Destrucción masiva, geopolítica del hambre

Destrucción masiva, geopolítica del hambre (2012)
Jean Ziegler

Ziegler was negen jaar speciale UN-rapporteur voor honger in de wereld. In 2008 verscheen van hem ”La Haine de l’Occident” (vertaald uitgebracht in 2010 onder de titel “De haat tegen het Westen”). “Destruction massive”  verscheen in 2012, tevens in Spaanse vertaling waarop on­derstaande samenvatting is gebaseerd.

Proloog
Begint met een herinnering aan een bezoek aan een hospitaaltje in het dorpje Saga in Niger: moeders met door honger uitgemergelde kinderen wachten in de brandende zon, bescherming zoekend in met de handen in het zand gegraven holen, of zij naar binnen mogen. Slechts moeders waarvan de kinderen de meeste kans hebben mogen naar binnen. De meesten niet. Die gaan terug naar hun dorp wetende dat hun kind dood zal gaan door de honger. Zou niet nodig zijn als de zusters Madre Teresa over voldoende voedingsvloeistof beschikten die zwaar ondervoede kinderen in 12 dagen er weer bovenop kunnen helpen.

Onze planeet zou zonder problemen 12 miljard mensen kunnen voeden. Niettemin sterft elke 5 seconde een kind onder de 10 jaar van de honger. Elk kind dat van de honger sterft is dus een kind dat is vermoord. De publieke opinie schrikt soms heel even op als er één of andere hongersnood in het nieuws komt die in één keer pakweg 12 miljoen mensen het leven kost, maar verder reageert de publieke opinie op deze massale destructie van mensenlevens met ijskoude onverschilligheid. Aldus Ziegler, negen jaar lang speciale UN-rapporteur mbt honger in de wereld.

Doordat de mensen in het Westen niet zo erg lang geleden zelf met de ellende van honger te maken hadden (tijdens de oorlog en in Duitse concentratiekampen) is er veel bekend over de geopolitiek van de honger (Josué Apolônio de Castro, Tiber Mende, René Dumont, Abbé Pierre) en het gruwelijke lijden bij hongerdood en zijn er na de oorlog WO II internationale instellingen in het leven geroepen om de honger uit de wereld te bannen. In 2009 werd herdacht dat er inmiddels 9.923 internationale conferen­ties hadden plaatsgevonden over honger en fundamentele mensenrechten. Conferenties waarin telkens het universele mensenrecht op voeding werd beleden, maar verder niets opleverden.

Recentelijk wordt de honger in de wereld nog eens extra aangejaagd doordat arme landen worden beroofd van hun vruchtbare grond door transcontinentale ondernemingen die geld verdienen met de productie van biobrandstof en beursspeculatie met elementaire voedingsmiddelen, geobsedeerd als zij zijn door winst en hebzucht.

Shakespeare deed koning Lear opmerken dat het in de wereld zo slecht toeging dat zelfs een blinde dat kon zien. Volgens Ziegler is het nog veel erger: de wereld wordt zó ‘gemediatiseerd’ door kapita­lis­tische drogbeelden, dat het ook ziende mensen ontgaat dat de honger in de wereld mensenwerk is, is wat mensen die daar van profiteren mensen aandoen die daardoor dood gaan. De hoop van Ziegler is gevestigd op de strijd van transnationale syndicaten van boeren tegen kapitalistische aas­gieren van het ‘groene goud’ en tegen commerciële instellingen die grove winsten maken door te speculeren met elementaire voeding. Hun strijd zouden wij moeten steunen.

