Van Hooydonk blijft voor accepteren kwaliteitsverklaring

Utrecht wil de komende jaren 60.000 woningen gaan bouwen. Deze woningen kunnen niet meer op het gas aangesloten worden. Ze zullen in hoofdzaak verwarmd moeten worden door warmtepompen of stadsverwarming, Ten behoeve van de bouwvergunning kan er voor stadsverwarming gerekend worden met een zgn. kwaliteitsverklaring waarbij uitgegaan wordt van een fictief hoog rendement en waardoor de keus voor stadsverwarming veel aantrekkelijker lijkt te zijn dan in werkelijkheid het geval is.

Rekenen met een hoog rendement voor stadsverwarming betekent dat de projectontwikkelaar minder hoeft uit te geven aan bijv. zonnepanelen om aan de steeds strengere eisen te voldoen voor energiezuinigheid. Dat is fijn voor de projectontwikkelaar, maar kost de bewoner rond de 600 euro per jaar extra voor energie en geeft ook flink veel extra CO2 uitstoot.

Hoe hoog het fictieve rendement is van de stadsverwarming berekent Eneco zelf en de berekening is niet openbaar. Eneco berekent dan een fantastisch rendement van ca. 200%, wat betekent dat er twee keer zoveel energie uit de stadsverwarming komt als er in de vorm van gas en biomassa in gestopt wordt. Ze mogen dat doen omdat het verbranden van bomen zgn. CO2 neutraal is.

Bij meerdere gelegenheden heeft het college verklaard af te moeten gaan op de verklaring die Eneco zelf heeft opgesteld over dat fantastische rendement van de stadsverwarming. Want, zo voert het college aan, die zelf opgestelde kwaliteitsverklaring van Eneco is geaccepteerd door het zogenaamde Bureau Controle en Registratie Gelijkwaardigheidsverklaringen (BCRG).

Wat het college beweert is volstrekt in strijd met de waarheid. Het BCRG is een private club en maakt geen deel uit van de overheid. Het heeft dus geen enkele officiële bevoegdheid. Het BCRG zelf schrijft :
“De gemeente moet een CE-markering accepteren maar bepaalt uiteindelijk zelf als bevoegd gezag of ze een gecontroleerde kwaliteitsverklaring of gelijkwaardigheidsverklaring accepteert of niet. Dit is haar eigen verantwoordelijk”1

De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (wél een dienst van de overheid) schrijft: De gemeente bepaalt uiteindelijk zelf of ze een (gecontroleerde) kwaliteitsverklaring accepteert of niet. Ze kunnen de databank gebruiken voor advies”.2 

De vraag of een gemeente verplicht is de gelijkwaardigheidsverklaring van Eneco te accepteren is inzet geweest in een geding dat bij de Raad van State heeft gespeeld. De Raad van State oordeelde dat de gemeente Nieuwegein zelf kon beslissen of ze de verklaring wel of niet accepteren. 3

Het college van B&W van Utrecht blijft beweren dat ze de kwaliteitsverklaring niet kunnen weigeren en kiest daarmee vóór de belangen van Eneco en vóór het verbranden van nog meer biomassa en tegen de belangen van bewoners en tegen een lagere CO2 uitstoot.
Binnenkort staat dit punt op de agenda van de raadscommissie. Het is op initiatief van de Partij voor de Dieren geagendeerd en zonder medewerking van de zogenoemde “groene” collegepartijen Groenlinks en D66.

