Verenigde Staten, terrorist nummer 1

Het militair-industrieel complex aan de macht.

Volgens de New York Times van 15 oktober 2014 (*) liet Obama de CIA een  onderzoek doen naar wat het stiekem financieren en leveren van wapens (‘covert aid’), met de bedoeling onwelgevallige regimes te ontwrichten en ten val te brengen, de VS had opgeleverd. Dat was omdat hij wilde weten of het zin had Syrische rebellen op te zetten tegen het regime Assad.

De vraag die Obama niet stelde was waarom de VS het recht zou hebben (anders dan het recht van de sterkste) gewapende opstanden te organiseren in landen waarvan het regime ze niet aanstaat en hoe de VS zou reageren als die landen opstandige groepen in de VS van wapens en training zou voorzien om de Amerikaanse regering ten val te brengen.

Het onderzoek van de CIA gaf Obama weinig reden te verwachten dat hij door opstandige religieuze groeperingen tegen Assad op te zetten en van wapens te voorzien Assad weg zou kunnen krijgen waardoor een Amerika gezind regime daarvoor in de plaats zou kunnen komen. Dat weerhield Obama er niet van om dat toch te doen. Misschien had hij ook andere bedoelingen.

In 1988 mengde de VS zich in de strijd van Angola tegen Zuid Afrika dat Angola was binnen gevallen. De VS voorzagen het terroristische Unita van Savimbi samen met Zuid Afrika van wapens. De UN schatte in 1989 dat de operatie 1,5 miljoen doden had gekost. Met hulp van Cubaanse troepen werd een eind gemaakt aan de opstand en de agressie van Zuid Afrika en de VS. De VS bleek een vriend van het apartheidsregime in Zuid Afrika en voor iedereen die daar nog niet van overtuigd was het duidelijk dat de VS een bedreiging is voor jonge staten die onafhankelijk proberen te zijn.

Na de mislukte door de VS georganiseerde invasie bij de Varkensbaai, besloot Kennedy (zie het hieronder afgedrukte memorandum waaruit blijkt dat de sabotage operatie ‘Mongoose’ de instemming had van de ‘higher authoriy’: de regering Kennedy) het Castro regime ten val te brengen door de handel met Cuba te verbieden (een verbod waar alleen het Oostblok en China zich niets van aantrokken) én door terroristische acties uit te laten voeren in Cuba. Keith Bolender heeft daar uitvoerig over geschreven in “Voices From the Other Side: an Oral History of Terrorism Against Cuba” (2010).

Mangoose

Om de agressie van de VS het hoofd te kunnen bieden riep Cuba de hulp van  Rusland in die raketten op Cuba installeerde waarmee een nieuwe inval door de VS zou kunnen worden afgeslagen. Nadat Kennedy had toegezegd van militaire invasies af te zien werden de raketinstallaties door Rusland weer verwijderd. De terroristische acties gingen echter zeker 30 jaar lang door.

Eigenlijk zijn er in de recente geschiedenis bijna alleen staatsgrepen en contrarevoluties aan te wijzen waar de VS de hand in had of bij betrokken was: Cuba 1898, Puerto Rico 1898, Filipijnen 1889, Panama 1903, Nicaragua 1909, Haïti & Dominicaanse republiek 1915, China 1945 (steun Kwomintang), Korea 1950, Perzïe (die de Sjah aan de macht bracht) 1953, Guatemala 1954, Vietnam 1958, Congo (moord Lumumba) 1960, Cuba 1961, Honduras 1963, Indonesië 1965, Griekenland 1967, Oman 1970, Bolivia 1971, Chili 1973, Argentinië 1976, Afghanistan 1978, Nicaragua 1980, Grenada 1983, Angola 1988, Panama 1989, Somalië 1993, Haïti 1994, Joegoslavië 1999, Afghanistan 2001, Venezuela 2002, Irak 2003, Honduras 2008, Tunesië 2011, Libië 2011, Syrië 2011, Egypte 2013.

Met name onder Obama is de VS zich ook gaan toeleggen op het gebruik van drones waarmee personen die geacht worden een bedreiging te vormen voor de belangen van de VS overal ter wereld kunnen worden gedood. Drones worden met name toegepast in Afghanistan, Pakistan, Jemen, Somalië, Irak en Syrië. Obama heeft zich er een  voorstander van getoond omdat het geen levens kost van Amerikaanse soldaten wat de weerstand van het Amerikaanse publiek tegen  oorlogvoering minder maakt. Volgens Obama vindt het gebruik van drones heel secuur plaats zodat alleen de persoon gedood wordt die aan de beurt is om gedood te worden.

Volgens het ‘Bureau of Investigative Journalism’, de NGO ‘Reprieve’ en de site Intercept van Glenn Greenwald (waaraan documenten werden gelekt door medewerkers van het drone programma) zijn die drones helemaal niet zo secuur en bestaat 90% van de slachtoffers uit personen waarvan het niet de bedoeling was ze te doden, waaronder ook veel kinderen. Dat ligt erg voor de hand omdat de persoon die moet worden gedood zich vaak bevindt in gezelschap van familie en buren. Ook blijkt dat gewone boeren vaak ten onrechte worden aangezien voor gevaarlijke terroristen of de broer of de vader van de ‘terrorist’ per ongeluk als doelwit wordt geselecteerd. In Pakistan kwamen 874 mensen om bij pogingen om 24 ‘vijanden’ te treffen. In Jemen zou het gaan om 273 niet bedoelde op 17 bedoelde slachtoffers. Geschat wordt dat de oorlogvoering met drones inmiddels minstens 6000 onbedoelde slachtoffers heeft gemaakt.

De discussie over de vraag of die drones voldoende nauwkeurig zijn en of het technisch mogelijk is om ze preciezer te maken dreigt de principiële vraag aan de discussie te onttrekken waar de VS het recht vandaan haalt om de doodstraf te voltrekken aan iedereen ter wereld waartegen bij de Amerikaanse regering de verdenking bestaat dat die een bedreiging zou kunnen zijn voor de belangen van de VS. En nog wel zonder proces waarbij de schuld bewezen en de doodstraf door een onafhankelijke rechter opgelegd wordt. De VS doet niet eens moeite daar een juridische/morele rechtvaardiging voor te bedenken maar meent wel andere landen de maat te moeten nemen wat betreft de fundamentele rechten van de mens.

Over terrorisme gesproken, wat is het verschil tussen de sabotage die door de CIA wordt gepland en door bendes en doodseskaders wordt uitgevoerd die door de CIA worden getraind en bewapend om onwelgevallige regimes te ontwrichten enerzijds en de sabotage van Al Qaida en Taliban anderzijds? In 1996 liet de CIA bommen tot ontploffing brengen in hotels in Havana om het toerisme te ontmoedigen. De VS brengt dictaturen aan de macht die op grote schaal burgers doden, gevangen zetten, martelen en laten verdwijnen. Het doelbewust doden  met drones van burgers in Irak, Syrië, Pakistan, Jemen en Somalië, wat is precies het verschil met aanslagen op de burgerdoelen die door of in naam van Al Qaida en ISIS worden gepleegd? Het ene verschil is dat de VS een erkende staat is en Al Qaida en ISIS niet, het andere dat de schaal waarop de VS terroristische acties pleegt van een totaal andere orde is, namelijk onvergelijkbaar groter. Waarom het terrorisme van de VS minder verwerpelijk zou zijn dan het terrorisme van Al Qaida en ISIS valt moeilijk te begrijpen.

Verdedigers van de VS zullen aanvoeren dat de terreur van de VS uiteindelijk een nobel doel heeft: het verdedigen van vrijheid en democratie door dictatoriale regimes te voorkomen en ten val te brengen. In vrijwel alle gevallen, echter, waarin de VS zich meer of minder openlijk met geweld mengt in anderlands zaken was en is dat juist om democratisering terug te draaien en vazallen en dictators aan de macht te brengen die bereid zijn gemene zaak te maken met grote Amerikaanse bedrijven, ten koste van vrijheid en democratie.

