensen op aarde ernstig en permanent ondervoed. De Wereld Gezond­heids Organisatie (WHO) beschouwt 2.200 calorieën voor een volwassene als dagelijks minimum. Voor zuigelingen zou dat 700 zijn en voor kinderen van 5 jaar zou dat 1.600 zijn.

Doodgaan door honger is een langzaam en ondraaglijk lijden. Het sloopt het lichaam, doet stekende pijn en bezorgt ook psychisch lijden: angst, wanhoop, paniek en eenzaamheid. Het brengt uiteraard ook verlies van zelfstandigheid en invaliditeit met zich mee.

Honger in de eerste 5 levensjaren betekent onherstelbare hersenschade, want de ontwikkeling van de hersenen moet in de eerste 5 jaar voltooid worden. Komt het kind voeding te kort, dan valt dat dus voor wat betreft de hersenen niet in te halen ná die eerste 5 jaar.

Blijvende schade lopen kinderen ook op als ze onvoldoende voeding krijgen tijdens de zwangerschap doordat de moeder ondervoed is. In landen van het zuidelijke halfrond sterft overigens een half mil­joen moeders tijdens de bevalling, de meesten door ondervoeding tijdens de zwangerschap.

Honger tast uiteraard het weerstandsvermogen aan, waardoor mensen veel eerder ziek worden en door ziekte sterven. Het grote aantal sterfgevallen door AIDS wordt mede door honger veroorzaakt.

De FAO berekent het aantal ondervoede mensen voor elk land door het saldo van import en export van voeding (omgerekend naar aantal calorieën) vast te stellen en dat te vergelijken met omvang en samenstelling van de bevolking, waarbij dan ook rekening wordt gehouden met factoren als klimaat.

Volgens Bernard Maire en Francis Delpeuch is de rekenwijze van de FAO te grof omdat geen onder­scheid wordt gemaakt naar voedingsbestanddelen (eiwitten, koolhydraten, vetten) en geen rekening wordt gehouden met vitaminen, ijzer, jodium e.d. die ook in de voeding moeten  zitten. Met andere woorden: in het cijfer van één miljard ondervoede mensen is nog niet meegerekend het aantal men­sen met een eenzijdige voeding waar van alles aan ontbreekt.

Het streven van de VN was ooit een halvering van het aantal ondervoede mensen (berekend voor het jaar 1990) in 2015 en rekening houdend met de groei van de wereldbevolking. In 1990 zou het aantal (alleen in ontwikkelingslanden!) 827 miljoen zijn geweest, in 2010 zou dat aantal echter toegenomen zijn naar 906 miljoen. In plaats van een halvering dus een toename.

De VN onderscheidt structurele en conjuncturele honger. De eerste komt voort uit onvoldoende pro­ductiemogelijkheden (boeren met te weinig grond, onvoldoende werktuigen, onvoldoende of slecht zaaigoed, ontbreken van meststoffen en bestrijdingsmiddelen, ontbreken van mogelijkheden tot bevloeIIng. In verreweg de meeste gevallen beschikt men alleen over een hak, een sikkel en een machete. Dus geen ploeg, trekker of lastdier). Wat wij op de televisie zien is echter alleen de con­juncturele honger door rampen en oorlogen: de beelden van mensen die in overvolle kampen zijn samengepakt en op de vlucht zijn voor oorlogsgeweld.

Wat betreft de structurele honger, die treft men aan bij de rural poors (buiten de steden) en in  sloppenwijken (urban poors). Van de 6,7 miljard mensen leeft de helft buiten de steden en pro­beert zich te voeden door landbouw, veeteelt en visserij. De mensen in extreme armoede (volgens de Wereldbank moeten zien rond te komen van hooguit 1,25 dollar per dag) zijn voor 75% rural poors.

De armoede van de rural poors komt door het ontbreken van (voldoende) eigen grond waardoor ze afhankelijk zijn van grondbezitters, waar ze het grootste deel van hun oogst aan moeten afstaan. De Wereldbank heeft een programma voor ”Market-Assisted Land Reform”, wat er op neerkomt dat de Wereldbank grond koopt van grondbezitters en kleine stukjes verkoopt aan boeren die in extreme armoede leven en daar dan bij de Wereldbank geld voor kunnen lenen. Volgens Ziegler een evident hypocriet en bovendien onzedelijk plan.

Rural poors hoeven niet op de steun van de Wereldbank te rekenen, ze zullen zich zelf moeten be-vrijden van de uitbuiting door (groot)grondbezitters. Via Campesina is momenteel de meest belang­rijke mondiale revolutionaire beweging van landloze boeren (200 miljoen).

Structureel is volgens de FAO dat 25% van de oogst standaard verwoest wordt door weersomstan­digheden en knaagdieren. Structureel is ook het ontbreken van mogelijkheden van transport, waar­door ergens ernstige hongersnood kan optreden terwijl er 700 km verderop genoeg graan ligt opge­slagen. Structureel is ook dat lokale banken ontbreken waar een boer even wat geld kan lenen. Door­dat hij niet kan lenen kan hij gedwongen zijn zijn oogst te verkopen juist als de wereldhandelsprijs het laagst is. En structureel is het geweld: grootgrondbezitters houden er legertjes op na die (niet zelden met steun van de politie) ook het kleinste verzet tegen de uitbuiting met geweld de kop in­drukken. In 2005 werden er in Guatamala 4.793 rural poors vermoord. In Guatamala is 57% van de voor landbouw geschikte grond in handen van 1,86% van de bevolking (2011).

Wat de urban poors betreft, om eten te kunnen kopen van 1,25 dollar per dag is er vrijwel geen geld over voor huisvesting: 85% van het budget wordt uitgegeven voor eten. Ter vergelijk: in steden als Parijs en Frankfurt is dat 10 á 15%. De geringste prijsstijging heeft meteen catastrofale gevolgen. Dat geldt ook voor de rural poors, voor wie de oogst vaak niet toereikend is.

Volgens Yolanda Areas Blas van Via Campesina kost een familie basis pakket voeding voor 6 personen volgens de rege­ring van Nicaragua per maand 500 dollar. Het wettelijk minimumloon in Nicaragua is echter niet meer dan 80 dollar.

De geografische verdeling in 2010 van de honger in de wereld is zeer ongelijk. Het meeste aan­tal ondervoede mensen leeft in Azië en de Pacifiek (578 van de 4.030 miljoen →14,3%). Dan volgt Afrika (239 van de 965 miljoen → 24,7 %), La­tijns Amerika en de Cariben (53 van de 572 miljoen → 9,2%), Europa en Noord Amerika (19 van de 1070 miljoen → 1,7%).

Het aantal ondervoede mensen nam vanaf 1969 geleidelijk af, maar vanaf 1995 neemt het weer toe en in 2009 was het veel meer dan in 1969. Prijsstijgingen en de crisis hebben catastrofale gevolgen.
In 2008 en daarna nog eens in 2011 vlogen de prijzen voor rijst, graan en mais omhoog. In 2011 ver­dubbelde de prijs van graan.

De landen van de Magreb tot en met de Golf zijn voor de voedselvoorziening in hoge mate op import aangewezen. Het is niet toevallig dat het volk in 2010 juist in landen als Tunis en Egypte tegen de re­gering opstond.

Belangrijk is te vermelden dat in Azië en Afrika juist vrouwen en kinderen extra lijden door ondervoe­ding. Zij zijn namelijk aangewezen op wat overblijft als de mannen gegeten hebben.

“Het voortduren van de verwoestende honger in een wereld die barst van de rijkdom en de capaciteit om zelfs het onmogelijke te bereiken is een schande, een massale slachting van armsten”.

2. De onzichtbare honger
Van ondervoeding is niet alleen sprake bij een tekort aan calorieën, maar ook bij een tekort aan essen­tiële voedingsstoffen. De gezondheidsschade die daar het gevolg van is is vaak niet meteen te herkennen als ondervoeding. Het tekort aan vitamines en bepaalde mineralen kan zich immers wre­ken zon­der gewichtsverlies.

Tekort aan vitamines, ijzer, jodium, zink e.d. uit zich door een verhoogde vatbaarheid voor ziektes, blindheid, bloedarmoede, rachitis, beriberi, struma, mentale stoornissen. Om het verschil te bena­drukken met ondervoeding door tekort aan calorieën, spreekt men ook wel van stille honger.

De gevallen van stille honger zijn aanzienlijk en dient men op te tellen bij het eerder genoemde aantal van ruim één miljard die niet genoeg calorieën binnen krijgen. Volgens onderzoek van Unicef (Vitamine and Mineral Deficiency. A global Assessment) kan éénderde van de wereldbevolking zijn fysiek en intellectueel potentieel niet ontwikkelen door gebrek aan vitaminen en mineralen. In het bijzonder brengt het tekort schade toe aan kinderen tot 5 jaar.

Eén van de meest voorkomende kwalen is bloedarmoede, dat ontstaat door een gebrek aan ijzer. Vooral bij kinderen en zwangere vrouwen zijn de gevolgen vaak dodelijk. Voor zuigelingen is ijzer essentieel: de meeste neuronen in de hersenen worden gevormd tijdens de eerste levensjaren. Een gebrek in de eerste vijf levensjaren is onherstelbaar. Bloedarmoede ontregelt ook het immuunsys­teem. 30% van alle baby’s wordt geboren in de 50 armste landen van de wereld.

Gebrek aan vitamine A veroorzaakt blindheid. 40 Miljoen kinderen hebben daar een tekort van, elk jaar leidt dat tot 13 miljoen blinde kinderen. Beriberi treedt op als gevolg van een gebrek aan vitamine B. Scheurbuik en rachitis treden op als gevolg van een gebrek aan vitamine C. Foliumzuur is essentieel voor zwangere vrouwen. Volgens de WHO leidt het gebrek aan foliumzuur elk jaar tot schade aan 200 miljoen baby’s. Circa een miljard mensen heeft een gebrek aan jodium. Gebrek aan zink heeft schade tot gevolg voor de motoriek en de hersenen en is een oorzaak van diarree. Daar­van is elk jaar in 400.000 gevallen sprake. In de meeste gevallen is het gebrek aan vitamines en mi­neralen cumulatief: heeft men van het één tekort dan is dat ook zo bij andere micronutriënten.

De helft van alle aandoeningen bij kinderen onder de vijf jaar is het gevolg van gebrek aan essen­tiële voedingsstoffen. De grote meerderheid daarvan leeft in Azië en Afrika ten zuiden van de Sahara en heeft geen toegang tot mogelijkheden tot behandeling. Volgens Accion Contra el Hambre is bestrij­ding van het tekort aan essentiële voedingsstoffen eigenlijk vrij eenvoudig en zou het prioriteit moeten heb­ben. Bij de meeste staten ontbreekt echter de wil. Sinds 2008 is de situatie verder verslechterd.

Net als bij de honger door een tekort aan calorieën, heeft de stille honger als nasleep van ziektes psychisch lijden en angst voor de dag van morgen tot gevolg. Stel je ook het lijden van de moeder voor waarvan het kind onophoudelijk huilt door honger en gebrek. En van de vader die niet in staat is zijn gezin te onderhouden. Bekend is dat tienduizenden boeren in India zich uit wanhoop van kant maken.

Racisme: koloniale erfenis of politieke keuze

“Met de paplepel ingegoten” vooroordelen zijn geen excuus. Vooroordelen zijn eenvoudig te herzien. Dat is een keuze.

