Burgerlijke ongehoorzaamheid

duyvendak

In 2008 verliet Wijnand Duyvendak de Tweede Kamer. In zijn net uitgegeven boekje ‘Klimaatactivist in de politiek’ had hij onthuld betrokken te zijn geweest bij een inbraak in het ministerie van Economische Zaken in 1985 waarbij documenten waren buitgemaakt waaruit bleek dat het ministerie heimelijk bezig was met de voorbereiding van de bouw van kerncentrales.

Nadat hij in zijn boekje bekend had gemaakt bij de inbraak betrokken te zijn geweest vond GroenLinks-fractievoorzitter Femke Halsema het nodig zich van hem te distantiëren (‘Duyvendak heeft partij beschadigd’) en kwam hij onder vuur te liggen van de behoudende pers. Door in het boekje te schrijven dat hij inmiddels negatief over dat actieverleden oordeelde riep hij de kritiek van braaf Nederland waarschijnlijk juist over zich af.

In ‘Klimaatactivist in de politiek’ schrijft Duyvendak inmiddels in te zien dat ‘je binnen de grenzen van de wet moet blijven’. De vraag is of dat vanzelfsprekend is en hoe je dan nog actie moet voeren en moet denken over burgerlijke ongehoorzaamheid. Is Duyvendak niet doorgeslagen naar de legalistische kant?

Wetten kunnen zo onrechtvaardig zijn dat een burger het morele recht heeft om zich daar niet aan te houden. Die mening was de grondlegger van het liberalisme, John Locke (1632-1704) in elk geval toegedaan. Veel theologen en filosofen vonden en vinden dat ook. Overigens, sinds het proces van Neurenberg wordt alom erkend dat wetten niet heilig zijn en dat het zelfs een morele plicht kan zijn dat men zich er tegen verzet.

De opvatting dat je hoe dan ook binnen de grenzen van de wet moet blijven, gaat er aan voorbij dat wetten worden gemaakt door politieke meerderheden die vaak niet bereid zijn rekening te houden met minderheden (vluchtelingen en migranten bijvoorbeeld).

Die opvatting houdt er ook geen rekening mee dat wetten vaak worden opgesteld met de bedoeling burgers de mogelijkheid te ontnemen zich tegen besluiten van de overheid te verzetten. Een paar praktische voorbeelden:

– je kunt alleen beroep instellen tegen een kapvergunning als het om een boom gaat waar jezelf dichtbij woont en die je vanuit je huis kunt zien. Je mag dus als burger geen beroep instellen tegen het kappen van een park elders in de stad of een mooie boom om de hoek.

– beroep instellen tegen de vestiging van steenkoolcentrales is niet mogelijk met het argument dat die centrales extra CO2 in de lucht brengen want het in de lucht brengen van CO2 is niet wettelijk aan normen gebonden. Die normen worden opzettelijk niet wettelijk geregeld om de industrie niet te ontrieven.

– beroep instellen tegen grote bouwprojecten die extra luchtverontreiniging veroorzaken is ook niet mogelijk, want die kunnen in het NSL ondergebracht worden en tegen bouwprojecten die in het NSL zitten is beroep uitgesloten. Het NSL werd ingesteld onder PvdA-minister Jacqueline Cramer.

– uitkeringsgerechtigden riskeren monsterlijke straffen (bijvoorbeeld terugbetalen van jaren bijstand) ook voor betrekkelijk onschuldige feiten (bijv. het niet opgeven van onbetaalde hulp aan familie en vrienden). Zo is dat in Nederland bij wet geregeld.

– de wet (althans de jurisprudentie) regelt ook dat de overheid (bestuurders en ambrtenaren) niet strafrechtelijk vervolgd kan worden voor strafbare feiten waaraan zij zich schuldig heeft gemaakt bij de uitoefening van de overheidstaak. Met andere woorden: de overheid kan straffeloos doen waar de burger streng voor wordt gestraft. Bijvoorbeeld bij burgers inbreken om privacygegevens te verzamelen.

Als wetten ronduit onrechtvaardig zijn of gewoon bedoeld om burgers de mogelijkheid te ontnemen zich tegen bepaalde overheidsbesluiten te verzetten zou dat juist een extra goede reden zijn voor burgerlijke ongehoorzaamheid die er juist op gericht is de onrechtvaardigheid ervan aan de kaak te stellen door ze te overtreden.

Wat heeft nu gemaakt dat Duyvendak zijn actieverleden achteraf negatief beoordeelt, terwijl hij voor de inbraak in 1985 in het ministerie van economische zaken eigenlijk een standbeeld verdient? En wat heeft gemaakt dat Femke Halsema zich van het actieverleden van Duyvendak distantieerde en dat GroenLinks heeft opgehouden een actiepartij te zijn?

De verklaring die het meest gegeven wordt is dat het allemaal de schuld is van het neo-liberalisme dat zich van de publieke opinie meester zou hebben gemaakt waardoor bij het publiek steeds minder steun bestaat voor buitenparlementaire acties en burgerlijke ongehoorzaamheid. GroenLinks zou noodgedwongen de bakens hebben verzet.

Tegen deze verklaring pleit dat er geen sprake is, bijvoorbeeld op internet, van een afname van burgerlijke ongehoorzaamheid als daar ook onder wordt verstaan minachting voor de overheid en minachting voor bestuurders en politici. Waarschijnlijker is dat burgerlijk ongehoorzamen zich steeds meer hebben afgekeerd van politieke partijen als GroenLinks en de PvdA die het actievoeren en de burgerlijke ongehoorzaamheid in de ban hebben gedaan.

Veel aannemelijker is de verklaring dat ook in het kader van GroenLinks (net als eerder bij de PvdA) de actievoerders verdrongen zijn door studenten en hoog opgeleiden voor wie de politieke partij vooral een middel is om te netwerken en snel hogerop te komen. Dat die niets van burgerlijke ongehoorzaamheid en van buitenparlementaire acties moeten hebben is begrijpelijk, want in de netwerken waarvan zij afhankelijk zijn zou dat niet worden geaccepteerd.

De weg naar nog meer klimaatopwarming, ongelijkheid en uitsluiting wordt met wetten geplaveid. Partijen die uitdragen dat acties hoe dan ook binnen de grenzen van die wetten moet blijven werken daar aan mee. Wie nog lid wil zijn van zo’n partij moet zich afvragen of hij daar medeplichtig aan wil zijn.