Onder Bush is de strijd tegen het terrorisme steeds meer een doel op zichzelf geworden, een strijd die gestreden wordt onder andere met terreur, maar dan op veel grotere schaal. Het effect van deze ‘war on terror’ is nog veel meer terreur. Om twee redenen. De eerste is dat het omvangrijke leed dat aan burgers wordt aangericht in het kader van de strijd tegen terreur de haat tegen de VS en zijn bondgenoten aanwakkert en het draagvlak vergroot voor terroristische acties gericht tegen burgers in de VS en Europa. Paul Piller, ex CIA analist, wijst op de “resentment-generating impact of the U.S. strikes” in Syrië.

De tweede reden is dat groepen die door de VS getraind en bewapend worden om onwelgevallige regimes van binnen uit te bestrijden vroeg of laat hun eigen plan trekken. De Taliban is voortgekomen uit de Moedjahedien die door de VS bewapend werd om een eind te maken aan de overheersing door de Russen. ISIS is voortgekomen uit een alliantie van opstandelingen die groot zijn geworden door omvangrijke wapenleveranties, in veel gevallen via Saudi Arabië en Qatar, bedoeld om Assad te verdrijven. ISIS, dat door de VS wordt of zou worden bestreden, wordt door bondgenoten van de VS (en met kennelijke instemming van de VS) grootscheeps bevoorraad, wat er belangrijk aan bijdraagt dat de terreur zich uitbreidt.

Dat de door de VS geëntameerde terreur geen democratieën tot stand brengt maar dictators aan de macht brengt en tot steeds meer terreur leidt kan moeilijk verklaard worden uit verstandsverbijstering waarvan dan al tientallen jaren sprake moet zijn. De vraag is dus wat de VS beoogt met al die terreur en met het aan de macht helpen van dictators

Volgens veel analisten vinden de gewelddadige interventies en terreur van de VS plaats om Amerikaanse bedrijven te helpen zich meester te maken van schaarse grondstoffen, landbouwgronden (‘land grabbing’ ), goedkope arbeid en nutsbedrijven. Democratie in en onafhankelijkheid van grondstofrijke lage lonen landen met vruchtbare landbouwgrond staan aan dat streven in de weg omdat overal waar het volk zelf aan de macht komt dat volk er op uit is de opbrengst van grondstoffen, arbeid en landbouwgronden zoveel mogelijk ten goede te laten komen aan de bevolking zelf in plaats van aan buitenlandse ondernemingen en er op uit is nutsbedrijven (drinkwater!) juist niet te privatiseren, uitbuiting van arbeiders tegen te gaan en ervoor te zorgen dat ook buitenlandse bedrijven behoorlijk belasting betalen. Dat verklaart dat met hulp van de VS democratisch gekozen regeringen worden afgezet door kolonels en dat priesters en activisten die zich daartegen verzetten worden gevangengezet, verdwijnen of  worden vermoord. Het verklaart ook dat regimes die met succes het hoofd bieden aan de Amerikaanse inmenging het mikpunt worden van een door de CIA opgezette media oorlog waarin zij worden neergezet als regimes die op grote schaal mensenrechten schenden en een gevaar zijn voor hun buren, waardoor het gerechtvaardigd zou zijn met terreur en openlijke militaire interventie een eind te maken aan die regimes.

Wat als verklaring voor de Amerikaanse interventies en terreur weinig aandacht krijgt is de enorme invloed van de oorlog- en terreurindustrie. Een groot land dat vrijwel onafgebroken in oorlog is en meent gewelddadig in te moeten grijpen ook aan de andere kant van de wereld, is een ideaal oord voor overheidsdiensten en industrieën die zich toeleggen op bewapening, veiligheid, intelligence. Amerika gaf in 2010 700 miljard uit aan defensie. Amerika is de grootste wapenexporteur. Dat betekent dat het een enorme bedrijfstak is, een bedrijfstak waar heel veel mensen werken, waar heel veel geld om gaat en waarin particulieren, banken en financiële instellingen heel veel geld beleggen. Om te zorgen dat het een winstgevende bedrijfstak blijft waarin mensen niet bang hoeven te zijn voor hun baan (ook als het een baan is bij de CIA en bij ‘defensie’) doet de bedrijfstak er alles aan de vraag naar meer en nieuwe wapens aan te wakkeren, de vraag naar meer defensie, veiligheidsbeleid en grensbewaking te bevorderen, congresleden en publiek te beïnvloeden met verhalen waarin gewezen wordt op de Russische,  Chinese, Iraanse dreiging, het islamitisch gevaar, het gevaar dat schuilt in drugs en vluchtelingen. Voor alles waar het publiek bang voor te maken is, daar wordt het publiek bang voor gemaakt met als doel de verhoging van uitgaven voor bewapening en ‘veiligheid’ waardoor de oorlogs- en terreurindustrie winst kan blijven maken. Een industrie met veel invloed doordat politieke partijen zich er door laten sponsoren en invloedrijke overheidsfunctionarissen er niet zelden financieel belang bij hebben: “Cheney’s Halliburton Made $39.5 Billion on Iraq War”. International Business Times, 20 maart 2013.

Hoe meer geld een staat uitgeeft aan defensie, veiligheid, grensbewaking (het tegenhouden van vluchtelingen), hoe meer werk, winst en inkomens daarvan afhankelijk is en hoe meer gewicht het belang daarvan in de schaal legt bij politieke beslissingen om geweld en terreur in te zetten. Het gaat niet alleen om  olie, land grabbing, goedkope arbeid en het afdwingen van ‘vrije’ handel. Het gaat ook en steeds meer om het verdienen aan oorlog en terreur als zodanig en daarvoor is het nodig dat er uitbarstingen van geweld zijn die dan met geweld bestreden moeten worden en als die uitbarstingen er niet zijn dan moeten die  georganiseerd worden door bevolkingsgroepen tegen elkaar op te zetten, verzet te organiseren tegen onwelgevallige regimes, doodseskaders op te leiden en aanslagen te laten plegen waarvan de schuld met veel publiciteit bij de vijand gelegd kan worden. Belangrijk is natuurlijk wel een pers die de officiële lezing van de overheid overneemt, maar daar is over het algemeen geen gebrek aan.

 

(*) https://chomsky.info/the-leading-terrorist-state/

 

 

 

Zienswijze Klimaatpartij verbreding A27/A12

Vereniging De Klimaatpartij
Mereveldseweg 4
3585 LH Utrecht

Directie Participatie
O.v.v. A27/A12 Ring Utrecht
Postbus 30316
2500 GH Den Haag

Datum:16-6-2016

Betreft: Zienswijze mbt het
ontwerptracebesluit A27/A12 Utrecht

Deze zienswijze wordt mede ingediend door de Stichting Stop Luchtverontreiniging Utrecht (SSLU) die zich sinds haar oprichting in 2005 verzet tegen plannen van de gemeente Utrecht de groei van het auto­verkeer in, van en naar de stad ten koste van de luchtkwaliteit en de gezondheid te facili­teren door het aanleggen van extra parkeervoorzieningen in de directe omgeving van het station en door het verruimen van de capacititeit van autowegen in en om de stad.

De Klimaatpartij maakt zich sterk voor klimaat en milieu. Voor de Klimaatpartij staat het vast, zoals dat overigens ook het geval is voor vrijwel alle gezaghebbende nationale en internationale wetenschappelijke instellingen die zich bezighouden met het probleem van de klimaat verandering, dat de opwarming van de aarde niet tot staan kan worden gebracht en ook niet kan worden afgeremd zolang met name rijke westerse landen blijven streven naar economische groei en meer mobiliteit.