400 jaar kolonialisme laat sporen na in hoe je naar jezelf en de ander kijkt” aldus emeritus hoogleraar antropologie Gloria Wekker in Vrij Nederland van 8 juni 2016. “Als individu krijg je nog steeds de houding mee die ons is overgeleverd uit de koloniale tijd”. “De boodschap komt uit alle hoeken en gaten, via de televisie, in wat we lezen, direct en indirect, en die luidt: ik ben wit, dus ben ik supe­rieur”. Op de vraag “hoe komen we van het racisme af” is het ant­woord: “de inhoud van het onderwijs moet gedekoloniseerd worden”. In de visie van Wekker zit het hoofd van witte Nederlanders vol met collectieve ideeën, herinneringen en kennis, het zogeheten Nederlands “cultureel archief”, op zijn beurt verankerd in beleid en regelgeving. Je zou zeggen: wat kunnen die witte Nederlanders er aan doen dat ze, zonder dat zelf in de gaten te hebben, er zulke racistische meningen op na houden. Je zou echter ook de vraag kunnen stellen: “wat valt er als witte Nederlander aan te doen en valt het je niet kwalijk te nemen als je er niets aan doet?” In deze column wordt het standpunt verdedigd dat racisme wel degelijk iets is waar je wat aan kan doen, een politieke keuze.

Racistisch Nederland
“Een voetbalcoach die denigrerende opmerkingen had gemaakt over zwarte footballplayers werd daar binnen twee dagen ontslagen. In Nederland zijn racistische opmerkingen aan de orde van de dag en niemand ligt er wakker van”, aldus Gloria Wekker in NRC 11 november 2016 over het verschil tussen de VS en Nederland.

Het beeld dat de meeste Nederlanders van zichzelf hebben is (nog steeds) dat zij een tolerant volk vormen dat geen last heeft van racisme, waar plaats is voor elke vorm van geloof, waar niet wordt gediscrimineerd tussen sekse en waar iedereen in vrijheid voor zijn mening kan uitkomen zonder weggehoond te worden of te worden bedreigd. Dat Neder­landers het zo met zichzelf getroffen hebben, dat komt, als je Nederlanders moet geloven, doordat de Neder­land­se cultuur wortelt in het joods-christelijk geloof en in het humanisme. Reden waarom de vrees bestaat dat die cultuur verwatert door de komst van mensen met een andere achtergrond, in het bijzonder met een islamitische achtergrond. Voor de mensen die die vrees hebben staat het kennelijk vast dat het islamitisch geloof niet tolerant is en het joods-christelijk geloof en het humanisme wel.

Iedereen die de kranten, tv en radio en sociale media in Nederland een beetje volgt weet dat het beeld dat Nederlanders van zichzelf koesteren niet strookt met de realiteit. Je hoeft maar iets over zwarte piet te zeggen of je wordt onthaald op veel boze reacties. Tijdens het debat “Waarom haten ze ons eigenlijk” in debatcentrum De Balie Amsterdam werd gediscussieerd over de vraag welk percentage migranten met een islamitische achtergrond nog acceptabel was. Geopperd werd 2%. De reactie van forumlid Prof. Cliteur, hoogleraar rechtsfilosofie, was dat je niet meteen naar het zwaarste middel moest grijpen. Het middel om principiële redenen verwerpen deed de professor echter niet. Voorgesteld werd om “beroepsmoslims” het land uit te zetten, evenals criminele moslims met (alleen) de Nederlandse nationaliteit. Op de geschokte reactie van de gemeenteraad Amsterdam over de strekking van het debat was het antwoord van de organisatie en van Cliteur dat je toch overal over zou moeten kunnen dis-cissiëren. Net als de kwaadaardige reac­ties op facebook op Anoek, Shepherd (VN-adviseur), Sylvana en Anne Fleur Dekker (allemaal vrouwen!) valt het moeilijk te geloven dat Neder­landers werkelijk van zichzelf geloven dat ze tolerant zijn. Veel Nederlanders zijn er overi-gens trots op niet meer mee te doen met “politieke correctheid” en onomwonden voor hun racisme en vreemdelingen haat uit te komen.

Als mensen verontwaardigd reageren op een verwijt, bijvoorbeeld het verwijt dat ze onver­draagzaam of racistisch zijn, is dat vaak een teken dat ze weten dat het verwijt terecht is. Om­dat ze weten dat het verwijt terecht is grijpen ze naar krachtige overredingsmiddelen als ver­ontwaardiging en woede om elke twijfel aan hun tolerantie de kop in te drukken en ervoor te zorgen dat niemand hen dat verwijt nog eens durft te maken. Autoritaire mensen worden ra­zend als je zegt dat ze autoritair zijn en intolerante mensen reageren met heilige verontwaar­diging als je ze intolerant noemt. Het feit dat Nederlanders elke suggestie dat zij niet tolerant zijn met verontwaardiging van de hand wijzen betekent dus noch dat zij tolerant zijn noch dat zij niet weten dat zij intolerant zijn.

Waarom intolerant?
Wat maakt nu dat de tamelijk onschuldige suggestie zwarte piet te vervangen door pieten van verschillende kleuren zoveel woede oproept? En wat maakt, om een ander voorbeeld te noe­men, dat er met veel verontwaardiging gereageerd werd op het interview met Joop Hueting in 1969 waarin hij stelde dat Nederland gemoord en gemarteld heeft tijdens de politionele acties in Indonesië? En wat maakt dat men­sen in Nederland geïrriteerd reageren als je zegt dat onze welvaart te danken is aan slavernij en kolonialisme en dat we die welvaart dus moeten delen met landen die wij in het verleden hebben leeggeroofd en nog steeds leegroven? En wat maakt dat er geen discussie mogelijk is zonder dat critici zwart worden gemaakt, worden bedreigd en het zwijgen wordt opgelegd?

Het antwoord is: mensen willen niet geconfronteerd worden met ongemakkelijke suggesties en waarheden. Want als ze daarmee geconfronteerd worden en als ze daar redelijk op moeten reageren dan heeft dat vervelende gevolgen. Ze moeten dan namelijk erkennen er inderdaad racistische opvattingen op na te houden (voor veel mensen gelukkig nog steeds een brug te ver), ze moeten erken­nen dat Nederlanders zich in Indonesië net zo smerig gedroegen als de Amerikanen in Viet­nam. Toen Hueting in 1969 getuigde dat Nederlandse militairen tijdens de politionele acties in Indonesië in 1947 en 1948 gemoord en gemarteld hebben, werd er in Nederland massaal ge­de­monstreerd tegen de oor­logsmisdaden van de VS in Vietnam! Hue­tings boodschap betekende dus een flinke ondermijning van het ‘zelffeliciterende’(term is van Gloria Wekker) beeld van de tolerante en vredelievende Nederlander. Verder: als Nederlan­ders zou­den inzien dat onze welvaart in hoge mate te danken is aan slavernij en koloniale uitbui­ting, dan zouden ze ook afstand moeten doen van een groot deel van hun wel­vaart om die met uitgebuite landen en mensen te delen. En 1% ont­wikkelingshulp vinden ze al zoveel dat ze die zijn gaan gebruiken voor handelsbevordering met arme landen ten bate van onze eigen landbouw en industrie.

Om ongemakkelijke suggesties en waarheden af te weren wordt de boodschapper daarvan op woede onthaald, zwart gemaakt en het zwijgen opgelegd en sluiten mensen zich zoveel moge­lijk af voor verontrustende informatie. Dus zo min mogelijk informatie over de donkere kant van ons kolo­niaal verleden, geen slavernijmuseum  (de subsidie werd in 2012 afgeschaft) en zo min mogelijk informatie over het feit dat arme landen nog steeds door rijke landen worden uitgebuit en over het feit dat elke Nederlander daarvan op grote schaal profiteert (goedkope textiel, goedkope koffie en chocola, goedkope elektronica e.d.)

Schuldgevoel en racisme
Hoe wij ons ook inspannen om niet geconfronteerd te worden met zaken die wij niet willen weten, we ontkomen er niet aan. Op school en via krant, radio, tv en internet krijgen wij on­gewild toch zoveel mee, dat iedereen minstens een vermoeden kan hebben van het onrecht en de ellende in de wereld, van het feit dat wij daarvan profiteren én van de mogelijk­heden die wij ongebruikt laten om tegen dat onrecht in actie te komen en er niet aan mee te doen. Dat vermoeden, het zich voor verontrustende informatie afsluiten en het niet in actie te komen resulteert in een gevoel van schuld omdat dat niet strookt met het beeld dat wij van onszelf koesteren als men­sen die het serieus menen met universele mensenrechten, met een joods-christelijke en humanistische cultuur die tegen de komst van islami­tische migranten in be­scherming zou moeten worden genomen,

Een beproefde manier om een gevoel van schuld te verminderen is niet alleen het zich afsluiten van verontrustende informatie, maar ook om mensen die wij tekort doen als minderwaar­dig te beschouwen, als gelukzoekers, profiteurs, vijanden en terroristen. Met minderwaardige men­sen hoef je immers geen medeleven te hebben en daar hoef je niet mee te delen. Vluchte­lingen die je als profiteurs beschouwt hoef je niets te geven en kan je net als vijanden en ter­roristen de toegang tot Nederland en Euro­pa ontzeggen, opsluiten en dwingen terug te keren. Mensen die je als minderwaardig beschouwt daar hoef je niet zo over in te zitten als die verdrinken in de Middellandse zee of omkomen van honger door droogte en oorlogsgeweld. De functie van racisme is het verminderen van het gevoel van schuld dat zich opdringt doordat wij weigeren onze welvaart te delen met mensen uit en in arme landen die door ons werden en wor­den uitge­buit.

Racisten ontkennen uiteraard dat het racisme een middel is om schuldgevoel te dempen. Om er zelf van overtuigd te raken en anderen ervan te overtuigen dat witte Nederlanders wel dege­lijk superieur zijn en een superieure beschaving hebben, leggen racisten een bijzondere ijver aan de dag in het zoeken, vinden en laten zien van boeken, artikelen en websites, ge­produ­ceerd door andere racisten, waarin voorbeelden worden opgesomd van de achterlijkheid, de luiheid, slechtheid en vijandigheid van mensen van een andere etniciteit, cultuur en geloof. Alsof het niet net zo makkelijk is om documenten en foto’s te vinden met voorbeelden van gruwelijkheden, uitbuiting en vijandigheid begaan door westerse regeringen, -slavendrijvers en -kolonisten met een joods-christelijk geloof en humanistische signatuur.

De slechtheid die aan mensen wordt toegedicht met een andere etniciteit, cultuur en geloof is overigens doorgaans het product van projectie: gevoelens die in ons eigen brein opkomen, daarvan nemen wij aan dat die ook huizen in het brein van mensen waar wij wat tegen hebben. De boos­aardigheid die door racisten wordt toegeschreven aan mensen van een andere etniciteit en geloof is vaak een aanwijzing voor de boosaardige gevoelens van de racisten zelf. Het uitver­groten van de in anderen geprojecteerde boosaardigheid heeft als functie de aan­dacht af te leiden van de eigen boosaardigheid, ook voor de persoon zelf die anderen van boosaardigheid verdenkt en beticht. De gruwelijkheden waaraan slaven en inheemse volken werden en worden onderworpen door (neo-)koloniale mogendheden samen met hun corrupte trawanten in arme landen staan model voor de boosaardige bedoelingen die aan de slachtof­fers van racisme en kolonialisme en de nazaten daarvan worden toegedicht.

