De groene prijzen partij

Kort na haar aantreden als wethouder wist Mirjam de Rijk (GroenLinks) de prijs voor de klimaatvriendelijkste wethouder 2010 in de wacht te slepen. De prijs werd haar verleend door het FairClimateFund, dat er overigens geen been in ziet om business met klimaat actie te combineren.

klimaatvriendelijkste wethouder 2010

Een jaar later ontving Mirjam de Rijk weer zo’n mooie prijs. Dit keer van de Utrechtse Natuur- en Milieufederatie (NMU) : de ‘Groene Trui’ voor de voorbeeldige klimaatambities van het nieuwe Utrechtse college (2010-2014), waarbij het voornemen om windmolens voor schone energie te bouwen een belangrijke reden was de prijs toe te kennen.
(Zie de site : http://www.geenstijl.nl/mt/archieven/2011/10/alweer_nepotisme_award_voor_mi.html).

groene trui

Op de foto herkennen we Lot van Hooijdonk, destijds adjunct directeur van de NMU die haar partijgenoot aan de Groene Trui hielp. Kort na haar aantreden verklaarde Van Hooijdonk in gesprek DeStadUtrecht (2-9-2014) niet met windmolens getrouwd te zijn.

niet met windmolens getrouwd

Inmiddels is het de beurt van Lot van Hooijdonk om als GroenLinks-wethouder prijzen in ontvangst te nemen. In juni 2015 werd Utrecht de Solar City Award toegekend.
solar city

De Stichting Solar Days, die de Solar City Award toekent, wordt gerund door ene Peer de Rijk. Jawel, de broer van Mirjam de Rijk. (Overigens niet op de foto hierboven). Het adres van Solar Days is hetzelfde als dat van Milieudefensie, waar Mirjam en Peer de Rijk geruime tijd werkzaam waren, de laatste ook als bestuurslid. (www.peerderijk.nl).

Maar er komen nog meer prijzen. De gemeente Utrecht blijkt zich te hebben aangemeld bij Eurocities als lichtend voorbeeld van participatie vanwege de wijze waarop de bevolking (165 door loting aangewezen burgers die daar 600 euro mee verdienden) ‘helemaal zelf’ het Energieplan Utrecht zou hebben gemaakt. De kans dat Utrecht de prijs in de wacht sleept is groot, want wethouder Lot van Hooijdonk is voorzitter van ‘Eurocities Environment Forum’.

tweet hooijdonk

De kans dat GroenLinks- wethouders nog veel meer milieu- en klimaatprijzen voor Utrecht in de wacht gaan slepen is groot, want in het wereldje waarin  dankzij subsidies groene stichtingen en bedrijfjes banen bieden aan zakelijk ingestelde klimaatverbeteraars is GroenLinks sterk vertegenwoordigd.

Al die prijzen zijn overigens heel hard nodig, want de resultaten van het Utrechtse klimaatbeleid zijn er niet. Uit het recent gepubliceerde Harmelink evaluatie-rapport blijkt dat er ondanks alle mooie prijzen al jaren geen sprake is van noemenswaardige CO2-reductie in Utrecht.

Die prijzen zijn dus kennelijk nodig om bij de Utrechtse bevolking de indruk te wekken dat de GroenLinks-wethouders het niettemin geweldig doen. En natuurlijk om ambitieuze partijleden aan het imago van groene daadkracht en een mooie carrière te helpen.

 

Links en de nieuwe elite

animal farm

In 1963 bracht de PvdA een rapport uit dat veel invloed zou hebben: ‘Om de kwaliteit van het bestaan’. De geestelijke vader was Joop den Uyl. En die was weer erg beïnvloed door de Amerikaanse econoom Galbraith (‘The affluent society’).

De strekking van het rapport was (ruim een halve eeuw geleden!) dat een verdere toename van de particuliere consumptie ten koste zou gaan van de kwaliteit van het bestaan voor iedereen. Den Uyl vreesde voor Amerikaanse toestanden: overvloed voor een minderheid en gebrek bij de massa.

De oplossing die Den Uyl propageerde was progressieve belasting, waardoor extra kon worden besteed aan onderwijs, zorg, sociale woningbouw, water, infrastructuur. Een verschuiving dus van particuliere consumptie naar collectieve bestedingen. Een belangrijk argument voor hem was dat op die manier de welvaart eerlijker verdeeld werd.

Inmiddels is de politiek bezig om keihard op die collectieve voorzieningen te bezuinigen om juist meer ruimte te scheppen voor particuliere consumptie. Dat zou goed zijn voor de economie. Het schrikbeeld van Den Uyl, dat komt er dus toch van. En daar werkt de PvdA nota bene aan mee.