Verbreding van de A27 heeft, behalve bouwend nederland, commerciële adviesbureau en instel­lingen als Rijkswaterstaat van werk te voorzien, geen ander doel dan de groei van het verkeer en vervoer over de weg te bevorderen. Het verkeer op de weg in een stad als Ut­recht maakt tussen de 30% en 40% uit van de lokale uitstoot. In 2014 was het verkeer en vervoer voor meer dan 20 pro­cent verantwoordelijk voor de in Nederland uitgestoten hoeveelheid CO2. Binnen de sector zorgt het wegverkeer voor bijna 80 procent van de uitstoot, meer dan de helft (53 procent) is afkomstig van het personenvervoer. (*)

Wanneer echter bij de CO2 uitstoot van verkeer en vervoer opgeteld wordt de CO2 uitstoot die nodig is voor de aanleg van wegen en rijkswegen, de aanleg van parkeervoorzieningen en de pro­ductie van auto’s en andere motorvoertuigen, dan is de totale uitstoot door verkeer en vervoer uiteraard nog aan­zienlijk meer dan die landelijke 20%.

De verbreding van de A27 en de A12 is gelet op de immense opgave waar ook de Nederlandse regering voor staat om het energie­gebruik, de uitstoot van CO2 en het gebruik van fossiele grondstof terug te dringen naar het oordeel van de Klimaatpartij en de SSLU volstrekt krankzinnig.

Dat geldt uiteraard ook voor het voornemen om de Marxdreef en de Schweitzerdreef langs Over­vecht te ver­breden, waarmee de RING om Utrecht wordt gesloten. Het geldt uiteraard ook voor de aanleg van de onder­grondse parkeervoorziening onder het Jaarbeursplein (naast het station) en de plannen om nog diverse ver­keerspleinen in Utrecht te reconstrueren met het oogmerk het stads­centrum beter voor auto’s bereikbaar te maken. De zienswijze welke door het college van b en w Utrecht is/wordt ingediend tegen de verbreding van de A27 is naar het oordeel van de Klimaat­partij en de SSLU ook daarom volstrekt hypocriet omdat het beleid van dit college er helemaal niet op gericht is het autoverkeer terug te dringen (de milieuzone is juist ingevoerd om een argument te hebben om dat niet te hoeven doen!), maar om het interwijkverkeer zoveel mogelijk te verplaatsen naar de RING (dus ook naar de A27 en de A12), waarmee het college de minister een extra argu­ment verschaft om de A27 en de A12 te verbreden.

Volstrekt krankzinnig is naar het oordeel van de Klimaatpartij en de SSLU het feit dat niet eens is onderzocht wat de impact is van de uitvoering van het besluit op de emissie van CO2 en wat het besluit betekent voor de opgave om de uitstoot van CO2 en het energiegebruik met het oog op de klimaatverandering substantieel terug te dringen. Er is slechts (een beetje) gekeken naar manieren waarop het besluit zo kan worden uitgevoerd dat de toename van de emissie van CO2 en energiegebruik een beetje kan worden beperkt. Maar de toename van de emissie van CO2 en het energiegebruik wordt, zonder die ook maar bij benadering te kwantificeren, als vanzelfsprekend en onvermijdelijk geaccepteerd. Met andere woorden, de vraag of de verbreding van de A27 en de A12 in het licht van de klimaatverandering en de noodzaak om de uitstoot van CO2 en het energiegebruik terug te dringen überhaupt moet plaatsvinden wordt niet eens gesteld. En dat voor een regering waarin ook de PvdA zit die al sinds het Rapport van de Club van Rome (1972) vrome verhalen over grenzen aan de groei ophangt.

Dat het ontwerp tracébesluit totaal voorbij gaat aan de vraag of de verbreding van de A27 en de A12, gelet op het draconische probleem van de klimaatverandering, überhaupt moet plaatsvinden wordt in de hand gewerkt door het ontbreken van wet- en regelgeving waardoor de uitstoot van CO2 aan normen kan worden gebonden. Dat die wet- en regelgeving er niet is kan alleen maar wor­den verklaard door er vanuit te gaan dat de overheid wil voorkomen gedwongen te worden rekening te houden met klimaatdoelstellingen, waardoor infraprojecten als de verbreding van de A27/A12, waarmee de belangen van bouwend nederland met alles wat er omheen hangt (inclusief die van Rijkswaterstaat zelf en de vele adviesbureaus die daar hun werk aan te danken hebben) niet meer zouden kunnen worden uitgevoerd.

Naar het oordeel van de Klimaatpartij en de SSLU is het ontbreken van wettelijke normen door middel waarvan getoetst zou moeten worden of het tracébesluit voldoet aan eisen die gesteld zouden moeten worden om te doen wat noodzakelijk is om klimaatverandering tegen te gaan, echter in het geheel geen reden om daar bij de voorbereiding van het besluit dan maar geen rekening mee te houden. Het is dom, kortzichtig en onverantwoordelijk om alleen maar rekening te houden met belangen die door wettelijke normen worden beschermd. De Algemene wet bestuursrecht schrijft terecht een afweging voor van alle eventuele belangen. Die heeft dus niet plaatsgevonden, want aan het belang van het tegengaan van klimaatverandering is vrijwel volledig voorbijgegaan.

Het is verbijsterend te moeten vaststellen dat onze overheid, terwijl klimaat­deskundigen er vrijwel unaniem over eens zijn dat een klimaat catastrofe nau­welijks meer valt te voorkomen, voordat de wereld vergaat, nog gauw even wat extra snelweg wil aanleggen.

Wat betreft het belang van de luchtkwaliteit, voor zover in het geding wat betreft de uitstoot van stikstofdioxide (een indicatorgas waarmee wordt aangegeven in welke mate kankerverwekkende en anderszins ziekmakende stoffen in de lucht zitten als PAK’s, benzeen, dioxine e.d.) en fijnstof (dat naarmate het kleiner is dieper in de longen en via de longen in het bloed en in het lichaam terecht komt en daar ontstekingen en aandoeningen als kanker kan veroorzaken) wijzen de SSLU en de Klimaatpartij erop dat het aanvankelijk (1999) de bedoeling was om zowel NO2 als fijnstof in stappen terug te dringen. Om te beginnen werd de norm gelegd bij 40 microgram/m3, maar daarna zou de norm worden aangescherpt. Die voor fijnstof zou al in 2005 worden aangescherpt, die voor voor NO2 in 2010. De bedoeling was om op zijn minst uit te komen bij de normen zoals die door de Wereld Gezondheidsorganisatie worden gesteld.

Zoals bekend is van die voorgenomen aanscherping, vooral door de lobby door de Nederlandse regering bij de EU, niets terecht gekomen. Sterker nog, de normen zijn in allerlei opzichten juist minder streng gemaakt. Zo hoeft de concentratie NO2 niet meer op een afstand van 5 meter van de rand van de weg te worden vastgesteld, maar mag dat inmiddels op een afstand van 10 meter. Aanvankelijk moest overál aan de normen worden voldaan, inmiddels hoeft dan alleen nog maar op plaatsen waar mensen wonen en “significant” aan luchtverontreiniging worden blootgesteld, wat in de praktijk betekent dat op fietspaden, trottoirs, in voortuinen, op sportvelden en speeltuinen niet meer aan de normen hoeft te worden voldaan. In plaats van de normen aan te scherpen heeft de overheid de normen dus juist minder streng gemaakt, zodat de gezondheid van mens en dier steeds minder door die normen wordt beschermd. En dat allemaal om ervoor te zorgen dat de zorg voor de gezondheid niet in de weg kan staan aan de zorg voor bouwend nederland, de vernietiging van het milieu en de onrustbarend toenemende klimaatverandering.