Racisme is niet erfelijk
Racisme wordt dikwijls verklaard door erop te wijzen dat wij door opvoeding, onderwijs en pers volgestopt worden met vooroordelen en dat vooroordelen helaas erg hardnekkig zijn. De implicatie van deze verklaring is dat racisten er weinig aan kunnen doen dat ze racistisch zijn en dat ze eigenlijk ook een beetje als slachtoffer moeten worden beschouwd: slachtoffer van een koloniale erfenis. Wat er tegen deze verklaring in te brengen valt is dat het helemaal niet zo moeilijk is om je vooroordelen kwijt te raken en je te bevrijden van wat je door opvoeding en onderwijs aan racistische vooroordelen hebt meegekregen. Dat het denken en willen van mensen in hoge mate wordt bepaald door hun opvoeding en de cul­tuur waarin zij zijn grootge­bracht is een grondgedachte in de heersende sociale wetenschap die meer oog heeft voor con­tinuïteit en sociale beheersing dan voor opstand, actie en verandering. Een excuus bovendien voor mensen die niet willen veranderen: “ik wil wel, maar mijn opvoeding werkt niet mee”. .

Wie oog heeft voor veranderingen zal het opvallen hoe vaak consumentenvoorkeuren en mode veranderen, hoe vaak muziekvoorkeuren veranderen en opvattingen over godsdienst, seksualiteit en politiek. In 1981 slaagde de racistische Centrumpartij van Janmaat er niet in om ook maar één zetel te krijgen in de Tweede Kamer, 10 jaar later liet Bolkestein (VVD) zien dat racisme inmiddels salonfähig geworden was, op 15 december 2007 werd Wilders door de NOS tot politicus van het jaar uitgeroepen. Dat racisme nog steeds bestaat en zelfs erger wordt kan dus moeilijk toegeschreven worden aan het onvermogen van mensen om zich los te maken van de cultuur waarin zij ooit zijn opgegroeid.

Volgens Marx moeten meningen en vooroordelen beschouwd worden als ideologie, waarmee mensen en groepen hun keuzes en handelen rechtvaardigen. Die opvatting tref je ook aan bij de hersenonderzoeker Dick Swaab (“Wij zijn ons brein”) en bij auteurs als Harald Welzer (“Daders”) en Philip Zimbardo (“Lucifereffect”). Niet de in de vroege jeugd overgedragen vooroordelen zijn van grote invloed op het latere denken en willen, maar de omgeving waarvan men deel uitmaakt. Zodra de omgeving verandert passen mensen hun vooroordelen en opvattingen aan, zodat ze zo min mogelijk in conflict komen met de veranderde omgeving en zoveel mogelijk van de veranderde omgeving kunnen profiteren. Dat betekent dat het hebben en houden van be­paalde vooroordelen een kwestie van kiezen is en dat men niet als excuus kan aanvoeren: “met die vooroordelen ben ik nu eenmaal grootgebracht”. Mensen kunnen zich wel degelijk bevrij­den van vooroordelen die door opvoeding, onderwijs en media overgeleverd worden en dus kan het hen aangerekend worden als zij dat niet doen en hun best er niet voor doen.

Als witte vrouw of man kan je contact zoeken met gekleurde medelanders. Dan zal je vrien­den maken. Je hoeft de haatboodschappen van Wilders en De Dagelijkse Standaard niet se­rieus te nemen, je kunt een moskee inlopen en kennismaken met de mensen die je daar ont­moet. Op internet hoef je niet lang te zoeken naar informatie waaraan je je vooroordelen kunt toetsen. Op internet en in de bibliotheek valt overigens ook veel documentatie te vinden over de persoonlijk ervaren el­lende van slavernij, kolonialisme en racisme. Ook bestaat er veel documentatie waarin wordt beschreven wat maakt dat mensen uit arme landen en oor­logs­gebieden vluchten naar Europa en wat voor verschrikkingen ze daarbij moeten trotseren. Het lezen van zulke documentatie maakt dat men snel verlost wordt van vooroordelen als zouden vluchtelingen profiteurs zijn en dat vooral dat moslims en gekleurde mensen agressiever zouden zijn dan christenen en witte Europeanen en Amerikanen.

Mensen zijn eerder geneigd aan vooroordelen vast te houden als het gaat om categorieën van mensen die zij niet rekenen tot de kring van hun naasten en waarmee zij de omgang mijden. Ze kunnen evenwel beslissen, door zich in het lot van mensen te verdiepen en daar omgang mee te zoeken, meer mensen als hun naasten te leren ervaren.

Racisme en competitie
Elias en Scotson publiceerde in 1965 de resultaten van een onderzoek naar de relatie tussen ‘gevestigden’ en ‘buitenstaanders’. Identieke populaties qua sociale klasse, geloof en etniciteit. Het enige verschil: de ‘gevestigden’ woonden en werkten vanouds in Leicester (Engeland), de ‘buitenstaanders’ nog maar kort in een recent gerealiseerde buitenwijk van Leicester. Zoals de ‘gevestigden’ de ‘buitenstaanders’ beschouwden komt overeen met de racistische manier waar­op witte autochtone gekleurde allochtonen zien. De meest voor de hand liggende verklaring is dat de ‘buiten­staanders’ als concurrenten werden ervaren op de arbeids- en woningmarkt en in het sociale en politieke leven.

Het interessante van de publicatie van Elias en Scotson is dat discriminatie begint met het bui­tensluiten van concurrenten of potentiële concurrenten. En om die concurrenten buiten te kun­nen sluiten worden onderscheidende kenmerken bedacht: “niet van hier”, “gekleurd”, “van een ander geloof of ras”. Met andere woorden, het feit dat mensen een ander geloof hebben, een andere kleur hebben, niet van hier zijn (of bijvoorbeeld een meer dan normale lengte hebben) wordt pas iets om mensen op aan te kijken als daardoor aan een categorie mensen rechten kunnen worden ontzegd zodat de mensen die daar belang bij hebben er beter van worden. Onderscheidende kenmerken worden er altijd met de haren bijgesleept.

De ervaring in Nederland met de eerste generatie allochtonen uit landen als Griekenland, Spanje, Italië en Marokko is dat er nauwelijks sprake was van afkeer van de nieuwkomers. Dat kwam pas toen het er zoveel werden dat de autochtone bevolking in de lagere inko­mens­klasse de nieuwkomers als serieuze concurrenten gingen beschouwen: “ze pakken onze banen en woningen”. Kortom, pas als mensen van een andere etniciteit, kleur en geloof als concur­renten worden gezien deugt opeens hun etniciteit, kleur en geloof niet meer. Zoals de buitenstaan­ders in het onderzoek van Elias en Scotson gediscrimineerd werden met als argument dat ‘ze niet van hier zijn’.

Als ongelijkheid en competitie bijdraagt aan tegenstellingen tussen bevolkingsgroepen, dan zou er minder racisme moeten zijn in maatschappijen waarin mensen niet hoeven te concur­reren voor hun bestaan, maatschappijen waar de welvaart eerlijk wordt verdeeld en niemand bang hoeft te zijn zijn baan te verliezen en geen betaalbare woning te krijgen. In Nederland zijn sinds 1980 de inkomensverschillen enorm toegenomen. Over verkorting van de arbeids­tijd, zodat er meer banen konden komen, werd niet meer gesproken. Neo-liberaal beleid moe­digde de mensen aan voor zichzelf (dus tegen anderen!) te knokken. Het is niet toevallig dat vervolgens het spook van de vreemdelingenhaat de kop op stak, waarbij natuurlijk ook een belangrijke rol speelt dat de overheid en dat politici sterk de neiging heeft kwetsbare minderheden de schuld te geven van wat de overheid nalaat of verkeerd doet of minderheden te stigmatiseren om bepaalde beleidsdoelen te realiseren.

Jarenlang werd de Marokkaanse gemeenschap door de gemeente Utrecht als bron van overlast afgeschilderd, met geen ander oogmerk dan 10.000 sociale huurwoningen te kunnen slopen en te vervangen door duurdere huur en koop. Goed voor bouwend nederland en het gemeentelijk grondbedrijf.

Voor politiek Nederland is het een uitgemaakte zaak dat er een restrictief vreemdelingenbe­leid gevoerd moet worden om etnische- en culturele tegenstellingen te voorkomen. De poli­tiek gaat er vanuit dat etnische- en culturele tegenstellingen het gevolg zijn van een teveel aan nieuwkomers waardoor autochtone bevolkingsgroepen nieuwkomers ervaren als een bedrei­ging voor hun banen en woningen. Wat voor de politiek geen optie is, is het drastisch verklei­nen van inkomensverschillen, verkorting van de werkweek zodat er meer banen zijn en uit­brei­ding in plaats van inkrimping van de sociale woningvoorraad. Kortom: afzwakken van de competitie in de samenleving.

Wat te doen?
Om terug te komen op de vraag wat Nederlanders kunnen doen om zich van racisme te be­vrijden, wat niet gaat gebeuren is het dekoloniseren van de inhoud van het onderwijs, zoals Gloria Wekker bepleit. De inhoud van het onderwijs reflecteert de machtsverhoudingen in een land en zolang die niet veranderen, verandert ook de inhoud van het onderwijs niet. Zolang er een politieke elite is die er belang bij heeft dat wij ons voor alles Nederlander voelen, trouw aan de natie, zolang zul­len kinderen op school leren dat Nederland een land is om trots op te zijn en dat Daendels, Coen, Hein en Van Heutz helden waren in plaats van schurken en misdadigers.

Wie los wil komen van zijn racistische achtergrond verdiept zich in en zoekt contact met mensen die gediscrimineerd worden vanwege hun huidskleur, geloof, etniciteit, sekse of wat dan ook. Niet alleen om gediscrimi­neerde mensen te leren ervaren als hun naasten en gelijken, maar ook om zich samen in te zetten voor een maatschappij en een economische ordening waarin ongelijk­heid en compe­titie worden teruggedrongen en waarin mensen elkaar niet hoeven te zien als tegenstanders, maar als vrienden. Kortom, of je racist bent of blijft heeft te maken met de vraag of je de maatschappij wil blijven zien als een oorlog van allen tegen allen waarin het er om gaat goed voor jezelf te zorgen ten koste van anderen of dat je een maatschappij nastreeft als samenwerkingsverband van vrienden. Dat is een politieke keuze.

Jean Ziegler: De haat tegen het Westen

kaft haat

Jean Ziegler was gezant van de Verenigde Naties speciaal belast met de bestrijding van honger in de wereld. In “De haat tegen het Westen” (2008) legt hij uit waarom het Westen in de rest van de wereld wordt gehaat. Het boek (Nederlandse vertaling) is uitverkocht en tweede hands valt er moeilijk aan te komen. Vandaar deze wat uitgebreidere samenvatting.

De Duitse versie “Der Hass auf den Westen” begint met een voorwoord dat in de Nederlandse vertaling is vervangen door een ander voorwoord. In dat Duitse voorwoord geeft Ziegler een gesprek weer met Sarala Fernado, diplomaat van Sri Lanka. Het gesprek gaat over hoe de VN een eind zou kunnen maken aan de volkerenmoord in Soedan. Er zou een resolutie moeten worden aangenomen om een humanitaire corridor te openen om water, medicijnen en voeding naar de getroffen gebieden te brengen.

Tot verbazing van Ziegler roept Fernado boos uit: “Why are they attacking us all the time? (…) The Germans, what did they do not so long ago? (…) En de Engelsen, wat hebben die met de Indische wevers gedaan? Om de Indische textielindustrie kapot te maken en het Engelse monopolie te verdedigen hebben ze de vingers van alle mannen, vrouwen en kinderen in de weefindustrie gebroken. En bij ons in Sri Lanka hebben de Engelsen honderdduizenden hectare van onze boeren afgenomen en de boeren verjaagt. Honderdduizend dorpsbewoners gingen dood van de honger. Op de massagraven hebben de Engelsen hun theeplantages aangelegd”

Wat Ziegler met de citaten wil laten zien is in de eerste plaats hoe sterk de herinnering leeft in  voormalige kolonies aan de extreme wreedheden en uitbuiting van het Westen. Die herinnering is zo sterk dat men in de wereld buiten het Westen vindt dat het Westen zijn grote mond moet houden als er schendingen van mensenrechten plaatsvinden ergens in de wereld en het grote moeite kost met resoluties akkoord te gaan die door het Westen in de VN worden ingediend ook al dienen die een humanitair doel.