Downloaden onderzoek accepteren kwaliteitsverklaring op woonlasten

Link naar verslag commissievergadering

1 https://docplayer.nl/54818810-Beoordelingssystematiek-gecontroleerde-kwaliteitsverklaringen-en-gecontroleerde-gelijkwaardigheidsverklaringen.html
2 Nederland https://www.rvo.nl/onderwerpen/duurzaam-ondernemen/gebouwen/wetten-en-regels-gebouwen/nieuwbouw/energieprestatie-epc/kwaliteits-en-gelijkwaardigheidsverklaringen-epc.
3 https://www.raadvanstate.nl/@47873/200906294-1-h1/

 

Stadswarmte bevoordeeld 2

Schreven we in dit artikel al dat de acceptatie van de gunstige biomassa kwaliteitsverklaring van Eneco een voordeel oplevert voor de bouwer van een woning. Voor de bewoner ligt dat natuurlijk anders
Ten eerste is er het hoge vastrecht tarief van €480 per jaar voor een aansluiting op het warmtenet.
Daarnaast zal de bewoner van een woning met stadsverwarming die is berekend met de kwaliteitsverklaring minder opbrengst hebben van zonnepanelen. Dat verschil bedraagt ruim € 300 per jaar.
Dus ook al wordt gekozen voor stadsverwarming levert alleen al de acceptatie van de biomassa kwaliteitsverklaring een verhoging van de woonlasten voor de bewoner op van ruim € 300 per jaar, alleen maar omdat biomassa als een “duurzame” energiebron wordt gezien.
Als je een vergelijking maakt met een woning met stadswarmte (berekend met biomassa kwaliteitsverklaring) en een woning met een warmtepomp dan is de bewoner met stadswarmte zelfs € 600 per jaar duurder uit.

De gemeente Utrecht heeft in Schriftelijke vragen nogmaals bevestigd dat ze de biomassa kwaliteitsverklaring van Eneco blijven accepteren. Het is wel duidelijk dat dit uitpakt in het voordeel van de (sociale)
verhuurder en Eneco.
De huurder is per jaar ca € 300 tot € 600 duurder uit.

Disclaimer: voor de PV opbrengst wordt gerekend met 100% saldering

Stadswarmte bevoordeeld 1

Per 1 januari 2021 gaan er nieuwe eisen gelden voor de energie zuinigheid van nieuwbouw woningen (en andere gebouwen). Sinds ruim 2 jaar is het niet meer mogelijk om nieuw te bouwen woningen nog met aardgas te verwarmen. Voor het verwarmen van woningen zijn er dan eigenlijk nog maar 2 opties: een warmtepomp of stadsverwarming.
In Utrecht is er een stadsverwarmings netwerk. Deze stadsverwarming (ook wel stadswarmte genoemd) wordt voor een belangrijk deel gevoed met biomassa. Biomassa wordt door de overheid gezien als duurzame energie. Ook de gemeente Utrecht ziet dat zo, zoals onlangs weer bleek uit de antwoorden op Schriftelijke vragen over dit onderwerp. Als gevolg hiervan wordt de gunstige biomassa kwaliteitsverklaring die Eneco heeft opgesteld gewoon door de gemeente Utrecht geaccepteerd. En hierdoor pakt het voor de bouwer van een woning zeer gunstig uit als je kiest voor stadsverwarming in plaats van een warmtepomp.
Om het verschil duidelijk te maken hebben we een zgn. voorbeeldwoning genomen (rijtjeshuis, tussenwoning) en deze door gerekend met zowel stadsverwarming (met en zonder kwaliteitsverklaring) als met een lucht/water warmtepomp. Daarbij zijn alle ander variabelen (isolatiepakket, raamoppervlaktes etc.) gelijk gehouden. Om toch aan de nieuwe BENG eisen te kunnen voldoen zijn alleen het aantal m2 zonnepaneel verschillend gemaakt. Hiermee wordt inzichtelijk wat het verschil is tussen de 3 berekeningen:

woning met stadsverwarming met kwaliteits verklaring 8 m2 PV paneel

woning met stadsverwarming zonder kwaliteits verkl. 19 m2 PV paneel

woning met lucht/water warmtepomp 2 m2 PV paneel

Hieruit blijkt dat je met stadsverwarming, dankzij de gunstige biomassa kwaliteitsverklaring, veel minder zonnepaneel nodig hebt om toch aan de eisen te kunnen voldoen.
Voor ontwikkelaars van (sociale) huurwoningen wordt deze optie hiermee extra aantrekkelijk gemaakt. De bouwkosten per woning bij toepassing van stadsverwarming zijn nl. hierdoor enkele duizenden euro’s lager.