Ook ten aanzien van de luchtkwaliteit (NO2 en fijnstof) wijzen de Klimaatpartij en de SSLU erop dat een afweging van belangen méér is dan het voldoen aan wettelijke normen en dat dié afweging klaarblijkelijk niet heeft plaatsgevonden.

Het RIVM berekende in 2005 dat er elk jaar tussen de 12.000 en 18.000 Nederlanders vroegtijdig sterven door luchtverontreiniging. Dat zou het geval zijn als overal nipt aan de normen zou worden voldaan. Een serieuze belangenafweging zou nu zijn als berekend werd hoeveel vroegtijdige doden en verziekte levensjaren het zou schelen als de verbreding van de A27 en de A12 achterwege zou blijven en welk belang zo zwaar weegt dat dat dient te prevaleren.

Het al of niet serieus aantonen dat het project aan wettelijke normen voldoet heeft nauwelijks iets met een afweging van belangen te maken. Sterker nog, het is een manier om die afweging van belangen juist niet te hoeven maken, althans niet zichtbaar te hoeven maken.

De Klimaatpartij en de SSLU willen er tenslotte op wijzen dat met het project astronomische kos­ten zijn verbonden en dat ook dat volstrekt krankzinnig is gelet op de schrijnende armoede in de wereld en ook in Nederland en de bezuini­gingen die plaatsvinden wat betreft elementaire voorzieningen.

 
Kees van Oosten (voorzitter De Klimaatpartij)

Gerard van de Vecht (voorzitter SSLU)

                     

  (*)    https://www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2015/37/uitstoot-verkeer-en-vervoer-daalt. De daling waarvan sprake in de titel van deze link sprake is heeft met fijnstof en NO2 te maken. De emissie van CO2 door het verkeer neemt juist toe.

Krankzinnig: meer asfalt om en in Utrecht

Het Kimaatakkoord dat vorig jaar in Parijs werd gesloten plaatst ook Nederland voor een immense opgave. Over 30 jaar moet de wereld vrij zijn van fossiele brandstof. Dus niet alleen zou het dan afgelopen moeten zijn met steenkolen en aardolie, maar ook met aardgas.

Dat klimaatakkoord houdt in dat de opwarming tot 1,5 graad Celsius beperkt moet blijven. Een dergelijke opwarming heeft al zeer ingrijpende gevolgen, zoals wegsmelten van het Noordpool ijs, verdere verwoestijning in droge landen, sterk toenemen van het aantal orkanen, stijging van de zeespiegel waardoor ook dichtbevolkte delta’s onder water komen te staan en niet te vergeten enorme regenbuien die ook in Nederland steeds vaker voorkomen.

Maatregelen die genomen moeten worden om de opwarming tot 1,5 graad Celsius te beperken gaan aanzienlijk verder dan woningen en kantoren beter isoleren, waartoe het beleid in Nederland zich tot op heden beperkt. Ook veel verder dan het plaatsen van zonnepanelen en het bouwen van windmolens (wat in de provincie Utrecht niet erg van de grond komt).

Het is een illusie om te denken dat wij fossiele energie in de mate waarin we die nu gebruiken, zouden kunnen vervangen door zonne- , wind en andere schone energie. Het kan niet op lange en al helemaal niet op korte termijn. Het moet gewoon minder, veel minder.

Zonder een drastische reductie in het gebruik van energie en fossiele grondstoffen komen we er niet. Voor heel veel producten (asfalt!) zijn aardolie en steenkool noodzakelijke grondstoffen. Het is dus niet voldoende het gebruik van energie terug te dringen, ook het gebruik van materialen moet teruggebracht worden waarvoor fossiele grondstof nodig is.

Wat stelselmatig over het hoofd wordt gezien is dat de productie die nodig is voor vrijwel alle non-food die wij hier kopen en verbruiken geproduceerd wordt in lage lonen landen en dat de CO2 die daarvoor nodig is dus onze CO2 is die in lage lonen in de lucht wordt gebracht. Dat wordt in onze CO2-balans ten onrechte niet meegenomen.

De CO2 reductie die wij hier in Nederland per saldo moeten realiseren gaat aanzienlijk verder dan wat de overheid ons wil doen geloven. Wij moeten immers ook de CO2 uitstoot terugbrengen die plaatsvindt in de lage lonen landen om ons te voorzien van bouwmaterialen, motoren en gebruiksgoederen in het algemeen.

Een belangrijke bron van CO2 uitstoot en energiegebruik is mobiliteit, in het bijzonder auto- en vrachtverkeer. In een stad als Utrecht maakt dat tussen de 30% en 40% uit van de lokale uitstoot. In 2014 was het verkeer en vervoer voor meer dan 20 procent verantwoordelijk voor de in Nederland uitgestoten hoeveelheid CO2. Binnen de sector zorgt het wegverkeer voor bijna 80 procent van de uitstoot, meer dan de helft (53 procent) is afkomstig van het personenvervoer.

Wanneer echter bij de CO2 uitstoot van verkeer en vervoer opgeteld wordt de CO2 uitstoot die nodig is voor de aanleg van wegen en rijkswegen, de aanleg van parkeervoorzieningen en de productie van auto’s en andere motorvoertuigen, dan is de totale uitstoot door verkeer en vervoer nog aanzienlijk meer dan die landelijke 20%.

De verbreding van de A27 is gelet op de enorme inspanning die gedaan moet worden om het energiegebruik, de uitstoot van CO2 en het gebruik van fossiele grondstof terug te dringen volstrekt krankzinnig. Dat geldt uiteraard ook voor het voornemen om van de Marxdreef en de Schweitzerdreef langs Overvecht een snelweg te maken, waarmee de RING om Utrecht wordt gesloten en voor de aanleg van de ondergrondse parkeervoorziening onder het Jaarbeursplein (naast het station).

Dat het Utrechtse college een zienswijze indient tegen de voorgenomen verbreding van de A27 is overigens behoorlijk hypocriet. Immers, het beleid van dit college is niet gericht op het terugdringen en ontmoedigen van het autogebruik. De milieuzone heeft geen andere doel dan het autoverkeer niet te hoeven terugdringen. In plaats van het terugdringen van het autoverkeer is het beleid van de gemeente erop gericht het zoveel mogelijk te verplaatsen naar de RING waarmee het college minister Schultz een extra argument verschaft om de A27 te verbreden.

Waarom is het aanleggen van nog meer asfalt en het stimuleren van nog meer autoverkeer krankzinnig? Omdat de mensheid door klimaatopwarming met de ondergang wordt bedreigd en de overheid besluit om voor dat het te laat is nog flink wat extra asfalt aan te leggen en gebruik van fossiele energie extra aan te moedigen.

Racisme en hypocriete politiek

Wat beweegt mensen die zich hatelijk uitlaten over alles wat niet blank en hollands is? Waarom wordt Nederland steeds racistischer en wat moet daar tegen worden gedaan?

Er blijkt maar heel weinig voor nodig te zijn om haat tegen minderheden op te roepen en te mobili­seren. Studies naar genocides laten zien hoe mensen die vredig naast elkaar wonen, zelfs familie van elkaar zijn, elkaar opeens naar het leven staan.

Haat tegen minderheden komt niet spontaan in mensen op. Wat nodig is zijn omstandigheden als werkloosheid, woningnood, grote ongelijkheid, armoede. Die roepen boosheid in mensen op waar ze iets mee moeten. Voor een aanstichter met wat charisma is het niet moeilijk om die boosheid te richten op een zondebok.

Aanstichters zijn lieden die er belang bij hebben haat tegen minderheden op te roepen. Dat belang  hoeft niet te zijn dat zij zelf een hekel hebben aan minderheden. Dat belang is doorgaans dat zij een belangrijke rol willen spelen en dat het ophitsen van een menigte boze mensen tegen minderheden een beproefd en effectief middel is.