In 1978 kwam de PvdA met een revolutionair beginselprogramma. Tegen kapitalisme, milieuvernietiging, uitbuiting en voor het nationaliseren van basis industriën, banken, pensioenfondsen, verzekeringsmaatschappijen, farmaceutische industrie en wapenindustrie. Verkorting van arbeidstijd en de arbeidsweek, vrijwillige vervroegde pensionering.

Als je die vergeten rapporten leest dringt de vraag zich op: waar ging het fout? Voor links is dat geen vraag: het ligt aan het neo-liberalisme. Maar dat antwoord is te makkelijk. Met de PvdA-beginselen van 1978 hoef je tegenwoordig bij de PvdA en ook bij GroenLinks en de SP echt niet meer aan te komen en Den Uyl zou, net als Jan Pronk, niet meer serieus genomen worden.

Waarom won het neo-liberalisme ook bij ‘linkse’ partijen terrein? Het antwoord is dat de groei van de overheid en de groei van door de overheid gefinancierde instellingen een hoog opgeleide elite heeft doen ontstaan die geen boodschap heeft aan eerlijk delen en ook in linkse partijen de dienst is gaan uitmaken. Dat maakt de kritiek op het neo-liberalisme van links nogal hypocriet.

Waar ging het nu fout? Een overheid die groot en machtig wordt doet niet alleen een nieuwe elite ontstaan, maar is ook een aantrekkelijk instrument in handen van bestaande (zakelijke) elites. En de ene of de andere elite, dat klikt al gauw.

Verdienen aan vreemdelingenhaat

Claire Rodier is een Franse juriste die zich heeft gespecialiseerd in vreemdelingenrecht. Mede oprichtster van Migreurop, een organisatie die zich het lot aantrekt van migranten die proberen zich in Europa te vestigen. Van haar hand verscheen in 2012 het boekje Xenophobie Business, a quoi servent les contrôles migratoires?

x+®nophobie business

Rodier beschrijft hoe enorm er wordt verdiend aan het vastzetten van vluchtelingen in detentiecentra, de gedwongen terugkeer van vluchtelingen en aan het buiten de grenzen van Europa houden van vluchtelingen uit Afrika en het Midden-Oosten. Het boekje is helaas niet in het Engels en Nederlands vertaald, wél in het Duits. Tegenlicht van de VPRO besteedde vorig jaar gelukkig aandacht aan Rodier.

Wat Rodier beschrijft is bar en boos. Het bewaken van de grenzen, het vastzetten en doen terugkeren van vluchtelingen is booming business. Het domein van een groeiend aantal  multinationals. Maar ook lokale ondernemers pikken een graantje mee. Bijvoorbeeld van de bouw van detentiecentra en het recruteren en opleiden van bewakingspersoneel.

De omvang van deze xenofobie business is volgens Rodier inmiddels zodanig dat het een zeer invloedrijke pressiegroep is geworden die erin slaagt de politiek te bewegen tot een steeds strenger vluchtelingenbeleid, tot het eerder en langer vastzetten van vreemdelingen zonder papieren en tot steeds verdere uitbreiding van het bewakingsnetwerk aan de grenzen van Europa.

Rodier beschrijft vooral praktijken in de VS, Engeland en Frankrijk, waardoor je de kans krijgt om te denken of te hopen dat het toch in Nederland niet zo’n vaart zal lopen. Nou vergeet het maar. Als je een beetje gaat zoeken blijkt dat de multinationals die Rodier beschrijft ook in Nederland vestigingen hebben en dat de privatisering van detentiecentra ook in Nederland in volle gang is.

Bijzonder goed gedocumenteerd blijkt de actiegroep AAGU te zijn. Op de website van die actiegroep kan je een hele lange lijst zien van bedrijven die verdienen aan het opsluiten van vluchtelingen in Nederland (http://aagu.nl/PDF/De_schandpaal_2.pdf.) Een lange lijst waar een flink aantal bedrijven op staan die ook regelmatig voor de gemeente Utrecht werken of waar de gemeente mee samenwerkt. Bijvoorbeeld: RoyalHaskoning, Peutz, Witteveenbos, Capgemini, Twijnstra&Gudde.

Als wij in Utrecht iets meer zouden willen doen dan het lot van vluchtelingen beklagen en ze van bed, bad en brood voorzien dan zouden we de gemeente moeten zien te bewegen elke samenwerking op te zeggen met bedrijven die op één of andere manier een graantje mee proberen te pikken van de vluchtelingen- en vreemdelingenhaat.