Strengere energie-eis mogelijk

Naar verwachting vanaf 1 januari 2021 zal het voor gemeenten mogelijk worden om bij nieuwbouw strengere energieprestatie eisen op te leggen. Dan treedt nl. het nieuwe Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) in werking. Deze regeling biedt gemeenten de mogelijkheid om door een maatwerkregel in het omgevingsplan gebieden aan te wijzen, waarvoor bij nieuwbouw strengere energiezuinigheids-eisen gelden.
Deze beleidsruimte is speciaal bedoeld voor gemeentes die hoge
duurzaamheids en klimaat ambities hebben.
De gemeente Utrecht heeft eerder de klimaatcrisis uitgeroepen. Daaruit zijn nog geen concrete maatregelen gevolgd. Wellicht kan dit dan de eerste maatregel worden.

Overigens is uit wob-verzoeken gebleken dat er van de handhaving van de energiezuinigheids eisen (bij nieuwbouw) de laatste jaren weinig terecht is gekomen. De gemeente bleek daar in ieder geval geen gegevens over te hebben.

Verwarmde terrassen op het Neude

Aan het Neude zijn meerdere terrassen van horecagelegenheden. Al deze terrassen hebben straalkacheltjes om de klanten niet in de kou te laten zitten.
Op onderstaande foto, genomen met een warmtebeeldcamera, is duidelijk te zien dat het er aangenaam toeven is. De hogere temperaturen worden weergegeven in rood en, nog hoger, in wit.



Naar schatting zijn de straalkacheltjes tezamen goed voor meer dan 200 kW, ruim 800 Ampere. Dat levert per uur een zinloze uitstoot op van al gauw 100 kg CO2

Rendement electriciteits-centrales stijgen (zogenaamd)

In juli 2020 gaan voor nieuwe bouwprojecten de nieuwe BENG (Bijna Energie Neutraal Gebouw) eisen gelden. Voor de berekening hiervan wordt er dan uitgegaan van een rendement van de opwekking van electriciteit van 69%. Tot nu gold een rendement van 39%. Die 39% is weliswaar  wat achterhaald maar volgens het CBS hebben de elctriciteitscentrales in Nederland nu een gemiddeld opwekkingsrendement van ca 50%.
Waar komt die spectaculaire stijging dan vandaan ?
Heel simpel, in de berekening wordt alleen de opwekking van electriciteit (incl. zon en wind) op Nederlands grondgebied meegenomen. Dus als er een oude gas of kolen centrale in Nederland sluit, en er vervolgens vuile stroom uit het buitenland wordt geimporteerd, dan stijgt dat rendement van de Nederlandse centrales tot ongekende hoogtes. En daar worden vervolgens de nieuwbouwplannen mee doorgerekend die op die manier makkelijker aan de energieprestatie-eisen kunnen voldoen.

En wat betekent dat nu voor de praktijk ?
Verwarmen met aardgas kan niet meer (bij nieuwbouw). Met deze gunstige opwekkingsrendementen voor electriciteit wordt het extra voordelig om te gaan verwarmen met warmtepompen. Stadsverwarming wordt daardoor een minder aantrekkelijke keus. Eneco zal dit niet fijn vinden.

Eind goed al goed ?
Nou nee, want in feite betekent het hogere fictieve rendement een versoepeling van de energieprestatie eisen bij nieuwbouw in 2020. Zo zullen allerlei andere energie besparende maatregelen niet meer worden toegepast omdat het (indien warmtepomp wordt toegepast) makkelijker is geworden om aan de eisen te voldoen.