Deel 1. De slachting

1. Geografie van de honger
“Brood voor de noodlijdenden betekent leven voor de armen, hij die na laat dat te geven is een bloed­dorstig mens. Hij die aan zijn naaste onthoudt wat nodig is voor levensonderhoud is een moordenaar. Het aan de dagloner zijn dagloon onthouden is bloed vergieten” (Eclesiastico, 34, 21 – 22)

Volgens de Food and Agriculture Organisatie van de VN (FAO), waren in 2009 ruim één miljard van de 6,7 miljard mensen op aarde ernstig en permanent ondervoed. De Wereld Gezond­heids Organisatie (WHO) beschouwt 2.200 calorieën voor een volwassene als dagelijks minimum. Voor zuigelingen zou dat 700 zijn en voor kinderen van 5 jaar zou dat 1.600 zijn.

Doodgaan door honger is een langzaam en ondraaglijk lijden. Het sloopt het lichaam, doet stekende pijn en bezorgt ook psychisch lijden: angst, wanhoop, paniek en eenzaamheid. Het brengt uiteraard ook verlies van zelfstandigheid en invaliditeit met zich mee.

Honger in de eerste 5 levensjaren betekent onherstelbare hersenschade, want de ontwikkeling van de hersenen moet in de eerste 5 jaar voltooid worden. Komt het kind voeding te kort, dan valt dat dus voor wat betreft de hersenen niet in te halen ná die eerste 5 jaar.

Blijvende schade lopen kinderen ook op als ze onvoldoende voeding krijgen tijdens de zwangerschap doordat de moeder ondervoed is. In landen van het zuidelijke halfrond sterft overigens een half mil­joen moeders tijdens de bevalling, de meesten door ondervoeding tijdens de zwangerschap.

Honger tast uiteraard het weerstandsvermogen aan, waardoor mensen veel eerder ziek worden en door ziekte sterven. Het grote aantal sterfgevallen door AIDS wordt mede door honger veroorzaakt.

De FAO berekent het aantal ondervoede mensen voor elk land door het saldo van import en export van voeding (omgerekend naar aantal calorieën) vast te stellen en dat te vergelijken met omvang en samenstelling van de bevolking, waarbij dan ook rekening wordt gehouden met factoren als klimaat.

Volgens Bernard Maire en Francis Delpeuch is de rekenwijze van de FAO te grof omdat geen onder­scheid wordt gemaakt naar voedingsbestanddelen (eiwitten, koolhydraten, vetten) en geen rekening wordt gehouden met vitaminen, ijzer, jodium e.d. die ook in de voeding moeten  zitten. Met andere woorden: in het cijfer van één miljard ondervoede mensen is nog niet meegerekend het aantal men­sen met een eenzijdige voeding waar van alles aan ontbreekt.

Het streven van de VN was ooit een halvering van het aantal ondervoede mensen (berekend voor het jaar 1990) in 2015 en rekening houdend met de groei van de wereldbevolking. In 1990 zou het aantal (alleen in ontwikkelingslanden!) 827 miljoen zijn geweest, in 2010 zou dat aantal echter toegenomen zijn naar 906 miljoen. In plaats van een halvering dus een toename.

De VN onderscheidt structurele en conjuncturele honger. De eerste komt voort uit onvoldoende pro­ductiemogelijkheden (boeren met te weinig grond, onvoldoende werktuigen, onvoldoende of slecht zaaigoed, ontbreken van meststoffen en bestrijdingsmiddelen, ontbreken van mogelijkheden tot bevloeIIng. In verreweg de meeste gevallen beschikt men alleen over een hak, een sikkel en een machete. Dus geen ploeg, trekker of lastdier). Wat wij op de televisie zien is echter alleen de con­juncturele honger door rampen en oorlogen: de beelden van mensen die in overvolle kampen zijn samengepakt en op de vlucht zijn voor oorlogsgeweld.

Wat betreft de structurele honger, die treft men aan bij de rural poors (buiten de steden) en in  sloppenwijken (urban poors). Van de 6,7 miljard mensen leeft de helft buiten de steden en pro­beert zich te voeden door landbouw, veeteelt en visserij. De mensen in extreme armoede (volgens de Wereldbank moeten zien rond te komen van hooguit 1,25 dollar per dag) zijn voor 75% rural poors.