Tegen Transatlantic Trade and Investment Partnership (TIPP)

Eén van de grotere bedreigingen van het klimaat, het milieu en armen is Transatlantic Trade and Investment Partnership (TIPP) waarbij de VS en de EU betrokken zijn. De onderhandelingen verkeren in een eindstadium, maar de opstand groeit. Recentelijk heeft de Amsterdamse gemeenteraad zich er tegen uitgesproken. Waarom heeft de Utrechtse gemeenteraad dat niet gedaan alvorens op langdurig reces te gaan?

Onbelemmerde vrijhandel houdt in het opheffen van handelsbelemmeringen. Dat kunnen zijn import- en exportheffingen, maar ook onderling afwijkende voorschriften. Bestrijdingsmiddelen die in het ene land gebruikt worden zijn in andere landen verboden. In de VS wordt veel gebruik gemaakt van hormonen in de productie van vlees, in de EU is dat gelukkig verboden.

TIPP gaat betekenen dat de voorschriften die in de aangesloten landen gelden gelijk gemaakt worden. Voor een land als Nederland waar relatief strenge eisen worden gesteld aan voedselproductie en verkrijgbaarheid van medicijnen heeft deze gelijkmaking tot gevolg dat de bescherming die zulke voorschriften biedt grotendeels wegvalt want in overeenstemming wordt gebracht met die van landen waar die voorschriften minder streng zijn.

TIPP betekent ook dat kolossale multinationals makkelijk toegang krijgen tot lokale markten, daar kleine ondernemers kapot kunnen concurreren om daarna hun prijs op te schroeven. Of lokale ondernemingen overnemen, het personeel ontslaan en de bedrijven verplaatsen naar lage lonen landen.

TIPP betekent ook dat overheden (ook lokale overheden) buitenspel worden gezet. Als Utrecht aan de vestiging van een bedrijf bijvoorbeeld de voorwaarde zou verbinden dat dat bedrijf ook, al is het maar een paar procent, personeel aanneemt met een handicap, dan zou dat niet mogen, want dat zou in strijd zijn met het streven naar gelijkmaking van voorschriften.

Waar de meeste kritiek op bestaat is dat geschillen zouden moeten worden beslecht door arbitrage en niet door normale rechtbanken. In landen waar tussen vergelijkbare handelsakkoorden zijn gesloten heeft dat geleid tot absurde gevolgen: multinationals die overheden voor een arbitragehof slepen met miljardenclaims en zich aldus enorm verrijken maar ook overal de dienst gaan uitmaken door overheden onder druk te zetten. Arme landen zijn er ook toe over gegaan zulke vrijhandelsakkoorden op te zeggen omdat ze er nog armer van bleken te worden.

TIPP is bovenal een groot probleem voor het klimaat omdat het in alle opzichten de uitstoot van CO2 aanjaagt. Immers het moet de weg vrijmaken naar nog meer verspillende productie en consumptie en vooral ook naar nog meer wereldwijde transport.

Solidair met de Grieken

Als we onze regering en de EU moeten geloven hebben de Grieken de schulden aan zichzelf te danken en moeten ze niet moeilijk doen als ze die terug moeten  betalen, ook al vergt dat draconische bezuinigingen. Bezuinigingen die massa’ s mensen tot de bedelstaf brengt en de Griekse overheid dwingt publieke diensten goedkoop van de hand te doen, zodat private ondernemers daar grote winsten mee kunnen maken.

Deze verklaring die de schuld van de schuld legt bij de Griekse ‘man in de straat’ is natuurlijk onzinnig. Alsof de massa van gewone mensen er iets aan kan doen dat hun overheid schulden aan buitenlandse banken zo enorm laat oplopen. Vergelijk het met de schulden die door de gemeente Utrecht worden gemaakt. Die kunnen de Utrechtse bevolking ook niet verweten worden.

De gemeente Utrecht heeft een schuld van ruim een miljard euro (1.095 miljoen euro in 2015). Dat is meer dan het totaal van wat de gemeente in 2015 dacht uit te geven (1.078 miljoen euro). Deze enorme schuldenlast weerhield de gemeenteraad er niet van de Tour de France naar Utrecht te halen (de schatting van de kosten loopt uiteen van 10 tot 40 miljoen euro) en een ondergrondse parkeergarage aan de leggen en zelf te financieren (de markt zag er geen brood in) onder het Jaarbeursplein.

Net als in Griekenland kunnen gewone Utrechters moeilijk aansprakelijk gesteld worden voor de enorme schulden waar wethouders en raadsleden voor kiezen, die daar overigens zelf geen boterham minder door eten. En daarom valt het op geen enkele manier te rechtvaardigen gewone Grieken op te laten draaien voor de schuld die de Griekse overheid heeft laten ontstaan.