Biomassa stoken is een ramp voor het klimaat

De klimaatpartij heeft samen met de Utrechtse Bomenstichting beroep ingesteld tegen het kappen van 65 bomen in het Cremerpark Utrecht. Het kappen zou nodig zijn (volgens Eneco) om de leiding van de stadsverwarming te vervangen.

Volgens de klimaatpartij is de stadsverwarming in Utrecht volstrekt achterhaald. Die had zin toen er nog sprake was van ‘restwarmte’ uit de energiecentrale op Lage Weide. Maar die levert geen elektriciteit meer, zodat het hete water van de stadsverwarming alleen voor de stadsverwarming moet worden verwarmd.

Het hete water van de stadsverwarming moet over lange afstand getransporteerd worden waardoor enorme warmte verliezen ontstaan. Toen er nog sprake was van restwarmte was dat nog acceptabel, maar nu niet meer. De stadsverwarming is inmiddels een buitengewoon klimaatonvriendelijk systeem.

Wat de stadsverwarming nog schadelijker maakt is het feit dat de verwarming nu gaat plaatsvinden door biomassa te verbranden. Volgens deskundigen een ramp voor het klimaat. Zie pdf  Biomassa stoken is een ramp voor het klimaat

Omdat Eneco in januari 2019 wil gaan kappen hebben de klimaatpartij en de Utrechtse Bomenstichting een kort geding aangespannen. Dat dient 8 januari 2019 voor de rechtbank Utrecht.

Beroepschrift: beroep besluit kap eneco

 

 

Wat heeft GroenLinks sinds 2006 in Utrecht bereikt?

De Klimaatpartij is in 2015 opgericht. Een belangrijke reden daarvoor is dat politieke partijen in Utrecht het laten afweten als het gaat om het klimaat en de luchtkwaliteit. Alleen de Dierenpartij maakt zich er druk om.

Deze kritiek betreft met name GroenLinks omdat GroenLinks landelijk wél blijk geeft van goeie standpunten maar daar in de gemeente niet haar handelt omdat deelname aan het college kennelijk hoe dan ook prioriteit heeft.

GroenLinks zit met een korte onderbreking vanaf 2006 in het college. De verkiezingsprogramma’s en de voornemens voor de toekomst daar is niet zoveel mee mis, maar het gaat om de besluiten die genomen zijn en om wat er wel of niet is bereikt.

GroenLinks mocht in 2006 meedoen van de PvdA op voorwaarde dat GrL in zou stemmen met de reusachtige fly-over over het 24 Oktoberplein waardoor de capaciteit voor het autoverkeer uit de regio bestemming binnenstad en stationsgebied sterk kon toenemen.

GroenLinks was ook akkoord met de uitbreiding van het Europaplein (veel extra rijstroken) die als doel had het autoverkeer in en uit de stad belangrijk te faciliteren. Hetzelfde geldt voor de Majellaknoop, het Anne Frankplein en het 5 Meiplein.

De EU-normen voor luchtkwaliteit (NO2) die in 2010 moesten worden gehaald daar werd in 2016 nog steeds niet aan voldaan. Maar nog steeds worden er, met instemming van GrL, parkeerplaatsen bij gebouwd. Nota bene naast het centraal station (parkeergarage 60 miljoen).

GrL heeft zich sinds 2006 niet verzet tegen het slopen van sociale huurwoningen in Utrecht om grotendeels plaats te maken voor duurdere huur en koop. Een beleid bedoeld om mensen die wat meer verdienen Utrecht binnen te halen. Ten koste uiteraard van minima die steeds langer op een woning moeten wachten.

GrL heeft vanaf 2006 meegewerkt aan de uitvoering van het structuurplan stationsgebied, waardoor, volkomen in strijd met het eerder gehouden referendum, de hoogbouw variant is en wordt gerealiseerd in plaats van de groene variant en het totale winkelvloeroppervlak enorm is toegenomen (verdubbeling Hoog Catharijne) ten koste van de kleinere winkeliers.

