Stadsgesprek energie: kostbare manipulatie

Of wethouder Lot van Hooijdonk het boekje van David Reybrouck ‘Tegen Verkiezingen’ zelf gelezen heeft valt te betwijfelen, want zoals de stadsgesprekken energie werden georganiseerd, zo kan Reybrouck dat toch echt niet bedoeld hebben. De totale kosten bedroegen overigens 437.865 euro. Je leest het goed: bijna een half miljoen.

Reybrouck kritiseert het politiek systeem omdat dat in handen is van een hele kleine groep van overwegend hoogopgeleiden. Die kritiek is niet nieuw. We treffen die kritiek ook aan bijvoorbeeld bij de Utrechtse hoogleraar Van Bovens (De diploma democratie.2006).

De oplossing die Reybrouck aan de hand doet is om de mensen die ons vertegenwoordigen door loting aan te wijzen, zodat iedereen, ongeacht inkomen en opleiding, dezelfde kans heeft om gekozen te worden en volksvertegenwoordiger te worden.

Eén van de problemen die je niet oplost door vertegenwoordigers door loting aan te wijzen is het probleem dat vertegenwoordigers, of ze nu gekozen worden of door loting worden aangewezen, in hoge mate afhankelijk zijn van de informatie die zij krijgen van interne- en externe deskundigen van de overheid.

Het verschijnsel van de ‘vierde macht’ (de macht van de ambtelijke dienst) wordt verklaard door het kennis- en informatie overwicht van de ambtelijke dienst. Als zelfs gekozen politici door de ambtelijke dienst qua informatie onder de voet gelopen worden, dan is dat bij burgers die door loting aangewezen worden nog veel meer het geval.

Voor de inhoudelijke begeleiding was een overeenkomst gesloten met het commerciële adviesbureau Ecofys (75.000 euro). Verder werden de deelnemers onderwezen en voorgelicht door wethouder Van Hooijdonk en dr.Ivo Opstelten. En verder waren er deskundigen van Eneco, ASR, Stedin, Duravermeer Van Ieperen, BO-EX en de gemeente Utrecht. Een wel zeer eenzijdig samengesteld gezelschap dus.

Lezen we de sfeerverslagen van de hand van ‘energie journalist’ Rolf de Jong, dan waren de stadsgesprekken over energie erg geslaagd. Geen wonder, want deze ‘energiejournalist’ werd goed betaald voor het opstellen van die sfeerverslagen en blijkt bovendien senior consultant te zijn van Ecofys en Ecofys wil natuurlijk nog wel meer van die lucratieve klussen hebben. Misschien de volgende keer toch maar een onafhankelijke en echte journalist nemen om de sfeerverslagen te schrijven.

Of je geïnformeerd wordt over klimaat/energie door commerciële adviesbureaus, die uit de hand van de overheid eten, en het bedrijfsleven of dat je het verhaal hoort van Greenpeace, Milieudefensie of de Stichting Stop Luchtverontreiniging Utrecht maakt natuurlijk een wereld van verschil. De wethouder vond het dus belangrijk dat de burgers niet het verhaal zouden horen van milieuorganisaties.

De zeer eenzijdige voorlichting blijkt uit de aan de deelnemers getoonde factsheets, het Ecofys document ‘Energiegebruik in Utrecht’ (dat weer grotendeels teruggaat op door de gemeente aangeleverde cijfers) en uit de resultaten van de gesprekken. De nadruk ligt in alle gevallen op hoe de energievoorziening op een meer duurzame manier kan worden gewaarborgd.

Dat de gemeente moet stoppen om steeds meer pakeervoorzieningen te realiseren, de stad met asfalt te bedekken, ongelijkvloerse kruisingen te realiseren om autoverkeer te bevorderen, steeds meer verkeersaantrekkende hoogbouw in het stationsgebied te realiseren, dat wij moeten stoppen om de economie aan te jagen en in plaats daarvan de overvloedige welvaart eerlijker moeten verdelen, daar mocht kennelijk allemaal niet over gepraat worden. Dat zal je van Ecofys ook niet te horen krijgen.