Zo min als het valt te rechtvaardigen op uitkeringen en zorg te bezuinigingen, want de mensen met een uitkering en mensen die van zorg afhankelijk zijn kan moeilijk de schuld in de schoenen geschoven worden voor de mega uitgaven die de gemeente Utrecht de laatste tien jaar heeft gedaan in het kader van de stationsplannen, het prestigieuze muziekcentrum en de autobereikbaarheid van het stadscentrum.

Een overeenkomst die overigens niet over hoofd gezien moet worden is dat ook de gemeente Utrecht, net als de Griekse regering, enorme schulden maakt om Bouwend Nederland aan werk en winst te helpen. Ten koste dus van Utrechters met een smalle beurs die van voorzieningen afhankelijk zijn waarop drastisch wordt bezuinigd.

Oplossing van het armenprobleem

De manier om immoreel beleid te verhullen is er een begrip voor te gebruiken dat onschuldig klinkt. Gentrificatie is zo’n begrip. Dat staat voor het naar de stad toe trekken van mensen met een beter inkomen en het als gevolg daarvan veronderstelde ‘opwaarderen’ van de stad in sociaal en cultureel opzicht. Een dergelijk onschuldig ogend begrip is ‘transformatie’: het wijzigen van de bevolkingssamenstelling, zodat daarin het aandeel van de kansarmen minder wordt. Eufemismen dus voor verdringing. Immers, als je veel kansrijken de stad binnenhaalt is er minder plaats voor kansarmen. Eenvoudig omdat het binnen halen van kansrijken leidt tot stijging van huren en koopprijzen van woningen, zodat kansarmen die niet meer kunnen opbrengen.

Gentrificatie en transformatie worden steevast gepropageerd met een verhaal dat dat goed is voor de stad en dat het leidt tot ‘revitalisering’ van de stad waardoor de stad zijn stedelijke functies beter kan vervullen, waarbij dan kennelijk wordt gedoeld op functies die beter tot hun recht komen als er meer welgestelden in de stad wonen. Of we daarbij ook aan de uitbreiding van de horeca, de Tour de France of de Piekenkermis moeten denken is niet helemaal duidelijk.

Deze transformatie of gentrificatie is vreemd genoeg een doelstelling waar, in elk geval in Utrecht, partijen als de PvdA en GroenLinks helemaal achter staan en stonden. Vreemd omdat die transformatie er dus op neerkomt dat mensen met een smalle beurs systematisch de stad uit worden gewerkt en maar moeten zien of er in Nieuwegein, Houten, Woerden, Maarssenbroek, Zeist, Culemborg of Wijk bij Duurstede nog een betaalbare sociale huurwoning is of anders maar bij familie moeten inwonen.

De transformatie werd vanaf 2002 met zoveel woorden nagestreefd door 10.000 na-oorlogse sociale huurwoningen voor de sloop te bestemmen, zodat die zouden kunnen worden vervangen door koopwoningen en duurdere huurwoningen. Het percentage sociale huur zou daardoor afnemen van 47% in 1997 naar 30% in 2015. Er werd dus opzettelijk tot een schrijnende woningnood besloten voor minder draagkrachtigen. Nota bene door toedoen van PvdA-wethouders (Marie Louise van Kleef en daarna Harrie Bosch) en met instemming van GroenLinks.

En dat niet alleen: in wijken als Overvecht en Kanaleneiland werd in 2007 een beleid ingevoerd van ‘Lokaal Maatwerk’: het met voorrang toewijzen van sociale huurwoningen aan ‘kansrijke huishoudens’. Dat wil zeggen: zonder uitkering, leeftijd tussen 25 en 55 jaar en bij twee- en meer kamerwoningen gehuwd of samenwonend.

Het terugbrengen van het aandeel sociale huurwoningen werd verdedigd met het argument dat er voldoende sociale huurwoningen zouden zijn als er niet meer scheef gewoond zou worden, maar dat scheef wonen werd nu juist door het lokale maatwerk bevorderd. De combinatie van deze twee maatregelen laat  geen twijfel bestaan over de ware bedoeling van het beleid: het oplossen van het armenprobleem door ervoor te zorgen dat er in Utrecht steeds minder woningen zijn voor mensen die van de bijstand afhankelijk zijn en bij schuldhulpverlening kunnen aankloppen.

Het terugdringen van het aandeel sociale huurwoningen en het niet-toewijzen van sociale huurwoningen aan kansarmen (‘lokaal maatwerk’) is niet de enige manier om het armenprobleem op te  lossen. Strenge selectie die plaatsvindt om uit te maken of mensen voor schuldhulpverlening in aanmerking komen, straffe controle van uitkeringsgerechtigden met strafkortingen, bezuinigingen op voorzieningen die juist voor kansarmen het verschil maken zijn andere methoden om armoede te ontmoedigen. ‘Als je arm wil zijn, doe je dat maar ergens anders, maar niet in Utrecht’.