De armoede van de rural poors komt door het ontbreken van (voldoende) eigen grond waardoor ze afhankelijk zijn van grondbezitters, waar ze het grootste deel van hun oogst aan moeten afstaan. De Wereldbank heeft een programma voor ”Market-Assisted Land Reform”, wat er op neerkomt dat de Wereldbank grond koopt van grondbezitters en kleine stukjes verkoopt aan boeren die in extreme armoede leven en daar dan bij de Wereldbank geld voor kunnen lenen. Volgens Ziegler een evident hypocriet en bovendien onzedelijk plan.

Rural poors hoeven niet op de steun van de Wereldbank te rekenen, ze zullen zich zelf moeten be-vrijden van de uitbuiting door (groot)grondbezitters. Via Campesina is momenteel de meest belang­rijke mondiale revolutionaire beweging van landloze boeren (200 miljoen).

Structureel is volgens de FAO dat 25% van de oogst standaard verwoest wordt door weersomstan­digheden en knaagdieren. Structureel is ook het ontbreken van mogelijkheden van transport, waar­door ergens ernstige hongersnood kan optreden terwijl er 700 km verderop genoeg graan ligt opge­slagen. Structureel is ook dat lokale banken ontbreken waar een boer even wat geld kan lenen. Door­dat hij niet kan lenen kan hij gedwongen zijn zijn oogst te verkopen juist als de wereldhandelsprijs het laagst is. En structureel is het geweld: grootgrondbezitters houden er legertjes op na die (niet zelden met steun van de politie) ook het kleinste verzet tegen de uitbuiting met geweld de kop in­drukken. In 2005 werden er in Guatamala 4.793 rural poors vermoord. In Guatamala is 57% van de voor landbouw geschikte grond in handen van 1,86% van de bevolking (2011).

Wat de urban poors betreft, om eten te kunnen kopen van 1,25 dollar per dag is er vrijwel geen geld over voor huisvesting: 85% van het budget wordt uitgegeven voor eten. Ter vergelijk: in steden als Parijs en Frankfurt is dat 10 á 15%. De geringste prijsstijging heeft meteen catastrofale gevolgen. Dat geldt ook voor de rural poors, voor wie de oogst vaak niet toereikend is.

Volgens Yolanda Areas Blas van Via Campesina kost een familie basis pakket voeding voor 6 personen volgens de rege­ring van Nicaragua per maand 500 dollar. Het wettelijk minimumloon in Nicaragua is echter niet meer dan 80 dollar.

De geografische verdeling in 2010 van de honger in de wereld is zeer ongelijk. Het meeste aan­tal ondervoede mensen leeft in Azië en de Pacifiek (578 van de 4.030 miljoen →14,3%). Dan volgt Afrika (239 van de 965 miljoen → 24,7 %), La­tijns Amerika en de Cariben (53 van de 572 miljoen → 9,2%), Europa en Noord Amerika (19 van de 1070 miljoen → 1,7%).

Het aantal ondervoede mensen nam vanaf 1969 geleidelijk af, maar vanaf 1995 neemt het weer toe en in 2009 was het veel meer dan in 1969. Prijsstijgingen en de crisis hebben catastrofale gevolgen.
In 2008 en daarna nog eens in 2011 vlogen de prijzen voor rijst, graan en mais omhoog. In 2011 ver­dubbelde de prijs van graan.

De landen van de Magreb tot en met de Golf zijn voor de voedselvoorziening in hoge mate op import aangewezen. Het is niet toevallig dat het volk in 2010 juist in landen als Tunis en Egypte tegen de re­gering opstond.

Belangrijk is te vermelden dat in Azië en Afrika juist vrouwen en kinderen extra lijden door ondervoe­ding. Zij zijn namelijk aangewezen op wat overblijft als de mannen gegeten hebben.