Kijk je naar wat er uiteindelijk uit die stadsgesprekken gekomen is, dan moet je daar de conclusie uit trekken dat de beleidsmakers daar alle kanten mee uit kunnen en van elke uitwerking kunnen beweren dat dat uit de stadsgesprekken gekomen is en dus helemaal in de geest van Reybrouck is uitgebroed.

Kortom, het zou interessant zijn aan David Reybrouck te vragen of deze wel zeer kostbare manipulatie (437.865 euro) van 150 door loting aangewezen burgers nu wel is wat hij in zijn boekje heeft gepropageerd.

Rampzalig klimaatbeleid

In opdracht van de gemeente heeft Harmelink consulting het energiebeleid van de gemeente over de jaren 2011-2014 aan een evaluatie onderworpen. Welnu, het aandeel hernieuwbare energie kwam eind 2013 niet verder dan 1%. De gemeente is niet in staat geweest om investeringen in grootschalige duurzame energieopwekking te realiseren. Utrechters tonen weinig bereidheid om een lening aan te gaan voor investeringen in energiebesparing. In de periode 2010-2013 daalde de uitstoot van CO2 met 5%. (Nederland 9%). Dat is veel te weinig om in 2030 klimaatneutraal te zijn. Het beleid zou wel hebben bijgedragen aan extra aandacht voor energiebesparing, maar die extra aandacht heeft dus weinig opgeleverd. Voor het beleid was voor de periode 2011-2014 6,5 miljoen uitgetrokken, eind 2014 was daarvan slechts 45% besteed. Aldus de belangrijkste conclusies van het vernietigende rapport.

De doelstelling voor 2020 was om de CO2 emissies met 30% te verminderen t.a.v. 1990. Maar omdat niet berekend zou kunnen worden wat de CO2 uitstoot in 1990 was, is het jaar 2010 als basisjaar genomen. Dat komt natuurlijk neer op een zeer aanzienlijke verlichting van de opgave. Immers, of je de CO2-uitstoot ten opzichte van 1990 of ten opzichte van 2010 met 30% vermindert, dat maakt natuurlijk een wereld van verschil. In 1990 had Utrecht 230.676 inwoners. In 2010 307.124. Kortom, als de gemeente 1990 als basisjaar had genomen, zoals de bedoeling was, dan zou er van een afname van de CO2-uitstoot in Utrecht in het geheel geen sprake zijn geweest. Eerder een forse toename.
C02-emissies gemeente Utrecht
Als we figuur 6 C02 emissies gemeente Utrecht, footprint’ moeten geloven is de bijdrage van mobiliteit aan de totale CO2 uitstoot 20%. Dat kan niet juist zijn. Landelijk ligt dat aandeel sinds 2000 al ruim boven de 20%. In een grote stad is het aandeel uiteraard hoger dan het landelijke gemiddelde, maar bovendien is Utrecht een sterk groeiende stad. Dat betekent dat mobiliteit niet 300 ton CO2 in de lucht brengt, maar waarschijnlijk het dubbele: 600 ton CO2. En dat betekent dat de CO2-uitstoot in Utrecht sinds 1990 (toen er veel minder verkeer was) inderdaad juist sterk is toegenomen. Dankzij het verkeer.
Overigens, Harmelink consulting heeft lang niet alle CO2-uitstoot meegerekend die aan Utrecht zou moeten worden toegerekend. Alle bouwmaterialen die in Utrecht worden gebruikt (en er wordt heel wat gebouwd), alle food en non-food producten die wij kopen worden ergens buiten Utrecht geproduceerd en ook daarbij wordt zeer veel CO2 uitgestoten. De CO2 die in landen als China, India, Korea, Thailand e.d. wordt uitgestoten wordt voornamelijk uitgestoten om het Westen van consumptieartikelen te voorzien en dus is dat ook onze CO2. En dus moet die meegerekend worden.
Kortom, die klimaatdoelen, daar moeten we ons in Utrecht met dit gemeentebestuur dus maar helemaal geen illusies over maken.

