Paus Franciscus, het milieu en de armoede

 

De op 15 juni 2015 verschenen encycliek Laudato Si (‘Geprezen zijt gij’) gaat over hoe de rijken zich ver­rijken ten koste van steeds meer armen, maar ook over hoe zij de aarde en het milieu ver­nietigen. Bestrijding van armoede en onrecht hangt volgens Paus Franciscus nauw samen met de strijd die gevoerd moet worden om de aarde voor milieu- en klimaatrampen te behoeden.

Het verband tussen armoede en onrecht enerzijds en milieu- en klimaatproblemen anderzijds wordt door de paus om twee redenen gelegd. De eerste is dat gevolgen van milieu/klimaatproblemen en van de bestrijding daarvan altijd en overal op de armen en de gewone mensen worden afgewenteld, waar dan weer stevig aan wordt verdiend. Dat is mondiaal het geval, maar ook in Utrecht.

De tweede is dat armoede en onrecht enerzijds en milieu- en klimaatproblemen een gemeenschappelijke oorzaak hebben. Namelijk een op puur egoïsme gebaseerde economie, die de degenen die zich ten koste van anderen en het milieu verrijken alle vrijheid geeft om dat te doen, waarbij dat aso­ciale gedrag geldt als dé manier om succesvol te zijn in het leven.

De oplossing van het armoede/onrecht- én het milieu/klimaatprobleem is volgens de encycliek af­han­kelijk van de mate waarin de rijken en de rijke landen ertoe kunnen worden gebracht, desnoods door actie en pressie, om hun schuld in te lossen aan armen en arme landen ten koste waarvan zij zich hebben verrijkt.

Het is niet voor niets deze paus zich Franciscus laat noemen. Zijn voorbeeld, Franciscus van Assisi (1182-1226) nam het op voor zowel de armen als de natuur. In het eerste hoofdstuk, waarin de pro­blemen op een rij worden gezet die de wereld het meest bedreigen, worden genoemd het ‘wereld­wijde sociale on­recht’ en de ‘verslechtering van de levenskwaliteit en sociale achteruitgang’ naast ‘milieuvervuiling en klimaatverandering’, ‘het watervraagstuk’ en ’het verlies van biodiversiteit’.

Het milieu wordt vervuild door het in de lucht, in het water en in de grond brengen van schadelijke stof­fen en bergen afval. Veroorzaakt door verkeer, landbouw, mijnbouw en in­dustrie. De encycliek voert deze problemen terug op overdadige consumptie door rijken en rijke landen en op de daarmee verbonden wegwerpmaatschappij. Arme landen draaien in drie opzichten voor deze overda­dige consumptie op: ze worden van grondstoffen beroofd, met chemisch afval opgezadeld waar rijke lan­den goedkoop van af willen en ze krijgen met milieu- en klimaatproblemen te maken waar ze weer­loos tegenover staan: verwoestijning, stijging zeespiegel, ontbossing. Daarvoor vluchten kan niet, de rijke landen die de problemen veroorzaken weigeren mensen die daarvoor vluchten toe te laten.

De beschikbaarheid van schoon water is  een nijpend probleem. De vraag naar water neemt enorm toe (o.a. door industriële activiteit) met als gevolg uitputting/verlaging van grondwater. Ontbossing,  klimaatverandering en vervuiling zorgen voor verminderde beschikbaarheid van water. Het ontbre­ken van vol­doende schoon water leidt tot daling landbouwproductie, ziekte en sterfte. Tot overmaat van ramp dreigt de drinkwatervoorziening in steeds meer landen in handen te komen van multinatio­nals, wat door de encycliek wordt genoemd als één van belangrijkste toekomstige conflictbronnen.

Het verlies van biodiversiteit wordt in de encycliek geweten aan winstbejag, waardoor het verlies van dier- en plantsoorten, wildernis en van alles wat geen geld oplevert (bijvoorbeeld bomen en groen in Utrecht) niet telt. Wegen, verharding, monocultuur (grootschalige landbouw en klimaatbossen zoals in León!) maken een snel einde aan de biodiversiteit. Gevolgen zijn het verlies van materiaal dat heel belangrijk kan zijn voor medische toepassing, maar ook verlies van prachtige natuur dat ook recht van bestaan heeft. De encycliek keert zich tegen het idee dat alles in de wereld ondergeschikt is aan menselijke behoefte.

De ideologie dat milieu- en klimaatproblemen zouden kunnen worden opgelost door technologische innovatie en toepassing, waar dan miljarden in geïnvesteerd moeten worden (*) wordt door de en­cy­cliek bestreden. Technologie is niet onbelangrijk, maar er valt niet te ontkomen aan een radicale ver­sobering van de levensstijl van de welgestelde klasse. Welvaart moet niet toenemen, maar eerlijker verdeeld wor­den, zodat welgestelden moeten inleveren.