Hitler had tot zijn 18e jaar niets tegen Joden wat hem onderscheidde van zijn omgeving. In Wenen ontdekte hij echter dat hij zich populariteit kon verwerven door op Joden af te geven. Veel grote en kleine politici worden racist niet omdat ze dat altijd al waren maar omdat ze daardoor hun politieke ambities kun­nen realiseren.

Zonder werkloosheid, woningnood, grote ongelijkheid en armoede hebben politici die oproepen tot haat tegen minderheden weinig kans. Wie haat en racisme wil bestrijden doet er goed aan werkloosheid, woningnood, grote ongelijkheid en armoede te bestrijden en zich bovendien te realiseren dat racisme ook wordt aangewakkerd om daar niets tegen te hoeven doen en het onvermogen om daar iets tegen te doen te maskeren.

Essentieel in een strategie om haat en racisme te bestrijden is dat politici die daar garen bij spinnen en dat aanwakkeren worden gezien als demagogen: lieden die heilige verontwaardiging weten te spelen over onderwerpen waar ze alleen in geïnteresseerd zijn omdat ze daarmee mensen kunnen bespe­len die balen van hun achterstelling. Overigens, die demagogen zitten niet alleen bij de PVV.

De beste strategie om het racisme te bestrijden dat vooral in sociale media wordt geventileerd is niet om de aanval te concentreren op de slecht geïnformeerde reageerders, maar op schijnheilige politici die zich voordoen als moreel hoogstaand maar maatschappelijke ongelijkheid niet aanpakken en verantwoordelijk zijn voor een onmenselijk vreemdelingenbeleid dat afkeer van vreemdelingen en vluch­telingen legitimeert.

Het zou een goede zaak zijn als de boosheid van reageerders in sociale media zo omgebogen kon worden  dat hypocriete politici er het doelwit van vormen en daardoor niet meer de mogelijkheid hebben om achtergestelde groepen tegen elkaar op te zetten.

Discriminatie in Nederland

63% van de gedetineerden is allochtoon, terwijl allochtonen slechts 21,6% van de totale Nederlandse bevolking uitmaken.

Mensen die discrimineren zijn er meestal van overtuigd dat ze helemaal niet discrimineren en ont­steken in heilige verontwaardiging als zij er van beschuldigd worden dat ze dat wél doen. Voor landen geldt hetzelfde. Nederlanders denken in grote meerderheid dat discriminatie wél in andere landen voorkomt maar niet in Nederland. Dat de VN vindt dat de figuur van zwarte piet discriminerend is vinden de meeste Nederlanders, net als minister-president Mark Rutte, maar onzin en geen reden om de vraag te stellen of Nederland wel zo zuiver op de graat is. Ook het feit dat 30% van de Nederlanders op Wilders overweegt te stemmen, PvdA-Rob Oudkerk het over “kut Marokkanen” heeft en PvdA-voorzitter Spekman er voor pleit om “Marokkanen die niet willen deugen moet je vernederen, voor de ogen van hun eigen mensen” lijkt niet voldoende te zijn af te rekenen met de mythe dat wij in land leven waar het met de discriminatie wel meevalt.

Het door de Raad van Europa in 2013 over discriminatie in Nederland uitgegeven ECRI-Rapport wijst erop dat Nederland nog steeds niet het uit 1990 daterende Internationaal Verdrag inzake de bescherming van de rechten van alle migrerende werknemers en leden van hun gezin ondertekend heeft en even­min een flink aantal racistische gedragingen nog steeds niet strafbaar heeft gesteld, zoals:

“racistisch bedoelde openbare ontkenning, bagatellisering, rechtvaardiging of goedkeuring van geno­cide, misdaden tegen de menselijkheid of oorlogsmisdaden, openbare uitingen met een racistisch oog­merk van een ideologie die superioriteit of minderwaardigheid van een bepaalde groep mensen op grond van ras, huiskleur, taal, godsdienst, nationaliteit of etnische afkomst propageert.”

Ook wordt erop gewezen dat politie en officieren van justitie beter moet optreden tegen racistisch gemotiveerde misdrijven en de doeltreffendheid van hun optreden moeten bijhouden en evalueren. Kritiek is er op de vrijspraak van Wilders in 2011 door de rechtbank Amsterdam en op het feit dat daar geen hoger beroep tegen is ingesteld. De zaak was door het OM aangebracht op grond van uit­latingen van Wilders als:

“Je zult zien dat al het kwade dat de zoons van Allah tegen ons en henzelf begaan, uit de Koran afkomstig is”. “We moeten de tsunami van islamisering stoppen”. “Eén op de vijf Marokkaanse jonge­ren staat als verdachte bij de politie geregistreerd, Hun gedrag vloeit voort uit hun godsdienst en cul­tuur. Je kunt dat niet los van elkaar zien.”. “De Koran is het Mein Kampf van een religie die beoogt an­deren te elimineren.” “Ik heb genoeg van de islam: geen moslim immigrant er meer bij”.

In het rapport wordt vastgesteld dat door de vrijspraak van Wilders het aantal racistische uitlatingen op internet is toegenomen en de bereidheid van website beheerders om die op verzoek van het Meldpunt Discri­mi­­natie Internet er af te halen is afgenomen. Grote zorgen maakt men zich over het stopzetten van subsidie aan dit Meldpunt en, overigens, ook aan “Art.1”, het nationale kenniscen­trum discriminatie Nederland en aan het Landelijk Overleg Minderheden. Kritiek is er op het feit dat de Nederlandse re­gering nog steeds geen Nationaal Actieplan tegen Racisme heeft, hoewel dat in 2007 aangekondigd werd.

Kritiek is er op het feit dat te weinig wordt gedaan om segregatie in onderwijs tegen te gaan, waar­door steeds meer “witte” en “zwarte” scholen ontstaan. Kritiek is er ook op het stopzetten van speci­fiek beleid ter verbetering van de positie van kwetsbare groepen op de arbeidsmarkt en op de uitbui­ting van tijdelijk in Nederland werkzame personen door werkgevers (bijv. bij champignonkwekerijen) en uitzendbureaus (huisvesting in “gettoachtige” omgeving). Geadviseerd wordt om harder op te treden tegen horecabedrijven die discrimineren, bijvoorbeeld door de horecavergunning in te trekken. Kritiek is er op het feit niet-Nederlandse burgers vaak geen hypotheek of bankrekening kunnen krijgen. En kritiek is er op het feit dat je een baan of een uitkering geweigerd kan worden als je om religieuze redenen je baard laat staan of geen handen schudt met iemand van het andere geslacht. Met klem wordt geadviseerd eens en voor altijd af te rekenen met het voorstel voor een verbod  op het dragen van gezicht bedekkende kleding in het openbaar.

Met verontrusting stelt het rapport vast dat het sociaal contact tussen blanke autochtone Nederlanders en bepaalde kwetsbare groepen (zoals Marokkanen, Turken, Antillianen en Surinamers) de afgelopen 17 jaar is verminderd en dat deze gemeenschappen zich minder geaccepteerd zijn gaan voelen. Ook wordt vastgesteld dat de regering vanaf 2011 afstand is gaan nemen van het model van de multiculturele samenleving en zeer strenge toelatingseisen is gaan stellen aan migranten “die volgens het Eu­ropese Hof van Justitie niet voldoen aan de EU-regelgeving”. Politici en media hebben, aldus het rapport, steeds meer de neiging om de vestiging van Oost-Europese arbeiders en de aanwezigheid van de islam af te schilderen als bedreiging voor de Nederlandse samenleving. Zo klaagde PvdA-wethouder Marnix Norder in Den Haag over de “tsnunami van Oost-Europeanen” en verklaarde Wilders dat “Oost-Europeanen misdaden plegen, zware drinkers zijn, misbruik van het stelsel van sociale voorzieningen en banen in­pikken”. Tegen het door de PVV instellen van het meldpunt voor klachten Midden- en Oost Europea­nen weigerde de Nederlandse regering op te treden. Ook tegen de qualifikatie “kopvoddentaks” door Wilders werd geen actie genomen. Verder memoreert het rapport racistische uitlatingen in de sport zoals “Hamas, Hamas, Joden aan het gas” en een toenemend aantal geweldsincidenten bij moskeeën en jegens Joden, Polen, Roma en Marokkanen.