Voorwoord
Het voorwoord van de Nederlandse uitgave staat Ziegler stil bij het presidentschap van Obama. Dat begon met hoop. In 2010, toen de Nederlandse uitgave verscheen, was de hoop verbrijzeld. Agenten van Amerikaanse veiligheidsdiensten gaan in gevangenissen buiten de VS door met het martelen van gevangenen. Er blijkt geen enkel verschil tussen Bush en Obama. Obama voert twee oorlogen tegelijk (Irak en Afghanistan)…en krijgt de Nobelprijs!. Speciale vrienden van de VS staan op de zwarte lijst van Amnesty: Israël, Saoedi-Arabië, Nigeria.

Vanwaar Obama’s mislukking? Ziegler: de VS is de grootste industrienatie ter wereld en is in hoge mate afhankelijk van olie uit het Midden-Oosten, Centraal Azië, de Nigerdelta. Gevolg: de VS moet een enorme strijdmacht op de been houden om de leverantie van olie veilig te stellen en moet over de hele wereld strategische allianties smeden met dictaturen. Sinds Obama aan de macht is, een Afro-Amerikaan, is de haat van het Zuiden tegen het Westen alleen maar nog groter geworden.

Een belangrijke factor is het groeiend verzet in het Zuiden tegen het Westers neokolonialisme, dat bloedige reacties, sabotages en moordcomplotten als reactie heeft, georganiseerd door groot grondbezitters en Westerse maatschappijen. Een andere factor is de economische crisis die in 2008 uitbrak in het Westen en niet alleen dramatische verarming tot gevolg had in het Zuiden maar Westerse staten er ook toe deed besluiten drastisch te korten op voedselhulp aan het Zuiden. Voorbeelden van de gevolgen: in Bangladesh zijn de schoolmaaltijden voor 1 miljoen ondervoede kinderen geschrapt, de rantsoenen voor 300.000 Somalische vluchtelingen zijn teruggebracht tot 1.500 calorieën per dag, een rantsoen waarbij mensen langzaam sterven.

De westerse staten beoefenen wat Maurice Duverger noemt het “buitenland fascisme”. Binnen de grenzen van hun grondgebied streven ze naar democratie, maar tegenover het Zuiden praktiseren zij de wet van de jungle. De ziekelijke obsessie met winst is het richtsnoer voor de buitenlandse politiek van het Westen.

Deel I De oorsprong van de haat
1.1. Rede en waanzin
Wat omvat de term het Westen? Het essentiële kenmerk van het Westen is zijn productiewijze, het kapitalisme (Fernand Baudel). En dat is meer dan ooit vastgeklonken aan de droom van wereldverovering. Volgens Immanuel Wallerstein ging/gaat de veroveringszucht gepaard met het aan het Zuiden opleggen van Westerse waarden, een geringschatting van niet-westerse culturen en de verkondiging van ‘wetenschappelijke’ inzichten in de universele wetten van de markt. Dus zou er voor de niet-westerse wereld niets anders opzitten dan zich aan de wetten van de markt te onderwerpen. Al deze pretenties wekken uiteraard haat op, want ze vormen de rechtvaardiging voor uitbuiting en onderwerping. Waarom, zo is de vraag, wordt de haat pas nu zo manifest, meer dan een eeuw na de afschaffing van de slavernij en vijftig jaar na het einde van de koloniale bezetting?

1.2. Kronkelpaden van het collectieve geheugen.
Volgens Maurice Halbwachs reageert een gemeenschap op ongehoorde gewelddadigheden door die te verdringen. Hoe traumatiserender hoe dieper ze in het collectieve geheugen worden weggestopt. De overlevenden van de Shoah hebben lang geweigerd om over hun ervaringen te spreken (Elie Wiesel) omdat ze bang waren niet te worden geloofd en niemand de monsterlijke ervaringen horen wilde. Hilberg kreeg zijn “The Bureaucrazy of Nazi-Germany” in 1955 niet gepubliceerd en zijn “Vernietiging van de Europese Joden” in 1961 vond nauwelijks weerklank. Pas 25 jaar laten was men bereid de verschikkelijke waarheid van de Shoa onder ogen te zien. In 1955 kwamen 27 voormalige koloniale landen bij elkaar om gezamenlijk het hoofd te bieden aan westerse koloniale mogendheden (Bandung conferentie). Het initiatief kwam niet van de grond. Het duurde tot 2006 voor dat dat wél het geval was: Beweging van niet-gebonden landen met 118 lidstaten.

1.3. De slavenjacht
Een bijzondere rol in het collectieve geheugen van de onderdrukten speelt de slavernij. Meer dan 20 miljoen Afrikaanse mannen, vrouwen en kinderen werden naar de andere kant van de oceaan verscheept en verhandeld om in mijnen en op plantages te werk gesteld te worden. Bij de overtocht liet 20% het leven. Tijdens de overtocht werden vrouwen door zeelieden verkracht. Een zwangere vrouw was op de slavenmarkt meer waard. De gemiddelde levensduur van een landbouwslaaf in Brazilië was 7 jaar. Om het gevaar van opstand te bezweren stelden plantage bezitters slaven aan om toezicht te houden op slaven (verdeel en heers), zochten zij slaven bij elkaar van dezelfde cultuur en moedigden zij de viering van alle riten aan die met hun traditie waren verbonden. Reden waarom niet alleen de cultuur met ook het geheugen aan volgende generaties werd doorgegeven.

1.4. De koloniale veroveringen
De geschiedenis van onze koloniën, vooral die in het Verre Oosten en in Afrika, begon met bloedige onderwerping en massamoorden. Frankrijk: verovering van Algerije (1830), Nieuw-Caledonië (1853), Senegal (1854), Zuid-Vietnam (1858), Djibouti (1862), Cabodja (1863), Tonkin (1873), Gabon (1878), Frans Congo (1880), Tunesië (1881), Mali (1893). Madagaskar (1895). In Algerije werd de techniek ‘enfumades’ toegepast: dorpsbevolking werd een grot ingedreven en uitgerookt, waarna de grot werd dichtgemetseld. Engels voorbeeld: systematisch uitmoorden  (Tasmanië): dorpen platbranden, waterbronnen vergiftigen, autochtone kinderen bij familie weghalen en steriliseren. Zoals ook in heel Australië en in Canada.

1.5. Durban
In 2001 was Kofi Annan secretaris-generaal van de VN en Mary Robinson hoge commissaris voor de Mensenrechten. Op hun initiatief vond een conferentie plaats die het Zuiden en het Westen zouden moeten verzoenen door hun zienswijzen over het koloniale verleden bij elkaar te brengen. De verwijten van woordvoerders van het Zuiden als Aloune Tine (“Wij eisen dat slavernij en kolonialisme worden erkend als een dubbele holocaust”), Abdelaziz Bouteflika (“gruwelijke aaneenschakeling” van onderdrukking en uitbuiting door het Westen), ontlokten echter aan westerse regeringen sarcastische reacties. De EU-lidstaten verwierpen elke gedachte aan financiële compensatie of zelfs maar excuus. De conferentie legde de intensiteit bloot van de haat tegen het Westen en de arrogante reactie daarop van het Westen.

1.6. Sarkozy in Afrika
In juli 2007 hield Sarkozy tijdens een bezoek aan Dakar de jeugd van Afrika voor: “ik ben niet gekomen om het met u te hebben over berouw”, “de kolonisatie was een fout die werd betaald met de verbittering en het lijden van hen die dachten alles te geven en die niet begrepen waarom men het zo op hen gemunt had”. Over het lijden van de Afrikanen geen woord. “Jeugd van Afrika, u bent de erfgenaam van alles wat het Westen in het hart en de ziel van Afrika heeft gedeponeerd”.”Zie de wereldbeschaving niet meer, zoals jullie voorouders al te vaak hebben gedaan, als een bedreiging voor je identiteit, maar als iets dat ook jullie toebehoort”. “Wilt u dat er op Afrikaanse bodem geen enkel kind meer sterft van de honger? Streef naar zelfvoorziening op het gebied van voedsel”. Aldus Sarkozy. (1) De redevoering van Sarkozy had volgens de Senegalese intellectueel een diepe wond geslagen. Hij verweet Sarkozy opvattingen uit racistische geschriften van de zeventiende, achttiende en negentiende eeuw.

Algerije heeft een bevrijdingsoorlog achter de rug van zeven jaar, waarbij ruim twee miljoen mannen, kinderen en vrouwen zijn gedood. Sarkozy: “Met welk recht vraagt u zonen spijt te betuigen voor de fouten van hun vaders, fouten die de vaders vaak alleen in uw fantasie gemaakt hebben?”. Op de uitspraken van Sarkozy zijn van toepassing die van Gilles d’Elia, “De laatste daad van het kolonialisme bestaat in het koloniseren van de geschiedenis van het kolonialisme” en van Aimé Césaire in zijn Discours sur le colonialisme: kolonialisme is de combinatie van begeerte en geweld.

Deel II De weerzinwekkende afstamming
2.1. Van Slavenhouder tot allesverslindend roofdier
Eén van de belangrijkste oorzaken van de honger in Afrika is het dumpen van agrarische producten door westerse staten, die hun eigen boeren miljarden steun geven aan productie en export. Het streven naar zelfvoorziening wordt door het Westen door deze dumpingspraktijk en door het opdringen van open grenzen voor westerse ondernemingen onmogelijk gemaakt.

Vier systemen van overheersing hebben zich sinds Columbus 1492 opgevolgd. Na de verovering van Amerika en de genocide op de Indianen, de driehoekshandel: slaven naar Amerika, zilver e.d. naar Europa. Daarna het koloniale systeem en nu de door het Westen gedomineerde wereldorde met zijn ‘huurlingen’  GATT, IMF, Wereldbank en multinationals. De slavenhouders zijn niet dood, ze hebben de gedaante aangenomen van beursspeculanten.

Voorbeeld: de vernietiging van de Afrikaanse katoenmarkt door dumpen van gesubidiëerde katoen door de VS. In strijd met verdragen, maar daar trekt het Westen zich niets van aan. Om voor IMF- hulp in aanmerking te komen na het instorten van de katoenmarkt eist het IMF privatisering en vrijhandel. Gevolg: westerse multinationals nemen de economie en vragen excessieve prijzen voor kunstmest, pesticiden en zaaigoed.

Met het opheffen van tariefmuren voor import raken arme landen niet alleen het grootste deel van hun staatsinkomsten kwijt, maar bovendien moet hun onderontwikkelde landbouw en industrie concurreren tegen hoogontwikkelde regio’ s. Gaan arme landen niet akkoord met vrijhandel dan staken IMF en de EU financiële steun. Het cynisme en de arrogantie waarmee westerse leiders het verzet breken van arme landen draagt in hoge mate bij aan de haat tegen het westen.

2.2. In India, in China
Financiële oligarchieën in India en China maken deel uit van het kapitalistisch systeem. Oligarchen wonen in westerse metropolen, ‘economische ontwikkelingszone’s’ (bijv. ‘Cyberabad’) worden bezet door Dell, IBM, Google, Oracle, Capgemini, Westerse banken en Indiase giganten. Gunstgige vestigingsvoorwaarden: gratis grond, de eerste tien jaar geen belasting, afschaffen invoerrechten, elektriciteit voor niets, minimale arbeidsinspectie.

Lokale boeren raken land kwijt, zijn aangewezen op onbetaalbaar (want geprivatiseerd) zaaigoed, pesticiden en meststoffen. Tussen 2001 en 2007 maakten 120.000 boeren in India een eind aan hun leven. Groei sloppenwijken rond Calcutta, Mumbay, New Delhi.