Hoe kunnen politici die van zichzelf vinden dat zij het hart op de goede plaats hebben voor een beleid kiezen dat het armenprobleem beoogt op te lossen door armen nog meer woon- en bestaansmogelijkheden af te nemen? Daar hebben zij een eenvoudige oplossing voor: ze leggen de schuld van de armoede bij de armen zelf. Sterker nog, ze verwijten de armen dat zij de gemeenschap tot last zijn door zich onvoldoende in te spannen om tot de kansrijken te behoren. Armen moeten dus boeten voor het feit zij arm zijn en begeleiding van armen is erop gericht ze te leren, desnoods door het opleggen van strafkortingen, verantwoordelijkheid te nemen voor hun eigen bestaan en niet voor hulp aan te kloppen bij de gemeente.

Zou het ook anders kunnen? Natuurlijk, het belastinggeld dat door de gemeente,  uitgegeven wordt aan de bouw van een nieuw muziekpaleis, een ondergrondse parkeergarages onder het Jaarbeursplein, de aanleg van uiterst kostbare infrastructurele voorzieningen (ondertunneling van 5 Meiplein, Anne Frankplein, drie ongelijkvloerse kruisingen Noordelijke Randweg Utrecht, fly-over 24 Oktoberplein) zou ook, al was het maar voor een klein deel, op een sociale manier gebruikt kunnen worden. Dat is een politieke keuze. Een keuze die de PvdA en GroenLinks niet willen maken en daarom komt het ze beter uit de schuld en verantwoordelijkheid voor de armoede bij de armen zelf te leggen.

 

Koolstofkolonialisme

REDD
De gemeente wil in 2012 de Utrechtse jaarlijkse CO2-uitstoot met 75.000 ton reduceren. Ook heeft de gemeente Utrecht in 2008 en begin 2009, samen met andere koplopende (Utrecht, Utrecht über alles) gemeenten een road­map ontwikkeld voor een CO2-neutrale gemeentelijke organisatie in 2012”, zo valt te lezen op de website van klimaatbos-léon, een initiatief voortgekomen uit de stedenband Utrecht-Léon (Nicaragua).

Het planten van bomen ergens in de wereld levert CO-2 kredieten op en die CO2-kredieten mogen dan afgetrokken worden van de CO2 die elders worden uitgestoten, bijvoorbeeld in Nederland en Utrecht. Dus als je nu maar genoeg klimaatbos aanplant in één land waar bomen goed groeien en je goedkoop aan grond kan komen hoef je je eigen CO2-uitstoot nauwelijks terug te dringen en kan je dus verder leven alsof er geen klimaatprobleem bestaat.

Dit systeem wordt gesierd met het begrip Reducing Emissions from Deforestation and Degradation. Afgekort: REDD. Een booming-business, want niet alleen biedt elke luchtvaarmaatschappij de schuldbewuste reiziger aan bomen te planten voor elke vliegreis, ook grijpen overheden in rijke landen de kans aan om hun CO2-uitstotende economie en automobiliteit geen beperkingen op te hoeven leggen.

Als je goed zoekt vind je op internet, tussen alle jubelende sites van bedrijven die flink aan deze handel verdienen ook enkele kritische sites aan. Zo’n kritische site is bijvoorbeeld die van Carbon Trade Watch met veel informatie over REDD. Naast het bezwaar dat deze handel in CO2-emissies bedrijven en regeringen die verantwoordelijk zijn voor veel CO2-uitstoot in staat stelt daar rustig mee door te gaan, wordt gewezen op de fundamentele onrechtvaardigheid van het systeem.

Die onrechtvaardigheid bestaat daaruit dat inheemse bevolking makkelijk verdrongen wordt onder druk, met geweld of door­dat gronden opgekocht worden, waarvan zij voor hun voedselproductie afhankelijk zijn. Lokale boeren wordt in het vooruitzicht gesteld dat ze wat kunnen verdienen aan de opbrengst van CO2-kredieten, maar inmiddels zijn die waardeloos omdat die in grote hoeveelheden gratis aan bedrijven worden uitgedeeld. In veel gevallen leidt de bosaanplant overigens tot omvang­rijke monoculturen, verlies van biodiversiteit en een verdere verlaging van de grondwaterstand.

 

Hoe de politiek acties onschadelijk maakt

Zowel ‘No Time’ van Naomi Klein als de ‘Mythe van de economische groei’ eindigt, nadat is uiteengezet dat politieke partijen een oplossing van het klimaatprobleem in de weg staan, met een pleidooi voor actie van onderop en burgerlijke ongehoorzaamheid.