(*) Volgens de Utrechtse ‘Duiding van het College bij het Energieplan’ zou 7 tot 10 miljard nodig zijn om de uitstoot van CO2 in Utrecht terug te dringen. Daarmee zou nog steeds niet bereikt zijn dat Ut­recht dan klimaatneutraal is.

 

Destrucción masiva, geopolítica del hambre

Destrucción masiva, geopolítica del hambre (2012)
Jean Ziegler

Ziegler was negen jaar speciale UN-rapporteur voor honger in de wereld. In 2008 verscheen van hem ”La Haine de l’Occident” (vertaald uitgebracht in 2010 onder de titel “De haat tegen het Westen”). “Destruction massive”  verscheen in 2012, tevens in Spaanse vertaling waarop on­derstaande samenvatting is gebaseerd.

Proloog
Begint met een herinnering aan een bezoek aan een hospitaaltje in het dorpje Saga in Niger: moeders met door honger uitgemergelde kinderen wachten in de brandende zon, bescherming zoekend in met de handen in het zand gegraven holen, of zij naar binnen mogen. Slechts moeders waarvan de kinderen de meeste kans hebben mogen naar binnen. De meesten niet. Die gaan terug naar hun dorp wetende dat hun kind dood zal gaan door de honger. Zou niet nodig zijn als de zusters Madre Teresa over voldoende voedingsvloeistof beschikten die zwaar ondervoede kinderen in 12 dagen er weer bovenop kunnen helpen.

Onze planeet zou zonder problemen 12 miljard mensen kunnen voeden. Niettemin sterft elke 5 seconde een kind onder de 10 jaar van de honger. Elk kind dat van de honger sterft is dus een kind dat is vermoord. De publieke opinie schrikt soms heel even op als er één of andere hongersnood in het nieuws komt die in één keer pakweg 12 miljoen mensen het leven kost, maar verder reageert de publieke opinie op deze massale destructie van mensenlevens met ijskoude onverschilligheid. Aldus Ziegler, negen jaar lang speciale UN-rapporteur mbt honger in de wereld.

Doordat de mensen in het Westen niet zo erg lang geleden zelf met de ellende van honger te maken hadden (tijdens de oorlog en in Duitse concentratiekampen) is er veel bekend over de geopolitiek van de honger (Josué Apolônio de Castro, Tiber Mende, René Dumont, Abbé Pierre) en het gruwelijke lijden bij hongerdood en zijn er na de oorlog WO II internationale instellingen in het leven geroepen om de honger uit de wereld te bannen. In 2009 werd herdacht dat er inmiddels 9.923 internationale conferen­ties hadden plaatsgevonden over honger en fundamentele mensenrechten. Conferenties waarin telkens het universele mensenrecht op voeding werd beleden, maar verder niets opleverden.

Recentelijk wordt de honger in de wereld nog eens extra aangejaagd doordat arme landen worden beroofd van hun vruchtbare grond door transcontinentale ondernemingen die geld verdienen met de productie van biobrandstof en beursspeculatie met elementaire voedingsmiddelen, geobsedeerd als zij zijn door winst en hebzucht.

Shakespeare deed koning Lear opmerken dat het in de wereld zo slecht toeging dat zelfs een blinde dat kon zien. Volgens Ziegler is het nog veel erger: de wereld wordt zó ‘gemediatiseerd’ door kapita­lis­tische drogbeelden, dat het ook ziende mensen ontgaat dat de honger in de wereld mensenwerk is, is wat mensen die daar van profiteren mensen aandoen die daardoor dood gaan. De hoop van Ziegler is gevestigd op de strijd van transnationale syndicaten van boeren tegen kapitalistische aas­gieren van het ‘groene goud’ en tegen commerciële instellingen die grove winsten maken door te speculeren met elementaire voeding. Hun strijd zouden wij moeten steunen.

Deel 1. De slachting

1. Geografie van de honger
“Brood voor de noodlijdenden betekent leven voor de armen, hij die na laat dat te geven is een bloed­dorstig mens. Hij die aan zijn naaste onthoudt wat nodig is voor levensonderhoud is een moordenaar. Het aan de dagloner zijn dagloon onthouden is bloed vergieten” (Eclesiastico, 34, 21 – 22)

Volgens de Food and Agriculture Organisatie van de VN (FAO), waren in 2009 ruim één miljard van de 6,7 miljard mensen op aarde ernstig en permanent ondervoed. De Wereld Gezond­heids Organisatie (WHO) beschouwt 2.200 calorieën voor een volwassene als dagelijks minimum. Voor zuigelingen zou dat 700 zijn en voor kinderen van 5 jaar zou dat 1.600 zijn.

Doodgaan door honger is een langzaam en ondraaglijk lijden. Het sloopt het lichaam, doet stekende pijn en bezorgt ook psychisch lijden: angst, wanhoop, paniek en eenzaamheid. Het brengt uiteraard ook verlies van zelfstandigheid en invaliditeit met zich mee.