In 1983 besloot China deel uit te maken van het westerse kapitalistische systeem. Schafte sociale zekerheid af, privatiseerde staatsbedrijven en liet buitenlandse investeringen toe. De oligarchie bestaat uit invloedrijke families van de Communistische Partij. Verzet wordt hard onderdrukt (Chengguan: speciale politiemacht). China is recordhouder doodstraffen.

Het lijden van de arme bevolking in India, China onder het uit het Westen overgenomen en daarmee verstrengelde kapitalisme voedt de haat tegen het Westen.

Deel 3 De schizofrenie van het Westen
3.1. Mensenrechten
De westerling meent anderen op de rechten van de mens te moeten wijzen, maar heeft daar zelf geen boodschap aan.

In het jaar (1948) dat de Universele Verklaring van de rechten van de mens door de VN werd vastgesteld (art. 3 Een ieder heeft recht op leven, vrijheid en onschendbaarheid van zijn persoon‘) leefde driekwart van de mensheid onder het koloniale juk. In Gabon, Kameroen, Congo-Brazzaville sloegen opzichters van Franse bosbouwondernemingen houthakkers die de zwak of te ziek waren om het vereiste aantal bomen te vellen met zwepen voorzien van spijkers. In Kivu, Maniéma en Kasai werden mijnwerkers die van kruimeldiefstallen verdacht werden door Belgische opzichters aan hun polsen opgehangen; als het gangreen zijn werk had gedaan werden hun polsen geamputeerd. In dwangarbeiderskampen op de rubberplantages in Cambodja stierven kinderen door ondervoeding.

21-3-2017 wordt aan gewerkt

Israel voert Palestijnse apartheid in

Onder druk van Israel en de VS heeft de VN het rapport Israeli Practices towards the Palestinian People and the Question of Apartheid. Palestine and the Israeli Occupation teruggetrokken en van de VN website gehaald. Het rapport is hier te downloaden.

PDF.pdf

Verenigde Staten, terrorist nummer 1

Het militair-industrieel complex aan de macht.

Volgens de New York Times van 15 oktober 2014 (*) liet Obama de CIA een  onderzoek doen naar wat het stiekem financieren en leveren van wapens (‘covert aid’), met de bedoeling onwelgevallige regimes te ontwrichten en ten val te brengen, de VS had opgeleverd. Dat was omdat hij wilde weten of het zin had Syrische rebellen op te zetten tegen het regime Assad.

De vraag die Obama niet stelde was waarom de VS het recht zou hebben (anders dan het recht van de sterkste) gewapende opstanden te organiseren in landen waarvan het regime ze niet aanstaat en hoe de VS zou reageren als die landen opstandige groepen in de VS van wapens en training zou voorzien om de Amerikaanse regering ten val te brengen.

Het onderzoek van de CIA gaf Obama weinig reden te verwachten dat hij door opstandige religieuze groeperingen tegen Assad op te zetten en van wapens te voorzien Assad weg zou kunnen krijgen waardoor een Amerika gezind regime daarvoor in de plaats zou kunnen komen. Dat weerhield Obama er niet van om dat toch te doen. Misschien had hij ook andere bedoelingen.

In 1988 mengde de VS zich in de strijd van Angola tegen Zuid Afrika dat Angola was binnen gevallen. De VS voorzagen het terroristische Unita van Savimbi samen met Zuid Afrika van wapens. De UN schatte in 1989 dat de operatie 1,5 miljoen doden had gekost. Met hulp van Cubaanse troepen werd een eind gemaakt aan de opstand en de agressie van Zuid Afrika en de VS. De VS bleek een vriend van het apartheidsregime in Zuid Afrika en voor iedereen die daar nog niet van overtuigd was het duidelijk dat de VS een bedreiging is voor jonge staten die onafhankelijk proberen te zijn.

Na de mislukte door de VS georganiseerde invasie bij de Varkensbaai, besloot Kennedy (zie het hieronder afgedrukte memorandum waaruit blijkt dat de sabotage operatie ‘Mongoose’ de instemming had van de ‘higher authoriy’: de regering Kennedy) het Castro regime ten val te brengen door de handel met Cuba te verbieden (een verbod waar alleen het Oostblok en China zich niets van aantrokken) én door terroristische acties uit te laten voeren in Cuba. Keith Bolender heeft daar uitvoerig over geschreven in “Voices From the Other Side: an Oral History of Terrorism Against Cuba” (2010).

Mangoose

Om de agressie van de VS het hoofd te kunnen bieden riep Cuba de hulp van  Rusland in die raketten op Cuba installeerde waarmee een nieuwe inval door de VS zou kunnen worden afgeslagen. Nadat Kennedy had toegezegd van militaire invasies af te zien werden de raketinstallaties door Rusland weer verwijderd. De terroristische acties gingen echter zeker 30 jaar lang door.

Eigenlijk zijn er in de recente geschiedenis bijna alleen staatsgrepen en contrarevoluties aan te wijzen waar de VS de hand in had of bij betrokken was: Cuba 1898, Puerto Rico 1898, Filipijnen 1889, Panama 1903, Nicaragua 1909, Haïti & Dominicaanse republiek 1915, China 1945 (steun Kwomintang), Korea 1950, Perzïe (die de Sjah aan de macht bracht) 1953, Guatemala 1954, Vietnam 1958, Congo (moord Lumumba) 1960, Cuba 1961, Honduras 1963, Indonesië 1965, Griekenland 1967, Oman 1970, Bolivia 1971, Chili 1973, Argentinië 1976, Afghanistan 1978, Nicaragua 1980, Grenada 1983, Angola 1988, Panama 1989, Somalië 1993, Haïti 1994, Joegoslavië 1999, Afghanistan 2001, Venezuela 2002, Irak 2003, Honduras 2008, Tunesië 2011, Libië 2011, Syrië 2011, Egypte 2013.

Met name onder Obama is de VS zich ook gaan toeleggen op het gebruik van drones waarmee personen die geacht worden een bedreiging te vormen voor de belangen van de VS overal ter wereld kunnen worden gedood. Drones worden met name toegepast in Afghanistan, Pakistan, Jemen, Somalië, Irak en Syrië. Obama heeft zich er een  voorstander van getoond omdat het geen levens kost van Amerikaanse soldaten wat de weerstand van het Amerikaanse publiek tegen  oorlogvoering minder maakt. Volgens Obama vindt het gebruik van drones heel secuur plaats zodat alleen de persoon gedood wordt die aan de beurt is om gedood te worden.

Volgens het ‘Bureau of Investigative Journalism’, de NGO ‘Reprieve’ en de site Intercept van Glenn Greenwald (waaraan documenten werden gelekt door medewerkers van het drone programma) zijn die drones helemaal niet zo secuur en bestaat 90% van de slachtoffers uit personen waarvan het niet de bedoeling was ze te doden, waaronder ook veel kinderen. Dat ligt erg voor de hand omdat de persoon die moet worden gedood zich vaak bevindt in gezelschap van familie en buren. Ook blijkt dat gewone boeren vaak ten onrechte worden aangezien voor gevaarlijke terroristen of de broer of de vader van de ‘terrorist’ per ongeluk als doelwit wordt geselecteerd. In Pakistan kwamen 874 mensen om bij pogingen om 24 ‘vijanden’ te treffen. In Jemen zou het gaan om 273 niet bedoelde op 17 bedoelde slachtoffers. Geschat wordt dat de oorlogvoering met drones inmiddels minstens 6000 onbedoelde slachtoffers heeft gemaakt.

De discussie over de vraag of die drones voldoende nauwkeurig zijn en of het technisch mogelijk is om ze preciezer te maken dreigt de principiële vraag aan de discussie te onttrekken waar de VS het recht vandaan haalt om de doodstraf te voltrekken aan iedereen ter wereld waartegen bij de Amerikaanse regering de verdenking bestaat dat die een bedreiging zou kunnen zijn voor de belangen van de VS. En nog wel zonder proces waarbij de schuld bewezen en de doodstraf door een onafhankelijke rechter opgelegd wordt. De VS doet niet eens moeite daar een juridische/morele rechtvaardiging voor te bedenken maar meent wel andere landen de maat te moeten nemen wat betreft de fundamentele rechten van de mens.

Over terrorisme gesproken, wat is het verschil tussen de sabotage die door de CIA wordt gepland en door bendes en doodseskaders wordt uitgevoerd die door de CIA worden getraind en bewapend om onwelgevallige regimes te ontwrichten enerzijds en de sabotage van Al Qaida en Taliban anderzijds? In 1996 liet de CIA bommen tot ontploffing brengen in hotels in Havana om het toerisme te ontmoedigen. De VS brengt dictaturen aan de macht die op grote schaal burgers doden, gevangen zetten, martelen en laten verdwijnen. Het doelbewust doden  met drones van burgers in Irak, Syrië, Pakistan, Jemen en Somalië, wat is precies het verschil met aanslagen op de burgerdoelen die door of in naam van Al Qaida en ISIS worden gepleegd? Het ene verschil is dat de VS een erkende staat is en Al Qaida en ISIS niet, het andere dat de schaal waarop de VS terroristische acties pleegt van een totaal andere orde is, namelijk onvergelijkbaar groter. Waarom het terrorisme van de VS minder verwerpelijk zou zijn dan het terrorisme van Al Qaida en ISIS valt moeilijk te begrijpen.

Verdedigers van de VS zullen aanvoeren dat de terreur van de VS uiteindelijk een nobel doel heeft: het verdedigen van vrijheid en democratie door dictatoriale regimes te voorkomen en ten val te brengen. In vrijwel alle gevallen, echter, waarin de VS zich meer of minder openlijk met geweld mengt in anderlands zaken was en is dat juist om democratisering terug te draaien en vazallen en dictators aan de macht te brengen die bereid zijn gemene zaak te maken met grote Amerikaanse bedrijven, ten koste van vrijheid en democratie.

Onder Bush is de strijd tegen het terrorisme steeds meer een doel op zichzelf geworden, een strijd die gestreden wordt onder andere met terreur, maar dan op veel grotere schaal. Het effect van deze ‘war on terror’ is nog veel meer terreur. Om twee redenen. De eerste is dat het omvangrijke leed dat aan burgers wordt aangericht in het kader van de strijd tegen terreur de haat tegen de VS en zijn bondgenoten aanwakkert en het draagvlak vergroot voor terroristische acties gericht tegen burgers in de VS en Europa. Paul Piller, ex CIA analist, wijst op de “resentment-generating impact of the U.S. strikes” in Syrië.

De tweede reden is dat groepen die door de VS getraind en bewapend worden om onwelgevallige regimes van binnen uit te bestrijden vroeg of laat hun eigen plan trekken. De Taliban is voortgekomen uit de Moedjahedien die door de VS bewapend werd om een eind te maken aan de overheersing door de Russen. ISIS is voortgekomen uit een alliantie van opstandelingen die groot zijn geworden door omvangrijke wapenleveranties, in veel gevallen via Saudi Arabië en Qatar, bedoeld om Assad te verdrijven. ISIS, dat door de VS wordt of zou worden bestreden, wordt door bondgenoten van de VS (en met kennelijke instemming van de VS) grootscheeps bevoorraad, wat er belangrijk aan bijdraagt dat de terreur zich uitbreidt.