Wat betreft het terugdringen van de uitstoot van CO2 is in Utrecht sinds 2006 zo goed als niets bereikt. Er wordt heel veel gepraat (‘stadsgesprekken’), maar de daling van de CO2-uitstoot mag geen naam hebben en wordt bovendien zeer geflatteerd voorgesteld.

GrL heeft in het verleden vaak propaganda gemaakt met het voornemen om een eind te maken aan het parkeren langs de grachten in de binnenstad en het verminderen van het aantal parkeerplaatsen in de binnenstad. Daar is sinds 2006 niets van terecht gekomen.

De belangrijkste reden voor het niet afnemen van de CO2-uitstoot is het nog steeds groeiende autoverkeer in Utrecht. In grote steden is het autoverkeer goed voor ca. 30% van de CO2-uitstoot. GrL, althans wethouder Van Hooijdonk, is een voorstander van de ‘opwaardering’ van de Noordelijk Randweg Utrecht langs Overvecht. In gewoon Nederlands: een snelweg erbij. Rakelings langs de woonbebouwing.

GrL heeft zich sterk gemaakt voor een kleine milieuzone die alleen diesels tm euroklasse 2 weert en geen enkel aantoonbaar effect bleek te hebben (TNO-evaluatie). Een maatregel die vooral gebruikt is om niets te hoeven doen tegen de groei van het autoverkeer in de stad en veel mensen juist met een smalle beurs op kosten heeft gejaagd.

De gemiddelde leeftijd van bomen gaat in Utrecht nog steeds achteruit doordat er zelden een aanvraag om bomen te mogen kappen geweigerd wordt. De meeste aanvragen komen van de gemeente zelf. GroenLinks wethouder Robert Giesberts bestond het zelfs voor te stellen de vergunning om te kappen af te schaffen.

GrL heeft zich niet verzet tegen de kapvergunning voor 600 monumentale bomen in Haarzuilens die plaats zouden moeten maken voor uitbreiding van de golfbaan. GrL heeft zich evenmin verzet tegen het kappen van bomen in het Cremerpark ivm de omstreden stadsverwarming. Het is dankzij actieve bewoners dat eea niet is doorgegaan.

De wethouder van GrL Van Hooijdonk liet kort na haar aantreden in 2014 weten niet getrouwd te zijn met windmolens, is een voorstander van het doorgaan met stadsverwarming, terwijl er geen sprake meer is van ‘restwarmte’ en enorm veel energie verloren gaat door transport van heet water. Is bovendien een voorstander van energie uit biomassa terwijl dat een aanslag is op de natuur en ook CO2 uitstoot.

Dezelfde wethouder voor GrL heeft zich sterk gemaakt voor het buiten werking stellen van verkeerslichten zodat automobilisten minder oponthoud hebben (een VVD-wens) en voetgangers (o.a. kinderen, mensen die slecht ter been zijn) maar moeten zien hoe ze veilig aan de overkant kunnen komen.

GrL is akkoord gegaan met het armoedebeleid van wethouder Everhardt (D66) wat o.m. inhoudt dat er niet méér voor schuldhulpverlening en structurele aanvulling op bijstand/inkomen wordt uitgetrokken ondanks de toename van het aantal inwoners dat onder de armoedegrens dreigt te komen.

GroenLinks zou in een debat eens uit moeten leggen wat de stad er groener, socialer en beter op geworden is door de deelname sinds 2006 van GrL aan het college. De kans dat GroenLinks tot zo’n debat bereid is is klein want een debat met de SSLU over de milieuzone en de luchtkwaliteit dat durfde de wethouder en de fractie niet aan.

Klimaat en armoede

Dat de verandering van het klimaat in de eerste plaats gevolgen heeft voor arme landen ligt voor de hand. Het is vooral daar dat landbouwgronden verloren gaan door hitte en verwoestijning. Arme landen kunnen bovendien de kosten niet opbrengen die nodig zijn om maatregelen te nemen tegen de stijging van de zeespiegel en tegen rivieroverstromingen na hevige regenval, laat staan dat ze de kosten zouden kunnen opbrengen voor de opwekking van hernieuwbare energie.