Milieuzone, een kapitalistische maatregel

Opmerkelijk is dat de milieuzone voor personen- en bestelwagens vrijwel alleen wordt onderbouwd met het argument dat daardoor de concentratie roet zou afnemen. Voorstanders van de milieuzone weten dat door de maatregel de concentratie NO2 niet of nauwelijks afneemt. Diesels euroklasse 3, 4 of 5 stoten, zo blijkt uit praktijktests, veelal meer NOx uit dan diesels euroklasse 2. Met andere woorden, het invoeren van de milieuzone maakt het juist moeilijker om in 2015 aan de wettelijke EU-normen te voldoen.

Dát de concentratie roet afneemt door de milieuzone staat overigens helemaal niet vast. Daar zijn nogal tegenstrijdige berichten over. In 2012 schreef het college aan de Utrechtse raadscommissie Stad & Ruimte dat er een nauwe correlatie bestaat tussen NO2 en roet. Dat betekent dat als de concentratie NO2 niet afneemt, de concentratie roet ook niet afneemt.

Waar niemand het over heeft is het effect van de milieuzone maatregel op de uitstoot van CO2, belangrijk voor het klimaat. Ook Milieudefensie, een warm voorstander van de milieuzone, beoordeelt die maatregel niet op de effecten voor het klimaat. Die zijn echter zeer negatief.

In de eerste plaats wordt de milieuzone gepropageerd om niets te hoeven doen aan de omvang van het autoverkeer. Automobiliteit is namelijk een heilige koe. Daar mag je niet aankomen want dat zou investeerders afschrikken en Utrecht heeft de ambitie om zoveel mogelijk kantoren in het stadscentrum te realiseren en bedrijven te interesseren voor vestiging in Utrecht. De gemeente weigert al jaren volumemaatregelen te nemen (om het aantal afgelegde autokilometers terug te dringen)  In ‘Utrecht, aantrekkelijk en bereikbaar’ staat uitdrukkelijk de doelstelling dat de binnenstad en het stationsgebied optimaal bereikbaar moeten blijven voor de auto.

Met andere woorden, het effect van de milieuzone is dat er niets gedaan wordt tegen de toename van het autoverkeer (het is immers een maatregel om dat niet te hoeven doen). Volgens ‘Regio in beweging’ (een rapport uit 2012 waar de gemeente zelf aan heeft meegewerkt) neemt het autoverkeer van en naar het stationsgebied waarschijnlijk toe met 100% tussen 2010 en 2020. Een verdubbeling dus. Een verdubbeling dus van de uitstoot van CO2. Daar helpt het ‘schoner’ maken van auto’s niets tegen, want de uitstoot van CO2 hangt gewoon samen met het brandstofverbruik.

Wat de voorstanders van de milieuzone ook over het hoofd zien is dat het ‘verschonen’ van het wagenpark er op neerkomt dat pakweg 10% van alle auto’s naar de sloop gaat en vervangen wordt door nieuwe auto’s. Dat zal zeker het geval zijn als diesel euroklasse 3 en benzine euroklasse 0 geweerd wordt. Dat zal dus nog meer worden als de maatregel wordt aangescherpt (waar wethouder van Hooijdonk nu al op zinspeelt). De milieuzone geeft de auto industrie een geweldige boost. De maatregel zou bedacht kunnen zijn door de auto industrie. Een kapitalistische maatregel dus. Ook al omdat de financiële gevolgen ervan voornamelijk gevoeld worden door mensen die zich nauwelijks een auto kunnen veroorloven.

Het produceren van auto’s vergt natuurlijk een enorme hoeveelheid energie (CO2) en is een grote aanslag op schaarse grondstoffen. Alle mooie verhalen over recycling ten spijt. Kortom, het is een raadsel hoe politieke partijen als GroenLinks die zich druk beweren te maken over het klimaat en milieu en vooral hoe Milieudefensie voorstanders kunnen zijn van zo’n kapitalistische maatregel, die er immers op gericht is de groei van het autoverkeer mogelijk te blijven maken en extra productie van auto’s tot gevolg heeft.

Een maatregel dus die past in een energieverslindende wegwerpmaatschappij, een schoolvoorbeeld van een technologische oplossing die erop gericht niets tegen de toenemende automobiliteit te hoeven doen en alweer de mensen met een smalle beurs daarvoor de rekening presenteert.