Dat de door de VS geëntameerde terreur geen democratieën tot stand brengt maar dictators aan de macht brengt en tot steeds meer terreur leidt kan moeilijk verklaard worden uit verstandsverbijstering waarvan dan al tientallen jaren sprake moet zijn. De vraag is dus wat de VS beoogt met al die terreur en met het aan de macht helpen van dictators

Volgens veel analisten vinden de gewelddadige interventies en terreur van de VS plaats om Amerikaanse bedrijven te helpen zich meester te maken van schaarse grondstoffen, landbouwgronden (‘land grabbing’ ), goedkope arbeid en nutsbedrijven. Democratie in en onafhankelijkheid van grondstofrijke lage lonen landen met vruchtbare landbouwgrond staan aan dat streven in de weg omdat overal waar het volk zelf aan de macht komt dat volk er op uit is de opbrengst van grondstoffen, arbeid en landbouwgronden zoveel mogelijk ten goede te laten komen aan de bevolking zelf in plaats van aan buitenlandse ondernemingen en er op uit is nutsbedrijven (drinkwater!) juist niet te privatiseren, uitbuiting van arbeiders tegen te gaan en ervoor te zorgen dat ook buitenlandse bedrijven behoorlijk belasting betalen. Dat verklaart dat met hulp van de VS democratisch gekozen regeringen worden afgezet door kolonels en dat priesters en activisten die zich daartegen verzetten worden gevangengezet, verdwijnen of  worden vermoord. Het verklaart ook dat regimes die met succes het hoofd bieden aan de Amerikaanse inmenging het mikpunt worden van een door de CIA opgezette media oorlog waarin zij worden neergezet als regimes die op grote schaal mensenrechten schenden en een gevaar zijn voor hun buren, waardoor het gerechtvaardigd zou zijn met terreur en openlijke militaire interventie een eind te maken aan die regimes.

Wat als verklaring voor de Amerikaanse interventies en terreur weinig aandacht krijgt is de enorme invloed van de oorlog- en terreurindustrie. Een groot land dat vrijwel onafgebroken in oorlog is en meent gewelddadig in te moeten grijpen ook aan de andere kant van de wereld, is een ideaal oord voor overheidsdiensten en industrieën die zich toeleggen op bewapening, veiligheid, intelligence. Amerika gaf in 2010 700 miljard uit aan defensie. Amerika is de grootste wapenexporteur. Dat betekent dat het een enorme bedrijfstak is, een bedrijfstak waar heel veel mensen werken, waar heel veel geld om gaat en waarin particulieren, banken en financiële instellingen heel veel geld beleggen. Om te zorgen dat het een winstgevende bedrijfstak blijft waarin mensen niet bang hoeven te zijn voor hun baan (ook als het een baan is bij de CIA en bij ‘defensie’) doet de bedrijfstak er alles aan de vraag naar meer en nieuwe wapens aan te wakkeren, de vraag naar meer defensie, veiligheidsbeleid en grensbewaking te bevorderen, congresleden en publiek te beïnvloeden met verhalen waarin gewezen wordt op de Russische,  Chinese, Iraanse dreiging, het islamitisch gevaar, het gevaar dat schuilt in drugs en vluchtelingen. Voor alles waar het publiek bang voor te maken is, daar wordt het publiek bang voor gemaakt met als doel de verhoging van uitgaven voor bewapening en ‘veiligheid’ waardoor de oorlogs- en terreurindustrie winst kan blijven maken. Een industrie met veel invloed doordat politieke partijen zich er door laten sponsoren en invloedrijke overheidsfunctionarissen er niet zelden financieel belang bij hebben: “Cheney’s Halliburton Made $39.5 Billion on Iraq War”. International Business Times, 20 maart 2013.

Hoe meer geld een staat uitgeeft aan defensie, veiligheid, grensbewaking (het tegenhouden van vluchtelingen), hoe meer werk, winst en inkomens daarvan afhankelijk is en hoe meer gewicht het belang daarvan in de schaal legt bij politieke beslissingen om geweld en terreur in te zetten. Het gaat niet alleen om  olie, land grabbing, goedkope arbeid en het afdwingen van ‘vrije’ handel. Het gaat ook en steeds meer om het verdienen aan oorlog en terreur als zodanig en daarvoor is het nodig dat er uitbarstingen van geweld zijn die dan met geweld bestreden moeten worden en als die uitbarstingen er niet zijn dan moeten die  georganiseerd worden door bevolkingsgroepen tegen elkaar op te zetten, verzet te organiseren tegen onwelgevallige regimes, doodseskaders op te leiden en aanslagen te laten plegen waarvan de schuld met veel publiciteit bij de vijand gelegd kan worden. Belangrijk is natuurlijk wel een pers die de officiële lezing van de overheid overneemt, maar daar is over het algemeen geen gebrek aan.

 

(*) https://chomsky.info/the-leading-terrorist-state/

 

 

 

Zienswijze Klimaatpartij verbreding A27/A12

Vereniging De Klimaatpartij
Mereveldseweg 4
3585 LH Utrecht

Directie Participatie
O.v.v. A27/A12 Ring Utrecht
Postbus 30316
2500 GH Den Haag

Datum:16-6-2016

Betreft: Zienswijze mbt het
ontwerptracebesluit A27/A12 Utrecht

Deze zienswijze wordt mede ingediend door de Stichting Stop Luchtverontreiniging Utrecht (SSLU) die zich sinds haar oprichting in 2005 verzet tegen plannen van de gemeente Utrecht de groei van het auto­verkeer in, van en naar de stad ten koste van de luchtkwaliteit en de gezondheid te facili­teren door het aanleggen van extra parkeervoorzieningen in de directe omgeving van het station en door het verruimen van de capacititeit van autowegen in en om de stad.

De Klimaatpartij maakt zich sterk voor klimaat en milieu. Voor de Klimaatpartij staat het vast, zoals dat overigens ook het geval is voor vrijwel alle gezaghebbende nationale en internationale wetenschappelijke instellingen die zich bezighouden met het probleem van de klimaat verandering, dat de opwarming van de aarde niet tot staan kan worden gebracht en ook niet kan worden afgeremd zolang met name rijke westerse landen blijven streven naar economische groei en meer mobiliteit.

Verbreding van de A27 heeft, behalve bouwend nederland, commerciële adviesbureau en instel­lingen als Rijkswaterstaat van werk te voorzien, geen ander doel dan de groei van het verkeer en vervoer over de weg te bevorderen. Het verkeer op de weg in een stad als Ut­recht maakt tussen de 30% en 40% uit van de lokale uitstoot. In 2014 was het verkeer en vervoer voor meer dan 20 pro­cent verantwoordelijk voor de in Nederland uitgestoten hoeveelheid CO2. Binnen de sector zorgt het wegverkeer voor bijna 80 procent van de uitstoot, meer dan de helft (53 procent) is afkomstig van het personenvervoer. (*)

Wanneer echter bij de CO2 uitstoot van verkeer en vervoer opgeteld wordt de CO2 uitstoot die nodig is voor de aanleg van wegen en rijkswegen, de aanleg van parkeervoorzieningen en de pro­ductie van auto’s en andere motorvoertuigen, dan is de totale uitstoot door verkeer en vervoer uiteraard nog aan­zienlijk meer dan die landelijke 20%.

De verbreding van de A27 en de A12 is gelet op de immense opgave waar ook de Nederlandse regering voor staat om het energie­gebruik, de uitstoot van CO2 en het gebruik van fossiele grondstof terug te dringen naar het oordeel van de Klimaatpartij en de SSLU volstrekt krankzinnig.

Dat geldt uiteraard ook voor het voornemen om de Marxdreef en de Schweitzerdreef langs Over­vecht te ver­breden, waarmee de RING om Utrecht wordt gesloten. Het geldt uiteraard ook voor de aanleg van de onder­grondse parkeervoorziening onder het Jaarbeursplein (naast het station) en de plannen om nog diverse ver­keerspleinen in Utrecht te reconstrueren met het oogmerk het stads­centrum beter voor auto’s bereikbaar te maken. De zienswijze welke door het college van b en w Utrecht is/wordt ingediend tegen de verbreding van de A27 is naar het oordeel van de Klimaat­partij en de SSLU ook daarom volstrekt hypocriet omdat het beleid van dit college er helemaal niet op gericht is het autoverkeer terug te dringen (de milieuzone is juist ingevoerd om een argument te hebben om dat niet te hoeven doen!), maar om het interwijkverkeer zoveel mogelijk te verplaatsen naar de RING (dus ook naar de A27 en de A12), waarmee het college de minister een extra argu­ment verschaft om de A27 en de A12 te verbreden.

Volstrekt krankzinnig is naar het oordeel van de Klimaatpartij en de SSLU het feit dat niet eens is onderzocht wat de impact is van de uitvoering van het besluit op de emissie van CO2 en wat het besluit betekent voor de opgave om de uitstoot van CO2 en het energiegebruik met het oog op de klimaatverandering substantieel terug te dringen. Er is slechts (een beetje) gekeken naar manieren waarop het besluit zo kan worden uitgevoerd dat de toename van de emissie van CO2 en energiegebruik een beetje kan worden beperkt. Maar de toename van de emissie van CO2 en het energiegebruik wordt, zonder die ook maar bij benadering te kwantificeren, als vanzelfsprekend en onvermijdelijk geaccepteerd. Met andere woorden, de vraag of de verbreding van de A27 en de A12 in het licht van de klimaatverandering en de noodzaak om de uitstoot van CO2 en het energiegebruik terug te dringen überhaupt moet plaatsvinden wordt niet eens gesteld. En dat voor een regering waarin ook de PvdA zit die al sinds het Rapport van de Club van Rome (1972) vrome verhalen over grenzen aan de groei ophangt.

Dat het ontwerp tracébesluit totaal voorbij gaat aan de vraag of de verbreding van de A27 en de A12, gelet op het draconische probleem van de klimaatverandering, überhaupt moet plaatsvinden wordt in de hand gewerkt door het ontbreken van wet- en regelgeving waardoor de uitstoot van CO2 aan normen kan worden gebonden. Dat die wet- en regelgeving er niet is kan alleen maar wor­den verklaard door er vanuit te gaan dat de overheid wil voorkomen gedwongen te worden rekening te houden met klimaatdoelstellingen, waardoor infraprojecten als de verbreding van de A27/A12, waarmee de belangen van bouwend nederland met alles wat er omheen hangt (inclusief die van Rijkswaterstaat zelf en de vele adviesbureaus die daar hun werk aan te danken hebben) niet meer zouden kunnen worden uitgevoerd.

Naar het oordeel van de Klimaatpartij en de SSLU is het ontbreken van wettelijke normen door middel waarvan getoetst zou moeten worden of het tracébesluit voldoet aan eisen die gesteld zouden moeten worden om te doen wat noodzakelijk is om klimaatverandering tegen te gaan, echter in het geheel geen reden om daar bij de voorbereiding van het besluit dan maar geen rekening mee te houden. Het is dom, kortzichtig en onverantwoordelijk om alleen maar rekening te houden met belangen die door wettelijke normen worden beschermd. De Algemene wet bestuursrecht schrijft terecht een afweging voor van alle eventuele belangen. Die heeft dus niet plaatsgevonden, want aan het belang van het tegengaan van klimaatverandering is vrijwel volledig voorbijgegaan.

Het is verbijsterend te moeten vaststellen dat onze overheid, terwijl klimaat­deskundigen er vrijwel unaniem over eens zijn dat een klimaat catastrofe nau­welijks meer valt te voorkomen, voordat de wereld vergaat, nog gauw even wat extra snelweg wil aanleggen.