Verder wordt er in het rapport op aangedrongen de be­hoeften van Roma, Sinti en woonwagenbewoners aan stand­plaatsen te inventariseren en te zorgen dat er daar genoeg van zijn (kan Utrecht in zijn zak steken). Geadviseerd wordt om de bepaling in de Vreemdelingenwet te schrappen waarin wordt geëist dat voor gezinshereniging van een vluchteling het gezin al moet zijn gevormd voor dat het land werd ontvlucht, geadviseerd wordt afgewezen asielzoekers die niet het land uit kunnen worden gezet voldoende ondersteu­ning krijgen, dat bepalingen worden geschrapt dat het niet tijdig halen van inburgeringsexamen wordt beboet of zelfs intrekking tot gevolg heeft van de tijdelijke verblijfsvergunning, dat leges voor verblijfsvergunningen en inburgeringscursussen betaalbaar moeten zijn (dus niet 1250 resp. 1200  euro). Tenslotte waarschuwt het rapport tegen “racial profiling” door de politie en wordt geadviseerd om meer (ook leidinggevende) politiemede­werkers te rekruteren uit etnische minderheden.

Bijzondere aandacht verdient de aanbeveling de materiële reikwijdte  van de Algemene Wet Gelijke Behandeling uit te breiden, zodat daar ook belangrijke overheidstaken onder vallen. Daar voelt de regering echter niets voor. “van de Nederlandse autoriteit [werd] vernomen dat zij niet plan zijn de materiële reikwijdt van de AWGB uit te breiden naar overheidstaken…”. Dat er uit het rapport niet valt op te maken of en in welke mate de overheid zelf zich aan discriminatie schuldig maakt valt dus eenvoudig te verklaren uit het feit dat de burger die zich over discriminatie door de overheid beklagen wil  (bijvoorbeeld over de politie of de gemeentelijke afdeling handhaving) zich daarbij niet beroepen kan op de AWGB. Reden tot klagen is er waarschijnlijk genoeg. Om dat met één voorbeeld te illustreren:

Als allochtoon krijg je niet zo maar een vergunning om een theehuis te beginnen, althans niet in Utrecht. In Utrecht mag de horeca 24 uur per etmaal open zijn. Zo niet het Marokkaans theehuis, dat moest ‘s avonds om 23.00 uur dicht. Hieronder de reden die in het besluit werd aangevoerd.

“Koffie- en theehuizen plegen over het algemeen uitsluitend bezoekers met een Marokkaanse of Turkse achter­grond aan te trekken. Vrouwen of bezoekers van Nederlandse afkomst worden er zelden of nooit waargenomen. Voorts is het eerder regel dan uitzondering dat de bezoekers voor of bij de toegang van dergelijke horecagele­gen­heden rondhangen, wat naast de geluidsoverlast die dit geeft intimiderend kan werken op passanten of bezoekers van nabijgelegen zaken. Vervolgens plegen gemotoriseerde bezoekers niet zelden de motor tijdens het bezoek te laten draaien, dubbel te parkeren, de autoradio aan te laten staan tijdens een kortstondig bezoek en hard aan- en afrijden. Een koffie- of theehuis geeft als soort horecabedrijf, met andere woorden, over het alge­meen een grotere kans op overlast dan andersoortige horecabedrijven zoals een lunchroom of restaurant.”

 

Renovatie Kanaleneiland alleen voor witte yuppen

renovatie kanaleneiland 4

De flats tussen het kanaal en het winkelcentrum Kanaleneiland worden heel mooi opgeknapt. Ze zijn gebouwd begin 70-er jaren. Mitros en Portaal wilden ze eigenlijk afbreken en vervangen door koopwoningen, maar daar hebben de bewoners (voornamelijk van Turkse en Marokkaanse afkomst) zich met succes tegen verzet.

Waar deze allochtone bewoners enorm van balen (en volkomen terecht) is dat de wijk nu wél wordt opgeknapt, maar niet voor hun. Voordat het besluit genomen werd de flats niet af te breken werden alle oorspronkelijke bewoners er eerst uitgewerkt met het verhaal dat slopen onherroepelijk was. Met het gedwongen vertrek van de allochtone bewoners was het doel van de gemeente eigenlijk al bereikt en hoefden de flats dus niet meer weg.

In 2001 besloot de gemeente akkoord te gaan met de sloop en nieuwbouw. Dat was in het kader van de “De Utrechtse Opgave” (DUO). Dat DUO-beleid was erop gericht het aandeel kansarmen (waartoe in discriminerend Nederland relatief veel allochtonen behoren) in wijken als Kanaleneiland en Overvecht terug te dringen door de flats waarin die kansarmen wonen af te breken en te vervangen door koopwoningen die alleen betaalbaar zijn voor yuppen.

Het beleid om het aandeel kansarmen in Kanaleneiland en Overvecht terug te dringen was eigenlijk een beleid gericht op vermindering van het percentage bewoners van Marokkaanse en Turkse afkomst. Zoveel Marokkanen en Turken bij elkaar zou volgens de gemeente criminaliteit in de hand werken. Het slopen van sociale huur flats paste dus in een beleid van gedwongen spreiding van allochtonen.

De woningvoorraad in Utrecht bestond in de 90-er jaren nog voor bijna de helft uit sociale huurwoningen. Partijen als GroenLinks en de PvdA, die beweren voor kansarmen en minderheden op te komen, vonden dat dat aandeel best minder kon: 30%. Ze stemden immers met alle gebiedsplannen in waarmee uitvoering werd gegeven aan het DUO-beleid.

Als de renovatie klaar is worden de allochtone bewoners die gedwongen waren daar te vertrekken uitgenodigd om te komen kijken hoe mooi zij hadden kunnen wonen als ze niet kansarm en allochtoon waren geweest.

Terrorisme als vergelding

foto kinderslachtoffers

“Europa en zijn hoofdstad lijden nu dezelfde pijn die het Midden-Oosten elke dag voelt”, aldus Federica Mogherini, hoge vertegenwoordiger voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid van de Europese Unie. Als het aan onze regeringsleiders ligt zijn de aanslagen in Parijs en Brussel nog maar het begin en kunnen we die ook in Utrecht tegemoet zien.

Onze veiligheid zal er namelijk niet beter van worden zolang onze regeringsleiders terroristische acties verklaren uit ideologische, religieuze en psychologische motieven. Volgens de AIVD zou het terroristen gaan om het bereiken van veranderingen die de maatschappij in overeenstemming brengen met hun radicale ideologie en religie. Een verklaring die weinig uitzicht biedt op een verstandig beleid en in feite neerkomt op de opvatting van Wilders, namelijk dat de Islam of een variant daarvan de oorzaak is.

Dat allochtone jongeren in Europa betrokken raken bij terroristische acties wordt ook vaak verklaard door te wijzen op mislukte integratie. Preventie moet er dan op gericht zijn allochtone jongeren hun school af te laten maken (desnoods door ze tot hun 23e te dwingen naar school te gaan), niet teveel bij elkaar te laten wonen (sloop van flats in Overvecht, Hoograven en Kanaleneiland), goed in de gaten te houden en streng te handhaven. In Utrecht hebben we van dat beleid het nodige meegemaakt: veel camera’s op straat, samenscholingsverboden, mosquito’s, preventief sluitingsuur voor Marokkaans theehuis.