“Het voortduren van de verwoestende honger in een wereld die barst van de rijkdom en de capaciteit om zelfs het onmogelijke te bereiken is een schande, een massale slachting van armsten”.

2. De onzichtbare honger
Van ondervoeding is niet alleen sprake bij een tekort aan calorieën, maar ook bij een tekort aan essen­tiële voedingsstoffen. De gezondheidsschade die daar het gevolg van is is vaak niet meteen te herkennen als ondervoeding. Het tekort aan vitamines en bepaalde mineralen kan zich immers wre­ken zon­der gewichtsverlies.

Tekort aan vitamines, ijzer, jodium, zink e.d. uit zich door een verhoogde vatbaarheid voor ziektes, blindheid, bloedarmoede, rachitis, beriberi, struma, mentale stoornissen. Om het verschil te bena­drukken met ondervoeding door tekort aan calorieën, spreekt men ook wel van stille honger.

De gevallen van stille honger zijn aanzienlijk en dient men op te tellen bij het eerder genoemde aantal van ruim één miljard die niet genoeg calorieën binnen krijgen. Volgens onderzoek van Unicef (Vitamine and Mineral Deficiency. A global Assessment) kan éénderde van de wereldbevolking zijn fysiek en intellectueel potentieel niet ontwikkelen door gebrek aan vitaminen en mineralen. In het bijzonder brengt het tekort schade toe aan kinderen tot 5 jaar.

Eén van de meest voorkomende kwalen is bloedarmoede, dat ontstaat door een gebrek aan ijzer. Vooral bij kinderen en zwangere vrouwen zijn de gevolgen vaak dodelijk. Voor zuigelingen is ijzer essentieel: de meeste neuronen in de hersenen worden gevormd tijdens de eerste levensjaren. Een gebrek in de eerste vijf levensjaren is onherstelbaar. Bloedarmoede ontregelt ook het immuunsys­teem. 30% van alle baby’s wordt geboren in de 50 armste landen van de wereld.

Gebrek aan vitamine A veroorzaakt blindheid. 40 Miljoen kinderen hebben daar een tekort van, elk jaar leidt dat tot 13 miljoen blinde kinderen. Beriberi treedt op als gevolg van een gebrek aan vitamine B. Scheurbuik en rachitis treden op als gevolg van een gebrek aan vitamine C. Foliumzuur is essentieel voor zwangere vrouwen. Volgens de WHO leidt het gebrek aan foliumzuur elk jaar tot schade aan 200 miljoen baby’s. Circa een miljard mensen heeft een gebrek aan jodium. Gebrek aan zink heeft schade tot gevolg voor de motoriek en de hersenen en is een oorzaak van diarree. Daar­van is elk jaar in 400.000 gevallen sprake. In de meeste gevallen is het gebrek aan vitamines en mi­neralen cumulatief: heeft men van het één tekort dan is dat ook zo bij andere micronutriënten.

De helft van alle aandoeningen bij kinderen onder de vijf jaar is het gevolg van gebrek aan essen­tiële voedingsstoffen. De grote meerderheid daarvan leeft in Azië en Afrika ten zuiden van de Sahara en heeft geen toegang tot mogelijkheden tot behandeling. Volgens Accion Contra el Hambre is bestrij­ding van het tekort aan essentiële voedingsstoffen eigenlijk vrij eenvoudig en zou het prioriteit moeten heb­ben. Bij de meeste staten ontbreekt echter de wil. Sinds 2008 is de situatie verder verslechterd.

Net als bij de honger door een tekort aan calorieën, heeft de stille honger als nasleep van ziektes psychisch lijden en angst voor de dag van morgen tot gevolg. Stel je ook het lijden van de moeder voor waarvan het kind onophoudelijk huilt door honger en gebrek. En van de vader die niet in staat is zijn gezin te onderhouden. Bekend is dat tienduizenden boeren in India zich uit wanhoop van kant maken.