Alleen al om redenen van solidariteit met arme landen zou het rijke westen de uitstoot van CO2 die in rijke landen aanzienlijk hoger ligt dan in arme landen *, drastisch en op de kortst moge­lijke termijn moeten terugdringen.  Sinds het klimaatakkoord van Rio (1992) is de uitstoot van CO2 echter niet af­genomen, maar toegenomen. Wat rijke landen doen om de nog steeds toe­nemende CO2-uitstoot terug te dringen is veel te weinig. Arme landen lijden daardoor aanzienlijke klimaatschade.

Rijke landen doen niet alleen te weinig, ze nemen bovendien maatregelen waarmee ze onder hun eigen verplichtingen uit menen te kunnen komen, maar negatieve gevolgen hebben voor arme landen. Zo compenseren ze hun eigen CO2-uitstoot door bos aan te planten in arme landen, waar dat ten koste gaat vruchtbare landbouwgrond en boeren hun bestaan ontneemt. **

Ook de armen die in het rijke westen wonen zijn degenen die in het bijzonder opdraaien voor de kosten van de klimaatverandering. Als de woning niet meer met gas verwarmd kan worden en de elektriciteit niet met gas, aardolie of steenkool opgewekt, dan zullen de energiekosten veel hoger uitvallen en het zijn vooral de armen, die ook vaak in slecht geïsoleerde woningen wonen, waar dat hard aankomt.

Milieumaatregelen treffen in het algemeen armen zwaarder dan rijken omdat ze vrijwel altijd kostenverhogend zijn, armen de extra kosten moeilijker op kunnen brengen dan welgestelden en daar zelden fiscaal en voldoende voor worden gecompenseerd. Anders dan de EU vindt de Nederlandse overheid het niet nodig om iets tegen de toenemende “energiearmoede” te doen waar ruim 1 miljoen Nederlanders onder lijden.

Dat arme mensen niet warm lopen voor milieumaatregelen en maatregelen om de CO2-uitstoot terug te dringen, ligt, zolang de kosten daarvan mensen met een klein inkomen relatief zwaarder treffen dan mensen met een riant inkomen, erg voor de hand. Het opbouwen van voldoende maatschappelijk draagvlak is dus een argument extra om wél een beleid te hebben specifiek gericht tegen energiearmoede. Dat het rijk daar niet aan wil hoeft voor een gemeente geen reden te zijn daar ook niet aan te willen.

Dat klimaatverandering armoede in arme landen én in rijke landen verstrekt behoeft verder geen betoog. En dat de strijd tegen klimaatverandering daarom een kwestie van solidariteit is ook niet. Klimaatverandering en armoede hebben echter ook op een andere manier met elkaar te maken. Ze hebben een gemeenschappelijke oorzaak: een maatschappij waarin wedijver en ongelijk­heid een alles overheersende rol spelen.

In een competitieve samenleving met grote inkomens- en vermogensverschillen worden mensen er toe aangezet om te stijgen op de maatschappelijke ladder (“vooruit te komen”), want dat is een teken dat ze geslaagd zijn in het leven. Stijgen op de maatschappelijke ladder betekent je bezit ver­meerderen. Voortdurende vermeerdering van bezit, ook al is dat bij de een sterker dan bij de ander, leidt tot steeds meer productie en consumptie en dus tot uitputting van grondstoffen, steeds meer energiegebruik en CO2-uitstoot.

In een competitieve samenleving worden mensen gedwongen aan de maatschappelijke competitie mee te blijven doen. Laten ze het er bij zitten, dan worden ze straatarm en dakloos. Ruim 1 miljoen Nederlanders leeft onder de armoedegrens. Het gevolg van een politieke keuze voor denivellering en afbraak van sociale voorziening. Het mes snijdt aan twee kanten. Door te bezuinigen op minima blijft er meer geld over voor winsten en investeringen en de dreiging onder de armoedegrens te geraken moet mensen ertoe aanzetten harder en langer te blijven werken. Alles ter wille van economische groei.