Amnesty International zit waarschijnlijk veel dichter bij de waarheid. “Terrorisme vindt vaak een voedingsbodem in grote armoede en onrecht, die zouden door hulp en ontwikkeling verbeterd kunnen worden”. Amnesty wijst er ook op dat terroristen vaak hoger opgeleid zijn. Er zou, nog steeds volgens Amnesty, ook niet zijn gebleken dat het om mannen en vrouwen gaat die psychisch iets mankeren.

Erg moeilijk is het niet te bedenken wat met name allochtone jongeren in Europa er toe kan brengen hun toevlucht te nemen tot terrorisme: de discriminatie waar zij zelf aan blootstaan werkt in de hand dat zij zich solidair voelen met bijvoorbeeld Palestijnen, Syriërs, Irakezen, Afghanen, Somaliërs, Pakistani, Libiërs, Berbers die het slachtoffer zijn van onderdrukking en terreur waar het Westen niets tegen doet, zelf bij betrokken is of die het zelf organiseert en uitvoert.

Volken die zich van het kolonialisme hebben bevrijd worden geteisterd door corrupte elites en dictators die doorgaans door het Westen aan de macht zijn geholpen, in het zadel worden gehouden (en zo nodig vervangen) om het rijke Westen te helpen aan goedkope olie en grondstoffen en om westerse multinationals ter wille te zijn. Slagen die dictators er zelf niet in zich te handhaven, dan schiet het Westen militair dan wel paramilitair te hulp om de oppositie de kop in te drukken. Met voornamelijk burgerslachtoffers als gevolg.

Vluchtelingen die proberen te ontkomen aan de ellende die het Westen in hun land heeft teweeggebracht mogen van onze regeringsleiders verdrinken in zee, tegengehouden worden door prikkeldraadversperringen of teruggestuurd worden naar landen die betaald worden om ze op te sluiten in concentratiekampen. Tegen dat beleid wordt ook hier te lande nauwelijks geprotesteerd, want de opvatting dat je van rijke landen toch niet kan verwachten dat zij armen en ontheemden toelaten is vrij algemeen. Dat moeten de arme regio’s maar doen rond de landen waar de vluchtelingen vandaan komen.

Wie echt wil weten wat met name allochtone jongeren motiveert die zich met terreur inlaten zou met de mogelijkheid rekening moeten houden dat dat vergelding is. Vergelding omdat zij gediscrimineerd worden en omdat zij ons de pijn willen laten voelen die, zoals Mogherini zei, de mensen in het Midden-Oosten elke dag voelen. Wij, Europese burgers, staan immers onze overheid toe te discrimineren, niet tegen discriminatie op te treden en bovendien met geweld huis te houden in het Midden-Oosten, vluchtelingen terug te sturen naar armoede- en oorlogsgebieden en massaal te laten verdrinken op zee.

Door terreur te verklaren uit vergelding wordt die niet goed gepraat, maar het wordt wel duidelijk wat gedaan moet worden om terreur echt tegen te gaan en daarmee onze veiligheid en niet te vergeten die van de mensen in het Midden-Oosten te bewerkstelligen.

Waar komt de afkeer van vreemdelingen vandaan?

Achter politieke leiders aan lopen die het volk opzetten tegen vreemdelingen en vluchtelingen is de beste manier om armoede en ongelijkheid in stand te houden.

Wantrouwen tegen vluchtelingen en vreemdelingen is iets wat mensen wordt aangepraat door politieke leiders. Politieke leiders hebben er een handje van om bevolkingsgroepen tegen elkaar op te zetten. Niet alleen Wilders doet dat, maar vrijwel alle politieke partijen doen daar aan mee.

Jaren voordat Wilders zijn eigen partij begon (2004) nam de Tweede Kamer de Vreemdelingenwet aan. Dat was in 2000. Die wet was voorbereid door Cohen, destijds staatssecretaris voor de PvdA. Die vreemdelingenwet had de bedoeling om alle vreemdelingen (van buiten Europa) zoveel mogelijk buiten de deur te houden.

Verschillen van mening tussen politieke partijen gaan in Nederland alleen over de vraag hoe onmenselijk het asiel- en vluchtelingenbeleid mag zijn. Als je niet vervolgd wordt in je eigen land kom je Nederland niet in. Of je moet trouwen met een Nederlander. Er is maar één uitzondering: als de vreemdeling bijdraagt aan onze economie is hij natuurlijk altijd welkom.

Als alle politieke partijen het standpunt hebben dat vreemdelingen zoveel mogelijk buiten de deur gehouden moeten worden, ligt het voor de hand dat mensen gaan denken: “Die vreemdelingen, daar is iets mee. Het zal niet voor niets  zijn dat die er niet in mogen”. Wat hebben die politieke partijen tegen vreemdelingen?

In de eerste plaats zijn politieke partijen bang dat vreemdelingen van onze welvaart profiteren. Dat zou geen probleem zijn want er zijn veel welgestelde mensen in Nederland die best wat kunnen missen. Maar die houden die rijkdom liever voor zichzelf. En dus praten ze iedereen aan dat Nederland vol is.

In de tweede plaats worden vreemdelingen gebruikt als zondebok. Van alles wat er niet goed gaat krijgen vreemdelingen de schuld, zodat politici en politieke partijen hun eigen domheid en kortzichtigheid kunnen verdoezelen. In plaats van toe te geven dat er geld over de balk wordt gegooid beweert de politiek dat er bezuinigd moet worden doordat er teveel migranten binnen komen.

In de derde plaats hebben politieke leiders er altijd al een handje van gehad verdeeldheid te zaaien en het volk tegen vreemdelingen op te zetten. En het volk laat zich keer op keer bij de neus nemen, want het is de geschiedenis vergeten. Het is vergeten hoe de nazi’s de Duiters tegen de Joden opzetten, hoe de Hutu’s en Tutsi’s en de Bosniërs en Serviërs tegen elkaar werden opgezet.

In Utrecht zijn duizenden goede sociale huurwoningen gesloopt waardoor de huren de pan uit rijzen. Er worden honderden miljoenen euro’s over de balk gegooid (muziekpaleis, stationsgebied), meer dan genoeg om de armoede op te heffen, schoolzwemmen te betalen, te zorgen voor gratis buitenschoolse opvang en om betaalbare huurwoningen te bouwen voor iedereen.

Het volk dat zo op vreemdelingen en vluchtelingen afgeeft zou verstandiger moeten zijn en moeten begrijpen dat armoede alleen maar bestreden en voorkomen kan worden door het geld weg te halen bij de mensen die er teveel van hebben en bij politici die het over de balk gooien en het te brengen aan de mensen die gebrek lijden.

Achter politieke leiders aan lopen die het volk opzetten tegen vreemdelingen en vluchtelingen is de beste manier om armoede en ongelijkheid in stand te houden. Wie zich tegen vluchtelingen laat opzetten en uitspelen is niet alleen oneerlijk bezig maar gooit bovendien zijn eigen glazen in.

Het hoeft niet te helpen, als het maar veel kost

“Sorry arme mensen, we hadden er best 10 miljoen bij kunnen doen, maar die geven we liever uit aan een maatregel met een marginaal effect”

GroenLinks en D66 zijn erg tevreden met de uitspraak van de rechtbank over de milieuzone. De rechtbank overwoog dat de milieuzone wellicht slechts een marginaal effect heeft, maar dat dat geen reden is voor de rechtbank om er een stokje voor te steken.

M.a.w. als de meerderheid in de raad vindt dat het geen probleem is om 10 miljoen uit te geven voor een maatregel met een marginaal effect (en bezitters van een diesel Euro 1 en 2 te dwingen om kosten te maken voor diesel met een recenter bouwjaar), dan moet de gemeenteraad dat zelf weten.