Dat die actie van onderop slechts zelden van de grond komt en een actie blijft van enkelen of op zo’n beschaafde manier plaats vindt dat de politiek zich daar niets van hoeft aan te trekken, is een belangrijke vraag waar nodig over moet worden nagedacht. Want elke actie die niets uithaalt versterkt bij potentiële actievoerders het gevoel dat het toch geen zin heeft om actie te voeren, zodat ze er verder maar van afzien.

Gevestigde politieke partijen spelen een belangrijke rol bij het onschadelijk maken van acties. Politieke partijen zijn ‘gevestigd’ als zij beschikken over een invloedrijk netwerk: veel contacten in de ambtelijke dienst, in wijkraden, actiegroepen en bewonersgroepen en veel contacten in door de overheid gesubsidieerde advies- en overlegclubjes. Politieke partij plegen acties op twee manieren onschadelijk te maken.

1. Populaire en ambitieuze actievoerders worden vaak door een politieke partij aangezocht voor een positie in die politieke partij in de veronderstelling dat de partij daardoor aantrekkelijk wordt voor de achterban van de actievoerder. Vaak ervaren actievoerders dat als een eer en zwichten voor een baantje en het vooruitzicht van een carrière in de politiek en later. Dat leidt er dan toe dat die actievoerders het woord gaan spreken van de partij. Diederik Samsom was ooit een strijdbare actievoerder bij Greenpeace en Jacqueline Cramer was ooit voorzitter van Milieudefensie. Lot van Hooijdonk voerde actie bij de Natuur en Milieufederatie Utrecht en is nu wethouder. Haar voorgangster Mirjam de Rijk was eerst werkzaam bij Natuur en Milieu.

Actievoerders die zich door een politieke partij een belangrijke bestuurlijke positie laten bezorgen richten doorgaans veel schade aan. Op de beslissingen die zijn nemen hebben ze weinig invloed (die worden ambtelijk voorgekookt), maar het feit dat zij die nemen maakt dat hun naïeve achterban erop vertrouwt dat het wel goed is. GroenLinksers in Utrecht zijn vóór de milieuzone omdat Lot van Hooijdonk die verdedigt. Dat de maatregel is ingevoerd om niets tegen de groei van het autoverkeer te doen, dat wil er bij de naïeve aanhang van GroenLinks niet in.

Het is een oude beproefde methode in de politiek om het volk maatregelen aan te laten praten door hun eigen voorlieden, die met die bedoeling aan een baantje in de partij  worden geholpen.

2. Het omgekeerde gebeurt ook: actieve leden van politieke partijen dringen zich in actiegroepen en bewonersgroepen op om daar de lakens uit te delen en er zodoende voor te zorgen dat die groepen publiekelijk steun betuigen aan de standpunten van hún partij en hun wethouder. Kritische burgers worden er in die door een politieke partij gestuurde actie- en bewonersgroepen uitgewerkt of houden het voor gezien omdat ze al gauw alleen komen te staan.

Ook wemelt het van de door de overheid gesubsidieerde adviesclubjes waarmee vriendjes van een bepaalde politieke partij aan een baantje worden geholpen. De bedoeling van die gesubsidieerde adviesclubjes is dat zij de voorstellen van de subsidiërende overheid en die van de politiek verwante wethouder positief ontvangen, zodat de wethouder zich in de gemeenteraad en in de media op die steun kan beroepen.

Het Milieucentrum Utrecht (MCU) organiseerde in 2008 bijeenkomsten waar de gemeente het Actieplan Luchtkwaliteit Utrecht aan de man kon brengen en liet aan de actiegroep SSLU weten dat die niet welkom was. Het MCU wordt er door de gemeente ook altijd bij gehaald om de plannen van de gemeente lof toe te zwaaien. Het MCU vond de aanleg van de fly-over 24 Oktoberplein en vindt de  opwaardering van de Noordelijke Randweg Utrecht tot snelweg met drie ongelijkvloerse kruisingen ook een goed idee.

Met het zich van belangrijke posities voorzien in actie- en bewonersgroepen en van baantjes in gesubsidieerde adviesclubjes beogen politieke partijen de publieke opinie te beïnvloeden. Als wijkraden, de Bundeling, het Milieucentrum Utrecht de plannen van de gemeente positief beoordelen dan zal het publiek denken dat het wel goed is want het publiek wordt in de waan gebracht dat zulke clubjes namens de bewoners, althans onafhankelijk van de gemeente en de politiek stelling nemen.

Actie- en bewonersgroepen waar de politiek een dikke vinger in de pap heeft en gesubsidieerde advies- en overlegclubjes plegen een belangrijke rol te spelen bij het afzwakken van kritiek en verzet en ontmoedigen van acties. Ze praten de burger altijd aan dat er met overleg meer te bereiken is dan met actie en dat er het meest te bereiken valt door voor politiek haalbare oplossingen te gaan. En kritische burgers die verder willen gaan worden in een kwaad daglicht gesteld omdat zij een bedreiging zijn voor deze of gene politieke partij.