Een minder competitieve en meer gelijke samenleving zal minder gericht zijn op voortdurende economische groei en is daarom een noodzakelijke stap die gezet moet worden om het energiegebruik en de uitstoot van CO2 terug te dringen. Voor het klimaat is armoedebestrijding dus om twee redenen essentieel. 1. Het is nodig om voldoende draagvlak te scheppen voor klimaatbeleid. 2. Het is nodig om de groei uit de economie te halen, wat de CO2-uitstoot verlaagt.

* Bedacht moet worden dat veel C02-uitstoot in arme landen plaatsvindt in verband met productie die verplaatst is van rijke naar lage lonen landen, producten die voornamelijk in rijke landen worden afgezet. De CO2-uitstoot die daarmee gemoeid is, is dus eigenlijk ook onze CO2-uitstoot.

** Zie het uitstekende boekje De Mythe van de Groene Economie van Annelies Kenis en Matthias Lievens (2012) Uitgeverij Van Arkel. Zie voor een samenvatting:
de mythe van de groene economie

Uitnodiging bijeenkomst 25 augustus 19.00 uur in Muntmeesters Leidsekade 117

Het gebruik van de auto wordt in Utrecht in de hand gewerkt door verkeerslichten uit te schakelen. Ten koste van voetgangers. foto gepubliceerd in het AD 26-8-2016

Aan iedereen in Utrecht die zich zorgen maakt om het klimaat, de lucht en de bomen in Utrecht

Om te voldoen aan Europese klimaatdoelen moet de uitstoot in 2030 40% lager liggen dan in 1990. Urgenda wist gedaan te krijgen dat de rechter de overheid opdroeg ervoor te zorgen dat de uitstoot in 2020 al met 25% afgenomen zou zijn ten opzichte van 1990. Zoals bekend is de overheid tegen die uitspraak in hoger beroep gegaan. De overheid, en dat geldt ook voor de gemeente Utrecht, spant zich onvoldoende in om de uitstoot van broeikasgassen terug te dringen. Bij het huidige beleid is er geen sprake van dat de uitstoot in 2020 (over iets meer dan 2 jaar!) in Utrecht met 25% teruggedrongen zal zijn.

Volgens de gemeente is de CO2-uitstoot in 2015 met 8% gedaald ten opzichte van 2010. Wat de daling is ten opzichte van 1990 is niet bekend en niet berekend. Maar ook de daling van 8% ten opzichte van 2010 moet met een flinke korrel zout genomen worden. Zo was 2010 een heel koud jaar en 2015 een heel warm jaar. En dus werd er in 2015 veel minder verwarmd. Ook de omvang van het autoverkeer in Utrecht (in grote steden goed voor 30 á 40 % van de CO2-uitstoot) wordt door de gemeente stelselmatig onderschat. En dus het is zeer de vraag of er in Utrecht überhaupt sprake is van een daling van de CO2-uitstoot. Dat Utrecht in 2030 klimaatneutraal is, zoals de gemeente beweert, is in elk geval een illusie.

De Klimaatpartij is een initiatief van de Stichting Stop Luchtverontreiniging Utrecht (SSLU). Met de CO2-uitstoot zien wij hetzelfde gebeuren als met luchtverontreiniging. De EU-normen waar de lucht in 2010 aan had moeten voldoen, daar werd in 2016 in Utrecht nog steeds niet aan voldaan. En dat terwijl het aanvankelijk de bedoeling was die normen in 2010 aan te scherpen zodat ze met die van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) overeenkomen. De NO2-norm van de WHO is 20 microgram/m3, de EU-norm die in Utrecht wordt gehanteerd is 40 microgram/m3. Dat in Utrecht nog steeds niet aan de (te hoge) EU-norm wordt voldaan betekent dat er geen sprake is van een serieus milieubeleid.