Voor het jaar 2016 heeft het college 14,372 miljoen uitgetrokken voor het armoedebeleid. Hoe leggen GroenLinks en D66 aan de mensen die in armoede leven uit dat Utrecht geen geld meer heeft voor het Woonlastenfonds, Individuele inkomenstoeslag (voor langdurige armoede), de regeling voor ouderen en dat er niet meer geld bij kan voor schuldhulpverlening?

Hoe leggen GroenLinks en D66 het aan arme mensen uit dat ze er de komende jaren verder op achteruit gaan? Immers, het bedrag voor het armoedebeleid wordt bevroren, maar er komen steeds meer armen bij.

“Sorry arme mensen, we hadden er best 10 miljoen bij kunnen doen, maar die geven we liever uit aan een maatregel met een marginaal effect”. GroenLinks is een partij die beweert voor arme mensen op te komen.

“Sorry arme mensen, we geven liever 50 miljoen uit voor een ondergrondse parkeergarage onder het Jaarbeursplein dan wat extra’s uit te geven om de armoede te bestrijden”. GroenLinks beweert groen te zijn.

Sorry mensen die geen geld hebben om hun kinderen op zwemles te doen, zelf thuiszorg te betalen of hun kinderen ‘s ochtends een goed ontbijt te geven. GroenLinks geeft liever 80 miljoen uit om een snelweg aan te leggen aan de oostkant van Overvecht en nog eens 50 miljoen voor de reconstructie van het Anne Frankplein en het 5 Meiplein (om het centrum beter bereikbaar te maken voor auto’s), ruim 50 miljoen voor de fly-over bij het 24 Oktoberplein, etc.

Dat D66 zich niet bekommert om de armen in de stad, dat wisten we al. Maar dat GroenLinks van het zelfde laken en pak is, en dat het dus niets uitmaakt of je GroenLinks,  D66 (of de VVD) kiest, dat weet GroenLinks nog steeds achter veel vrome praatjes te verbergen.

Wat beweegt partijen als GroenLinks en D66 om honderden miljoenen uit te geven voor asfaltplannen en maatregelen met een marginaal effect en de armen in de stad nog armer te maken?

Het antwoord is eenvoudig: financiële instellingen, grote projectontwikkelaars en aannemers, slimme adviesbureaus, hebben uitstekende en warme contacten met hoge ambtenaren. Samen bedenken ze plannen en maatregelen die een hoop werk en geld opleveren. Dat de bevolking daar niet om heeft gevraagd boeit ze niet. En dat die plannen en maatregelen niets helpen om wat voor probleem dan ook op te lossen boeit ze ook niet. Als het maar werk en geld oplevert.

Sinds de oratie (1969) van staatsraad en hoogleraar Crince le Roy is het begrip ‘vierde macht’ een open deur. Hoogleraar Van Boven betoogde in 2000 dat de macht van de ambtenaren sinds 1969 alleen maar verder was toegenomen (‘De vierde macht revisited’). Logisch dat projectontwikkelaars, adviesbureaus, aannemers en financiers de deur bij de ambtelijke dienst platlopen.

De (vierde) macht van de ambtelijke dienst maakt dat wethouders niets te vertellen hebben. Ze mogen het beleid aan de raad verkopen (en net doen als of het hun beleid is) waarvan de basis is gelegd lang voordat ze wethouder werden. Genoeg ijdeltuiten zonder principes die zich voor zo’n baantje lenen (pakweg 10.000 euro per maand).

En wat doen partijen als GroenLinks en D66? Die steunen hun wethouder in het college door dik en dun, want er zijn er nog meer die wethouder willen worden of een andere lucratieve functie waar ze de partij voor nodig hebben.

Sorry, arme mensen. Jullie zijn totaal onbelangrijk. Het gaat er in de politiek helaas niet om problemen van (arme) mensen op te lossen. Politici hebben een hoger doel, ook die van GroenLinks. Dat hogere doel is naar de pijpen te dansen van invloedrijke ambtenaren en ondernemers die het niets kan schelen of plannen en maatregelen helpen, als ze maar werk en geld opleveren.

Stadsgesprek als fopspeen

Bij het aantreden van het nieuwe college in Utrecht in 2014 van D66, GrL, VVD en SP werd de bevolking uitgenodigd deel te nemen het groots opgezette spektakel van het stadsgesprek ‘Wij maken Utrecht’. Kosten 25.475 euro.

Verdeeld over heel veel groepjes en tafeltjes mochten de deelnemers brainstormen over wonen, verkeer, cultuur, werken, duurzaamheid e.d. Daar kregen ze een half uurtje voor, want de rest van de tijd ging heen met luisteren. Naar de gespreksleiding en andere belangrijke mensen.

Iedereen werd opgeroepen zijn of haar suggesties voor het beleid van het nieuwe college op kleine gekleurde papiertjes te schrijven. Die werden opgehangen aan lange lijnen en dat was een vrolijk gezicht, waarmee het nieuwe college wilde uitstralen dat “wij samen Utrecht maken”.

Een half jaar later (11-12-2014) werd er een wob-verzoek gedaan, waarin werd gevraagd om inzage in documenten ‘waaruit blijkt welk gevolg is gegeven aan de inbreng van de deelnemers van het stadsgesprek van 16 april. Welke acties zijn in gang gezet om uitvoering te geven aan de suggesties en voorstellen die wij tijdens het stadsgesprek hebben gedaan’.

Tot op heden weigert het college een besluit te nemen naar aanleiding van het in december 2014 ingediende wob-verzoek. Meerdere herinneringen aan het college én aan de gemeenteraad hebben er nog steeds niet toegeleid dat het college besluit uit een document te laten blijken dat er überhaupt iets is gedaan met onze inbreng tijdens dat stadsgesprek.

Tegen het niet nemen van het gevraagde wob-besluit is in juni 2015 beroep ingesteld. Dat beroep zal worden behandeld 10 november. Daar zal de gemeente aanvoeren dat dat stadsgesprek van 16 april 2014 een initiatief was van D66, GrL, VVD en SP en niet van de gemeente en dat het college om die reden niet op het wob-verzoek hoeft te reageren.

Het verweer van de gemeente is juridisch niet sterk. Op wiens initiatief dat (door de gemeente betaalde) stadsgesprek heeft plaatsgevonden is namelijk niet de kwestie. Het gaat erom of de gemeente een document heeft waaruit blijkt dat er iets gedaan is door de gemeente met onze inbreng tijdens dat stadsgesprek van 16 april 2014. Op die vraag wil het college kennelijk geen antwoord geven.

Waarom wil het college geen antwoord geven op de vraag wat er met onze inbreng is gedaan? Het antwoord is: omdat er niets mee gedaan is. En dat is inderdaad pijnlijk om dat te moeten antwoorden.

In totaal hebben er inmiddels elf stadsgesprekken plaatsgevonden. Wat er met onze inbreng wordt gedaan is volstrekt onduidelijk. Te vrezen valt dat er, net als met het eerste stadsgesprek op 16 juni 2014, niets mee wordt gedaan.

De functie van die stadsgesprekken is ook helemaal niet om burgers invloed te geven. Beslissingen over wat er met de stad moet gebeuren staan vast, zijn vaak al jaren geleden genomen. Waarom dan toch die stadsgesprekken? Die zijn bedacht door handige reclamebureaus en hebben geen ander doel dan bij de burger de valse schijn te wekken dat zijn mening er toe doet.

Wie wel eens een zienswijze of bezwaarschrift heeft ingediend, weet dat de gemeente zo’n zienswijze of bezwaarschrift vrijwel nooit honoreert. Dat de gemeente de mening van de burger wél zou honoreren als die uit een stadsgesprek blijkt is dan natuurlijk ondenkbaar.

Het feit dat het college nog steeds weigert uit een document te laten blijken wat er met de input van de deelnemers van het stadsgesprek van 16 april 2014 is gedaan laat aan duidelijkheid niets te wensen over.