Ecologische schuld

Volgens beleidsmakers en politici moet de reductie van de uitstoot van CO2 voornamelijk plaatsvinden door hier en in ons eigen land minder energie te gebruiken en de energie die wij gebruiken duurzaam op te wekken: water, wind, zon, aardwarmte e.d.

Waar volledig aan voorbij wordt gegaan is de energie die nodig is om in andere landen producten te maken die wij hier kopen. En natuurlijk de energie die nodig is om die producten te transporteren, vaak van de andere kant van de wereld met grote vrachtschepen en door de lucht.

Denk niet alleen aan duurzame producten, maar ook aan voeding, veevoeders, vlees, bloemen, aardolie, e.d. De energie die nodig is voor de productie en het transport ontbreken op onze energiebalans.

Nu zou dat niet zo’n probleem zijn als goederen die geĆÆmporteerd worden zouden kunnen worden weggestreept tegen de goederen die geĆ«xporteerd worden naar landen waar onze import vandaan komt. Maar dat is maar zeer ten dele het geval.

Dankzij de vrijhandel en het feit dat producten in arme landen veel goedkoper gemaakt kunnen worden (lage lonen, goedkope grondstoffen, minder strenge milieu eisen) heeft de productie zich naar arme en minder welvarende landen verplaatst. Maar daarmee dus ook de CO2-uitstoot van die productie.

Ruim de helft van de CO2-uitstoot in landen als China en andere opkomende industrielanden moet toegeschreven worden aan de productie van goederen die voortgebracht worden om naar Europa en de VS te exporteren. Dat is dus eigenlijk onze CO2, waar wij lage lonen – en goedkope grondstoffen landen mee laten zitten.

Een eerlijk klimaatbeleid houdt dus in dat welvarende landen zich niet alleen verantwoordelijk achten voor de CO2-uitstoot in eigen land, maar ook voor de CO2-uitstoot die in minder welvarende en arme delen van de wereld plaatsvindt om welvarende landen van goedkope producten te voorzien.

Dat houdt de erkenning in van een ecologische schuld van welvarende aan minder welvarende landen die ingelost moet worden door extra reductie van CO2 in de welvarende landen en door financiering van voorzieningen die in minder welvarende landen nodig zijn om de gevolgen van klimaatopwarming op te vangen.