Ondanks het feit dat er in 2016 nog steeds niet aan de EU-norm voor luchtkwaliteit wordt voldaan en ondanks het feit dat er nauwelijks sprake is van een daling van de CO2-uitstoot maakt het huidige college, waarvan nota bene GroenLinks deel uitmaakt, zich sterk voor de “opwaardering” van de Noordelijke Randweg Utrecht langs Overvecht. “Opwaardering” betekent dat daar een snelweg van gemaakt wordt (ten koste van honderden bomen en de leefbaarheid van aanwonenden!), waardoor het autoverkeer dat niets met Utrecht te maken heeft daar meer dan verdubbelt. Het huidige college besloot ook om een grote parkeervoorziening te realiseren onder het Jaarbeursplein (60 miljoen), terwijl het aantal parkeerplaatsen in de binnenstad en het stationsgebied juist verminderd zou moeten worden.

Met het oog op het klimaat (hogere temperaturen), schonere lucht en het milieu zou het belangrijk zijn om heel terughoudend te zijn met het kappen van bomen en ervoor te zorgen dat bomen de ruimte krijgen die ze nodig hebben om gezond te blijven. Van die terughoudendheid is in de gemeente Utrecht geen sprake. Het college gaf een kapvergunning voor 600 monumentale bomen in Haarzuilens voor de uitbreiding van de golfbaan en een kapvergunning voor de bomen van het Cremerpark, die moesten wijken nota bene voor stadsverwarming (zeer klimaatonvriendelijk!). Het is aan acties van bewoners en de Utrechtse Bomenstichting te danken dat die bomen niet zijn gekapt. Kapvergunningen worden in Utrecht vrijwel nooit geweigerd. Het gevolg is een voortdurende daling van de gemiddelde leeftijd van bomen en dus steeds minder schaduw.

Met het oog op het klimaat moeten nieuw te bouwen woningen aan steeds scherpere eisen voldoen que energieprestatie. Daarvoor moeten EPC-berekeningen worden gemaakt die ingediend moeten worden bij de bouwaanvraag. De praktijk is dat er bij de oplevering nauwelijks gecontroleerd wordt of de woning volgens die EPC-berekening is gebouwd en of de woning wel zo energiezuinig is als hij behoort te zijn. Ook om die reden is de door de gemeente beweerde daling van de CO2-uitstoot een daling op papier maar niet in werkelijkheid. Er worden in Utrecht overigens nog steeds bouwvergunningen afgegeven voor woningen met houtkachels en open haarden, zelfs zonder eisen te stellen aan de uitstoot.

Als je de berichtgeving van de gemeente moet geloven heeft de gemeente een succesvol klimaat- en luchtbeleid. Als je kritisch naar de resultaten kijkt is dat beleid niet of nauwelijks effectief. TNO onderzocht het effect van de milieuzone en moest de conclusie trekken dat er van een aantoonbaar effect geen sprake is. Niet wat betreft NO2 en niet wat betreft roet. Het voornaamste effect van de milieuzone is dat de gemeente meent niets te hoeven doen om het autoverkeer in de stad terug te dringen, doorgaat steeds meer parkeervoorzieningen te realiseren en zelfs een nieuwe snelweg wil aanleggen langs Overvecht. Er is geen stad in Nederland waar het autoverkeer zoveel verkeersruimte en de voetganger zo weinig beveiligde oversteekbaarheid heeft als de stad Utrecht.

Wanneer u zich ook zorgen maakt om het klimaat, de luchtkwaliteit en de bomen in Utrecht, kom dan naar de bijeenkomst van de Klimaatpartij op 25 augustus 19.00 uur in de Muntmeesters, Leidsekade 117.

Met vriendelijke groet,

www.klimaatpartij.nl