Wat betreft het belang van de luchtkwaliteit, voor zover in het geding wat betreft de uitstoot van stikstofdioxide (een indicatorgas waarmee wordt aangegeven in welke mate kankerverwekkende en anderszins ziekmakende stoffen in de lucht zitten als PAK’s, benzeen, dioxine e.d.) en fijnstof (dat naarmate het kleiner is dieper in de longen en via de longen in het bloed en in het lichaam terecht komt en daar ontstekingen en aandoeningen als kanker kan veroorzaken) wijzen de SSLU en de Klimaatpartij erop dat het aanvankelijk (1999) de bedoeling was om zowel NO2 als fijnstof in stappen terug te dringen. Om te beginnen werd de norm gelegd bij 40 microgram/m3, maar daarna zou de norm worden aangescherpt. Die voor fijnstof zou al in 2005 worden aangescherpt, die voor voor NO2 in 2010. De bedoeling was om op zijn minst uit te komen bij de normen zoals die door de Wereld Gezondheidsorganisatie worden gesteld.

Zoals bekend is van die voorgenomen aanscherping, vooral door de lobby door de Nederlandse regering bij de EU, niets terecht gekomen. Sterker nog, de normen zijn in allerlei opzichten juist minder streng gemaakt. Zo hoeft de concentratie NO2 niet meer op een afstand van 5 meter van de rand van de weg te worden vastgesteld, maar mag dat inmiddels op een afstand van 10 meter. Aanvankelijk moest overál aan de normen worden voldaan, inmiddels hoeft dan alleen nog maar op plaatsen waar mensen wonen en “significant” aan luchtverontreiniging worden blootgesteld, wat in de praktijk betekent dat op fietspaden, trottoirs, in voortuinen, op sportvelden en speeltuinen niet meer aan de normen hoeft te worden voldaan. In plaats van de normen aan te scherpen heeft de overheid de normen dus juist minder streng gemaakt, zodat de gezondheid van mens en dier steeds minder door die normen wordt beschermd. En dat allemaal om ervoor te zorgen dat de zorg voor de gezondheid niet in de weg kan staan aan de zorg voor bouwend nederland, de vernietiging van het milieu en de onrustbarend toenemende klimaatverandering.

Ook ten aanzien van de luchtkwaliteit (NO2 en fijnstof) wijzen de Klimaatpartij en de SSLU erop dat een afweging van belangen méér is dan het voldoen aan wettelijke normen en dat dié afweging klaarblijkelijk niet heeft plaatsgevonden.

Het RIVM berekende in 2005 dat er elk jaar tussen de 12.000 en 18.000 Nederlanders vroegtijdig sterven door luchtverontreiniging. Dat zou het geval zijn als overal nipt aan de normen zou worden voldaan. Een serieuze belangenafweging zou nu zijn als berekend werd hoeveel vroegtijdige doden en verziekte levensjaren het zou schelen als de verbreding van de A27 en de A12 achterwege zou blijven en welk belang zo zwaar weegt dat dat dient te prevaleren.

Het al of niet serieus aantonen dat het project aan wettelijke normen voldoet heeft nauwelijks iets met een afweging van belangen te maken. Sterker nog, het is een manier om die afweging van belangen juist niet te hoeven maken, althans niet zichtbaar te hoeven maken.

De Klimaatpartij en de SSLU willen er tenslotte op wijzen dat met het project astronomische kos­ten zijn verbonden en dat ook dat volstrekt krankzinnig is gelet op de schrijnende armoede in de wereld en ook in Nederland en de bezuini­gingen die plaatsvinden wat betreft elementaire voorzieningen.

 
Kees van Oosten (voorzitter De Klimaatpartij)

Gerard van de Vecht (voorzitter SSLU)

                     

  (*)    https://www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2015/37/uitstoot-verkeer-en-vervoer-daalt. De daling waarvan sprake in de titel van deze link sprake is heeft met fijnstof en NO2 te maken. De emissie van CO2 door het verkeer neemt juist toe.

Krankzinnig: meer asfalt om en in Utrecht

Het Kimaatakkoord dat vorig jaar in Parijs werd gesloten plaatst ook Nederland voor een immense opgave. Over 30 jaar moet de wereld vrij zijn van fossiele brandstof. Dus niet alleen zou het dan afgelopen moeten zijn met steenkolen en aardolie, maar ook met aardgas.

Dat klimaatakkoord houdt in dat de opwarming tot 1,5 graad Celsius beperkt moet blijven. Een dergelijke opwarming heeft al zeer ingrijpende gevolgen, zoals wegsmelten van het Noordpool ijs, verdere verwoestijning in droge landen, sterk toenemen van het aantal orkanen, stijging van de zeespiegel waardoor ook dichtbevolkte delta’s onder water komen te staan en niet te vergeten enorme regenbuien die ook in Nederland steeds vaker voorkomen.

Maatregelen die genomen moeten worden om de opwarming tot 1,5 graad Celsius te beperken gaan aanzienlijk verder dan woningen en kantoren beter isoleren, waartoe het beleid in Nederland zich tot op heden beperkt. Ook veel verder dan het plaatsen van zonnepanelen en het bouwen van windmolens (wat in de provincie Utrecht niet erg van de grond komt).

Het is een illusie om te denken dat wij fossiele energie in de mate waarin we die nu gebruiken, zouden kunnen vervangen door zonne- , wind en andere schone energie. Het kan niet op lange en al helemaal niet op korte termijn. Het moet gewoon minder, veel minder.

Zonder een drastische reductie in het gebruik van energie en fossiele grondstoffen komen we er niet. Voor heel veel producten (asfalt!) zijn aardolie en steenkool noodzakelijke grondstoffen. Het is dus niet voldoende het gebruik van energie terug te dringen, ook het gebruik van materialen moet teruggebracht worden waarvoor fossiele grondstof nodig is.

Wat stelselmatig over het hoofd wordt gezien is dat de productie die nodig is voor vrijwel alle non-food die wij hier kopen en verbruiken geproduceerd wordt in lage lonen landen en dat de CO2 die daarvoor nodig is dus onze CO2 is die in lage lonen in de lucht wordt gebracht. Dat wordt in onze CO2-balans ten onrechte niet meegenomen.

De CO2 reductie die wij hier in Nederland per saldo moeten realiseren gaat aanzienlijk verder dan wat de overheid ons wil doen geloven. Wij moeten immers ook de CO2 uitstoot terugbrengen die plaatsvindt in de lage lonen landen om ons te voorzien van bouwmaterialen, motoren en gebruiksgoederen in het algemeen.

Een belangrijke bron van CO2 uitstoot en energiegebruik is mobiliteit, in het bijzonder auto- en vrachtverkeer. In een stad als Utrecht maakt dat tussen de 30% en 40% uit van de lokale uitstoot. In 2014 was het verkeer en vervoer voor meer dan 20 procent verantwoordelijk voor de in Nederland uitgestoten hoeveelheid CO2. Binnen de sector zorgt het wegverkeer voor bijna 80 procent van de uitstoot, meer dan de helft (53 procent) is afkomstig van het personenvervoer.

Wanneer echter bij de CO2 uitstoot van verkeer en vervoer opgeteld wordt de CO2 uitstoot die nodig is voor de aanleg van wegen en rijkswegen, de aanleg van parkeervoorzieningen en de productie van auto’s en andere motorvoertuigen, dan is de totale uitstoot door verkeer en vervoer nog aanzienlijk meer dan die landelijke 20%.

De verbreding van de A27 is gelet op de enorme inspanning die gedaan moet worden om het energiegebruik, de uitstoot van CO2 en het gebruik van fossiele grondstof terug te dringen volstrekt krankzinnig. Dat geldt uiteraard ook voor het voornemen om van de Marxdreef en de Schweitzerdreef langs Overvecht een snelweg te maken, waarmee de RING om Utrecht wordt gesloten en voor de aanleg van de ondergrondse parkeervoorziening onder het Jaarbeursplein (naast het station).

Dat het Utrechtse college een zienswijze indient tegen de voorgenomen verbreding van de A27 is overigens behoorlijk hypocriet. Immers, het beleid van dit college is niet gericht op het terugdringen en ontmoedigen van het autogebruik. De milieuzone heeft geen andere doel dan het autoverkeer niet te hoeven terugdringen. In plaats van het terugdringen van het autoverkeer is het beleid van de gemeente erop gericht het zoveel mogelijk te verplaatsen naar de RING waarmee het college minister Schultz een extra argument verschaft om de A27 te verbreden.

Waarom is het aanleggen van nog meer asfalt en het stimuleren van nog meer autoverkeer krankzinnig? Omdat de mensheid door klimaatopwarming met de ondergang wordt bedreigd en de overheid besluit om voor dat het te laat is nog flink wat extra asfalt aan te leggen en gebruik van fossiele energie extra aan te moedigen.

Racisme en hypocriete politiek

Wat beweegt mensen die zich hatelijk uitlaten over alles wat niet blank en hollands is? Waarom wordt Nederland steeds racistischer en wat moet daar tegen worden gedaan?

Er blijkt maar heel weinig voor nodig te zijn om haat tegen minderheden op te roepen en te mobili­seren. Studies naar genocides laten zien hoe mensen die vredig naast elkaar wonen, zelfs familie van elkaar zijn, elkaar opeens naar het leven staan.

Haat tegen minderheden komt niet spontaan in mensen op. Wat nodig is zijn omstandigheden als werkloosheid, woningnood, grote ongelijkheid, armoede. Die roepen boosheid in mensen op waar ze iets mee moeten. Voor een aanstichter met wat charisma is het niet moeilijk om die boosheid te richten op een zondebok.

Aanstichters zijn lieden die er belang bij hebben haat tegen minderheden op te roepen. Dat belang  hoeft niet te zijn dat zij zelf een hekel hebben aan minderheden. Dat belang is doorgaans dat zij een belangrijke rol willen spelen en dat het ophitsen van een menigte boze mensen tegen minderheden een beproefd en effectief middel is.

Hitler had tot zijn 18e jaar niets tegen Joden wat hem onderscheidde van zijn omgeving. In Wenen ontdekte hij echter dat hij zich populariteit kon verwerven door op Joden af te geven. Veel grote en kleine politici worden racist niet omdat ze dat altijd al waren maar omdat ze daardoor hun politieke ambities kun­nen realiseren.

Zonder werkloosheid, woningnood, grote ongelijkheid en armoede hebben politici die oproepen tot haat tegen minderheden weinig kans. Wie haat en racisme wil bestrijden doet er goed aan werkloosheid, woningnood, grote ongelijkheid en armoede te bestrijden en zich bovendien te realiseren dat racisme ook wordt aangewakkerd om daar niets tegen te hoeven doen en het onvermogen om daar iets tegen te doen te maskeren.

Essentieel in een strategie om haat en racisme te bestrijden is dat politici die daar garen bij spinnen en dat aanwakkeren worden gezien als demagogen: lieden die heilige verontwaardiging weten te spelen over onderwerpen waar ze alleen in geïnteresseerd zijn omdat ze daarmee mensen kunnen bespe­len die balen van hun achterstelling. Overigens, die demagogen zitten niet alleen bij de PVV.

De beste strategie om het racisme te bestrijden dat vooral in sociale media wordt geventileerd is niet om de aanval te concentreren op de slecht geïnformeerde reageerders, maar op schijnheilige politici die zich voordoen als moreel hoogstaand maar maatschappelijke ongelijkheid niet aanpakken en verantwoordelijk zijn voor een onmenselijk vreemdelingenbeleid dat afkeer van vreemdelingen en vluch­telingen legitimeert.

Het zou een goede zaak zijn als de boosheid van reageerders in sociale media zo omgebogen kon worden  dat hypocriete politici er het doelwit van vormen en daardoor niet meer de mogelijkheid hebben om achtergestelde groepen tegen elkaar op te zetten.

Discriminatie in Nederland

63% van de gedetineerden is allochtoon, terwijl allochtonen slechts 21,6% van de totale Nederlandse bevolking uitmaken.