Conclusie
Voor het van de grond krijgen van acties van onderop is het belangrijk dat in actie- en bewonersgroepen vertegenwoordigers van politieke partijen zo min mogelijk de gelegenheid krijgen een belangrijke rol te spelen. In het contact met actieve leden van een politieke partij moet men altijd oppassen zich niet voor het karretje van een bepaalde politieke partij te laten spannen. Verhalen dat met overleg en een goede verstandhouding met de wethouder meer te bereiken valt dan met het demonstreren van afkeuring en verontwaardiging moeten heel kritisch beoordeeld worden, want vaak is dat niet zo en maakt het juist dat de actie op niets uitloopt. Gesubsidieerde advies- en overlegclubjes, daar kan je als actie- en bewonersgroep beter bij uit de buurt blijven.

Voor wie wil weten hoe actievoeren ook al weer gaat is er het leerzame hoewel inmiddels gedateerde boekje van Piet Reckman, waarvan wij binnenkort een korte samenvatting (pdf) zullen publiceren.

Piet Reckman Sociale Aktie, naar een strategie en methodiek – methodes en technieken maatschappelijke veranderingen – Anthos, Baarn 1971 .

 

Ecologische schuld

Volgens beleidsmakers en politici moet de reductie van de uitstoot van CO2 voornamelijk plaatsvinden door hier en in ons eigen land minder energie te gebruiken en de energie die wij gebruiken duurzaam op te wekken: water, wind, zon, aardwarmte e.d.

Waar volledig aan voorbij wordt gegaan is de energie die nodig is om in andere landen producten te maken die wij hier kopen. En natuurlijk de energie die nodig is om die producten te transporteren, vaak van de andere kant van de wereld met grote vrachtschepen en door de lucht.

Denk niet alleen aan duurzame producten, maar ook aan voeding, veevoeders, vlees, bloemen, aardolie, e.d. De energie die nodig is voor de productie en het transport ontbreken op onze energiebalans.

Nu zou dat niet zo’n probleem zijn als goederen die geïmporteerd worden zouden kunnen worden weggestreept tegen de goederen die geëxporteerd worden naar landen waar onze import vandaan komt. Maar dat is maar zeer ten dele het geval.

Dankzij de vrijhandel en het feit dat producten in arme landen veel goedkoper gemaakt kunnen worden (lage lonen, goedkope grondstoffen, minder strenge milieu eisen) heeft de productie zich naar arme en minder welvarende landen verplaatst. Maar daarmee dus ook de CO2-uitstoot van die productie.

Ruim de helft van de CO2-uitstoot in landen als China en andere opkomende industrielanden moet toegeschreven worden aan de productie van goederen die voortgebracht worden om naar Europa en de VS te exporteren. Dat is dus eigenlijk onze CO2, waar wij lage lonen – en goedkope grondstoffen landen mee laten zitten.

Een eerlijk klimaatbeleid houdt dus in dat welvarende landen zich niet alleen verantwoordelijk achten voor de CO2-uitstoot in eigen land, maar ook voor de CO2-uitstoot die in minder welvarende en arme delen van de wereld plaatsvindt om welvarende landen van goedkope producten te voorzien.

Dat houdt de erkenning in van een ecologische schuld van welvarende aan minder welvarende landen die ingelost moet worden door extra reductie van CO2 in de welvarende landen en door financiering van voorzieningen die in minder welvarende landen nodig zijn om de gevolgen van klimaatopwarming op te vangen.

 

 

 

De stad als winstobject

dag bomen5 bomen op een rij. Plaatsgemaakt voor de vooruitgang.

In 2004 maakte het destijds besturende college van PvdA, CDA en Leefbaar Utrecht bekend overal in de stad stukken openbaar groen te gaan verkopen om het gat in de gemeentebegroting te dichten. Dat gebeurde met de slogan ‘groen voor poen’. Een kleine volksopstand was het gevolg. Daarop werd het plan snel weer ingetrokken.

Het streven om aan de grond te verdienen is echter nog steeds één van de belangrijkste peilers van het gemeentelijk ruimtelijk beleid. De vraag of de stad er mooier, leefbaarder, socialer en gezonder van wordt speelt bij de ‘stadsontwikkeling’ van de gemeente Utrecht (en bij veel grote steden) geen enkele rol. De tijd van de ‘evenwichtige’ stedenbouwkundige ontwikkeling is iets uit de vorige eeuw.