Mensen die discrimineren zijn er meestal van overtuigd dat ze helemaal niet discrimineren en ont­steken in heilige verontwaardiging als zij er van beschuldigd worden dat ze dat wél doen. Voor landen geldt hetzelfde. Nederlanders denken in grote meerderheid dat discriminatie wél in andere landen voorkomt maar niet in Nederland. Dat de VN vindt dat de figuur van zwarte piet discriminerend is vinden de meeste Nederlanders, net als minister-president Mark Rutte, maar onzin en geen reden om de vraag te stellen of Nederland wel zo zuiver op de graat is. Ook het feit dat 30% van de Nederlanders op Wilders overweegt te stemmen, PvdA-Rob Oudkerk het over “kut Marokkanen” heeft en PvdA-voorzitter Spekman er voor pleit om “Marokkanen die niet willen deugen moet je vernederen, voor de ogen van hun eigen mensen” lijkt niet voldoende te zijn af te rekenen met de mythe dat wij in land leven waar het met de discriminatie wel meevalt.

Het door de Raad van Europa in 2013 over discriminatie in Nederland uitgegeven ECRI-Rapport wijst erop dat Nederland nog steeds niet het uit 1990 daterende Internationaal Verdrag inzake de bescherming van de rechten van alle migrerende werknemers en leden van hun gezin ondertekend heeft en even­min een flink aantal racistische gedragingen nog steeds niet strafbaar heeft gesteld, zoals:

“racistisch bedoelde openbare ontkenning, bagatellisering, rechtvaardiging of goedkeuring van geno­cide, misdaden tegen de menselijkheid of oorlogsmisdaden, openbare uitingen met een racistisch oog­merk van een ideologie die superioriteit of minderwaardigheid van een bepaalde groep mensen op grond van ras, huiskleur, taal, godsdienst, nationaliteit of etnische afkomst propageert.”

Ook wordt erop gewezen dat politie en officieren van justitie beter moeten optreden tegen racistisch gemotiveerde misdrijven en de doeltreffendheid van hun optreden moeten bijhouden en evalueren. Kritiek is er op de vrijspraak van Wilders in 2011 door de rechtbank Amsterdam en op het feit dat daar geen hoger beroep tegen is ingesteld. De zaak was door het OM aangebracht op grond van uit­latingen van Wilders als:

“Je zult zien dat al het kwade dat de zoons van Allah tegen ons en henzelf begaan, uit de Koran afkomstig is”. “We moeten de tsunami van islamisering stoppen”. “Eén op de vijf Marokkaanse jonge­ren staat als verdachte bij de politie geregistreerd, Hun gedrag vloeit voort uit hun godsdienst en cul­tuur. Je kunt dat niet los van elkaar zien.”. “De Koran is het Mein Kampf van een religie die beoogt an­deren te elimineren.” “Ik heb genoeg van de islam: geen moslim immigrant er meer bij”.

In het rapport wordt vastgesteld dat door de vrijspraak van Wilders het aantal racistische uitlatingen op internet is toegenomen en de bereidheid van website beheerders om die op verzoek van het Meldpunt Discri­mi­­natie Internet er af te halen is afgenomen. Grote zorgen maakt men zich over het stopzetten van subsidie aan dit Meldpunt en, overigens, ook aan “Art.1”, het nationale kenniscen­trum discriminatie Nederland en aan het Landelijk Overleg Minderheden. Kritiek is er op het feit dat de Nederlandse re­gering nog steeds geen Nationaal Actieplan tegen Racisme heeft, hoewel dat in 2007 aangekondigd werd.

Kritiek is er op het feit dat te weinig wordt gedaan om segregatie in onderwijs tegen te gaan, waar­door steeds meer “witte” en “zwarte” scholen ontstaan. Kritiek is er ook op het stopzetten van speci­fiek beleid ter verbetering van de positie van kwetsbare groepen op de arbeidsmarkt en op de uitbui­ting van tijdelijk in Nederland werkzame personen door werkgevers (bijv. bij champignonkwekerijen) en uitzendbureaus (huisvesting in “gettoachtige” omgeving). Geadviseerd wordt om harder op te treden tegen horecabedrijven die discrimineren, bijvoorbeeld door de horecavergunning in te trekken. Kritiek is er op het feit niet-Nederlandse burgers vaak geen hypotheek of bankrekening kunnen krijgen. En kritiek is er op het feit dat je een baan of een uitkering geweigerd kan worden als je om religieuze redenen je baard laat staan of geen handen schudt met iemand van het andere geslacht. Met klem wordt geadviseerd eens en voor altijd af te rekenen met het voorstel voor een verbod  op het dragen van gezicht bedekkende kleding in het openbaar.

Met verontrusting stelt het rapport vast dat het sociaal contact tussen blanke autochtone Nederlanders en bepaalde kwetsbare groepen (zoals Marokkanen, Turken, Antillianen en Surinamers) de afgelopen 17 jaar is verminderd en dat deze gemeenschappen zich minder geaccepteerd zijn gaan voelen. Ook wordt vastgesteld dat de regering vanaf 2011 afstand is gaan nemen van het model van de multiculturele samenleving en zeer strenge toelatingseisen is gaan stellen aan migranten “die volgens het Eu­ropese Hof van Justitie niet voldoen aan de EU-regelgeving”. Politici en media hebben, aldus het rapport, steeds meer de neiging om de vestiging van Oost-Europese arbeiders en de aanwezigheid van de islam af te schilderen als bedreiging voor de Nederlandse samenleving. Zo klaagde PvdA-wethouder Marnix Norder in Den Haag over de “tsnunami van Oost-Europeanen” en verklaarde Wilders dat “Oost-Europeanen misdaden plegen, zware drinkers zijn, misbruik van het stelsel van sociale voorzieningen en banen in­pikken”. Tegen het door de PVV instellen van het meldpunt voor klachten Midden- en Oost Europea­nen weigerde de Nederlandse regering op te treden. Ook tegen de qualifikatie “kopvoddentaks” door Wilders werd geen actie genomen. Verder memoreert het rapport racistische uitlatingen in de sport zoals “Hamas, Hamas, Joden aan het gas” en een toenemend aantal geweldsincidenten bij moskeeën en jegens Joden, Polen, Roma en Marokkanen.

Verder wordt er in het rapport op aangedrongen de be­hoeften van Roma, Sinti en woonwagenbewoners aan stand­plaatsen te inventariseren en te zorgen dat er daar genoeg van zijn (kan Utrecht in zijn zak steken). Geadviseerd wordt om de bepaling in de Vreemdelingenwet te schrappen waarin wordt geëist dat voor gezinshereniging van een vluchteling het gezin al moet zijn gevormd voor dat het land werd ontvlucht, geadviseerd wordt afgewezen asielzoekers die niet het land uit kunnen worden gezet voldoende ondersteu­ning krijgen, dat bepalingen worden geschrapt dat het niet tijdig halen van inburgeringsexamen wordt beboet of zelfs intrekking tot gevolg heeft van de tijdelijke verblijfsvergunning, dat leges voor verblijfsvergunningen en inburgeringscursussen betaalbaar moeten zijn (dus niet 1250 resp. 1200  euro). Tenslotte waarschuwt het rapport tegen “racial profiling” door de politie en wordt geadviseerd om meer (ook leidinggevende) politiemede­werkers te rekruteren uit etnische minderheden.

Bijzondere aandacht verdient de aanbeveling de materiële reikwijdte  van de Algemene Wet Gelijke Behandeling uit te breiden, zodat daar ook belangrijke overheidstaken onder vallen. Daar voelt de regering echter niets voor. “van de Nederlandse autoriteit [werd] vernomen dat zij niet plan zijn de materiële reikwijdt van de AWGB uit te breiden naar overheidstaken…”. Dat er uit het rapport niet valt op te maken of en in welke mate de overheid zelf zich aan discriminatie schuldig maakt valt dus eenvoudig te verklaren uit het feit dat de burger die zich over discriminatie door de overheid beklagen wil  (bijvoorbeeld over de politie of de gemeentelijke afdeling handhaving) zich daarbij niet beroepen kan op de AWGB. Reden tot klagen is er waarschijnlijk genoeg. Om dat met één voorbeeld te illustreren:

Als allochtoon krijg je niet zo maar een vergunning om een theehuis te beginnen, althans niet in Utrecht. In Utrecht mag de horeca 24 uur per etmaal open zijn. Zo niet het Marokkaans theehuis, dat moest ‘s avonds om 23.00 uur dicht. Hieronder de reden die in het besluit werd aangevoerd.

“Koffie- en theehuizen plegen over het algemeen uitsluitend bezoekers met een Marokkaanse of Turkse achter­grond aan te trekken. Vrouwen of bezoekers van Nederlandse afkomst worden er zelden of nooit waargenomen. Voorts is het eerder regel dan uitzondering dat de bezoekers voor of bij de toegang van dergelijke horecagele­gen­heden rondhangen, wat naast de geluidsoverlast die dit geeft intimiderend kan werken op passanten of bezoekers van nabijgelegen zaken. Vervolgens plegen gemotoriseerde bezoekers niet zelden de motor tijdens het bezoek te laten draaien, dubbel te parkeren, de autoradio aan te laten staan tijdens een kortstondig bezoek en hard aan- en afrijden. Een koffie- of theehuis geeft als soort horecabedrijf, met andere woorden, over het alge­meen een grotere kans op overlast dan andersoortige horecabedrijven zoals een lunchroom of restaurant.”

 

Renovatie Kanaleneiland alleen voor witte yuppen

renovatie kanaleneiland 4

De flats tussen het kanaal en het winkelcentrum Kanaleneiland worden heel mooi opgeknapt. Ze zijn gebouwd begin 70-er jaren. Mitros en Portaal wilden ze eigenlijk afbreken en vervangen door koopwoningen, maar daar hebben de bewoners (voornamelijk van Turkse en Marokkaanse afkomst) zich met succes tegen verzet.

Waar deze allochtone bewoners enorm van balen (en volkomen terecht) is dat de wijk nu wél wordt opgeknapt, maar niet voor hun. Voordat het besluit genomen werd de flats niet af te breken werden alle oorspronkelijke bewoners er eerst uitgewerkt met het verhaal dat slopen onherroepelijk was. Met het gedwongen vertrek van de allochtone bewoners was het doel van de gemeente eigenlijk al bereikt en hoefden de flats dus niet meer weg.

In 2001 besloot de gemeente akkoord te gaan met de sloop en nieuwbouw. Dat was in het kader van de “De Utrechtse Opgave” (DUO). Dat DUO-beleid was erop gericht het aandeel kansarmen (waartoe in discriminerend Nederland relatief veel allochtonen behoren) in wijken als Kanaleneiland en Overvecht terug te dringen door de flats waarin die kansarmen wonen af te breken en te vervangen door koopwoningen die alleen betaalbaar zijn voor yuppen.

Het beleid om het aandeel kansarmen in Kanaleneiland en Overvecht terug te dringen was eigenlijk een beleid gericht op vermindering van het percentage bewoners van Marokkaanse en Turkse afkomst. Zoveel Marokkanen en Turken bij elkaar zou volgens de gemeente criminaliteit in de hand werken. Het slopen van sociale huur flats paste dus in een beleid van gedwongen spreiding van allochtonen.

De woningvoorraad in Utrecht bestond in de 90-er jaren nog voor bijna de helft uit sociale huurwoningen. Partijen als GroenLinks en de PvdA, die beweren voor kansarmen en minderheden op te komen, vonden dat dat aandeel best minder kon: 30%. Ze stemden immers met alle gebiedsplannen in waarmee uitvoering werd gegeven aan het DUO-beleid.

Als de renovatie klaar is worden de allochtone bewoners die gedwongen waren daar te vertrekken uitgenodigd om te komen kijken hoe mooi zij hadden kunnen wonen als ze niet kansarm en allochtoon waren geweest.