Wat bij stadsontwikkeling ook geen rol speelt is of er wel behoefte bestaat aan nog meer winkelvloeroppervlak en nog meer kantoren of megabioscopen. De grond wordt verkocht aan de meest biedende ook al is leegstand van kantoren en overbewinkeling het gevolg en ook al trekken die bestemmingen steeds meer autoverkeer aan.

Wat geen geld oplevert, daar wordt geen kostbare grond voor gereserveerd. En dus zien we met het jaar meer groen, parkjes en bomen uit de bebouwde kom verdwijnen. En wat geen geld oplevert wordt ook makkelijk vervangen omdat het in de weg staat: 192 grote volgroeide bomen voor de fly-over 24 Oktoberplein, 21 monumentale bomen voor het Woonwinkelgebouw Vredenbug, 35 prachtige bomen op het Smakkelaarsveld en straks nog even het restant bomen van het Paardenveld. Om plaats te maken voor de derde megabioscoop in Utrecht.

bomen paardenveld

En altijd is het verhaal: voor de bomen die gekapt worden komt hetzelfde aantal terug. In totaal telt Utrecht ca. 125.000 bomen. Echter er komen kleine sprietjes voor de gekapte komen terug die er 50 jaar over doen om de omvang en luister te bereiken van de bomen die in de weg staan. Als ze die 50 jaar halen tenminste! De gemiddelde leeftijd van de bomen in Utrecht was in 2009 33 jaar, drie jaar later was dat gedaald naar 27 jaar. Mét al die bomen die vervangen worden verdwijnen uiteraard ook de vogels, rupsen, vleermuizen, bijen en noem maar op.

Naarstig stropen projectontwikkelaars en bouwondernemers de stad af om te zoeken of er nog wat valt te slopen, zodat er aan nieuwbouw te verdienen valt. Datzelfde doet echter ook de dienst Stadsontwikkeling. Nieuwbouw betekent immers dat er werk aan de winkel is. Er moeten plannen worden gemaakt, er moet inspraak plaatsvinden, zienswijzen moeten gemotiveerd worden afgewezen, bouwvergunningen worden getoetst, juridische procedures gevoerd. Kortom, één en al bedrijvigheid.

Om de ‘stadsontwikkeling’ gaande te houden moet de stad internationaal op de kaart gezet worden, zodat bedrijven van her en der zich in Utrecht willen vestigen, inclusief werknemers. Dan kunnen er nóg meer kantoren gebouwd worden en brengt de handel en nieuwbouw van woningen nóg meer op. Wat natuurlijk ook goed is voor de banken. Naar verluidt wordt Albert Hutschemaekers, de scheidende directeur van de Project Organisatie Stationsgebied (POS) belast met de taak om zoveel mogelijk bedrijven uit China over te halen om zich in Utrecht te vestigen.

Om voldoende bedrijven te interesseren voor alle kantoorruimte die er in het Stationsgebied bij gebouwd wordt moet het Stationsgebied natuurlijk optimaal bereikbaar zijn voor het autoverkeer. Dat er onder het Jaarbeursplein een 50 miljoen euro kostende parkeervoorzieningen wordt aangelegd (nota bene pal naast het station) die weer een hoop vervuilend verkeer aantrekt is dus ook volgens Peter van Corler (GroenLinks) een goede zaak. En dat zijn de bouwers  VolkerWessels, Van Hattum en Blankevoort en Visser & Smit Bouw, die de opdracht in de wacht hebben gesleept voor de voorbereiding en de bouw van de ondergrondse parkeergarage en het nieuwe Jaarbeursplein helemaal met hem eens.

Wie worden er nu behalve bouwondernemers, projectontwikkelaars, banken, makelaars en de plannenmakers, plantoetsers, inspraakbegeleiders en juristen van Stadsontwikkeling beter van deze stadsontwikkeling? Dat zijn niet de bomen, de vogels en de bijen. Dat is ook niet het klimaat: denk aan de energie die nodig is voor al die nieuwbouw. Het zijn ook niet de Utrechters die de buurt niet meer herkennen waar ze zijn opgegroeid. En evenmin de Utrechters die steeds meer last hebben van steeds meer autoverkeer. En ook niet de Utrechters met een smalle beurs die de huren niet meer betalen kunnen die de pan uitrijzen omdat de gemeente jan en alleman probeert te verleiden om in Utrecht te komen werken en wonen.

Welke belangen door de regerende coalitie worden gediend moge duidelijk zijn. Dat is alles en iedereen die flink aan de stad wil verdienen, inclusief de gemeente zelf. Dus niet die van de Utrechter die gehecht is aan zijn stad (want die wordt voortdurend ‘ontwikkeld’). Niet van het milieu en het klimaat en zeker niet die van de Utrechter met de smalle beurs want die neemt ruimte in beslag (betaalbare woningen en grond) die veel meer kan opbrengen.