Honger in de eerste 5 levensjaren betekent onherstelbare hersenschade, want de ontwikkeling van de hersenen moet in de eerste 5 jaar voltooid worden. Komt het kind voeding te kort, dan valt dat dus voor wat betreft de hersenen niet in te halen ná die eerste 5 jaar.

Blijvende schade lopen kinderen ook op als ze onvoldoende voeding krijgen tijdens de zwangerschap doordat de moeder ondervoed is. In landen van het zuidelijke halfrond sterft overigens een half mil­joen moeders tijdens de bevalling, de meesten door ondervoeding tijdens de zwangerschap.

Honger tast uiteraard het weerstandsvermogen aan, waardoor mensen veel eerder ziek worden en door ziekte sterven. Het grote aantal sterfgevallen door AIDS wordt mede door honger veroorzaakt.

De FAO berekent het aantal ondervoede mensen voor elk land door het saldo van import en export van voeding (omgerekend naar aantal calorieën) vast te stellen en dat te vergelijken met omvang en samenstelling van de bevolking, waarbij dan ook rekening wordt gehouden met factoren als klimaat.

Volgens Bernard Maire en Francis Delpeuch is de rekenwijze van de FAO te grof omdat geen onder­scheid wordt gemaakt naar voedingsbestanddelen (eiwitten, koolhydraten, vetten) en geen rekening wordt gehouden met vitaminen, ijzer, jodium e.d. die ook in de voeding moeten  zitten. Met andere woorden: in het cijfer van één miljard ondervoede mensen is nog niet meegerekend het aantal men­sen met een eenzijdige voeding waar van alles aan ontbreekt.

Het streven van de VN was ooit een halvering van het aantal ondervoede mensen (berekend voor het jaar 1990) in 2015 en rekening houdend met de groei van de wereldbevolking. In 1990 zou het aantal (alleen in ontwikkelingslanden!) 827 miljoen zijn geweest, in 2010 zou dat aantal echter toegenomen zijn naar 906 miljoen. In plaats van een halvering dus een toename.

De VN onderscheidt structurele en conjuncturele honger. De eerste komt voort uit onvoldoende pro­ductiemogelijkheden (boeren met te weinig grond, onvoldoende werktuigen, onvoldoende of slecht zaaigoed, ontbreken van meststoffen en bestrijdingsmiddelen, ontbreken van mogelijkheden tot bevloeIIng. In verreweg de meeste gevallen beschikt men alleen over een hak, een sikkel en een machete. Dus geen ploeg, trekker of lastdier). Wat wij op de televisie zien is echter alleen de con­juncturele honger door rampen en oorlogen: de beelden van mensen die in overvolle kampen zijn samengepakt en op de vlucht zijn voor oorlogsgeweld.

Wat betreft de structurele honger, die treft men aan bij de rural poors (buiten de steden) en in  sloppenwijken (urban poors). Van de 6,7 miljard mensen leeft de helft buiten de steden en pro­beert zich te voeden door landbouw, veeteelt en visserij. De mensen in extreme armoede (volgens de Wereldbank moeten zien rond te komen van hooguit 1,25 dollar per dag) zijn voor 75% rural poors.

De armoede van de rural poors komt door het ontbreken van (voldoende) eigen grond waardoor ze afhankelijk zijn van grondbezitters, waar ze het grootste deel van hun oogst aan moeten afstaan. De Wereldbank heeft een programma voor ”Market-Assisted Land Reform”, wat er op neerkomt dat de Wereldbank grond koopt van grondbezitters en kleine stukjes verkoopt aan boeren die in extreme armoede leven en daar dan bij de Wereldbank geld voor kunnen lenen. Volgens Ziegler een evident hypocriet en bovendien onzedelijk plan.

Rural poors hoeven niet op de steun van de Wereldbank te rekenen, ze zullen zich zelf moeten be-vrijden van de uitbuiting door (groot)grondbezitters. Via Campesina is momenteel de meest belang­rijke mondiale revolutionaire beweging van landloze boeren (200 miljoen).

Structureel is volgens de FAO dat 25% van de oogst standaard verwoest wordt door weersomstan­digheden en knaagdieren. Structureel is ook het ontbreken van mogelijkheden van transport, waar­door ergens ernstige hongersnood kan optreden terwijl er 700 km verderop genoeg graan ligt opge­slagen. Structureel is ook dat lokale banken ontbreken waar een boer even wat geld kan lenen. Door­dat hij niet kan lenen kan hij gedwongen zijn zijn oogst te verkopen juist als de wereldhandelsprijs het laagst is. En structureel is het geweld: grootgrondbezitters houden er legertjes op na die (niet zelden met steun van de politie) ook het kleinste verzet tegen de uitbuiting met geweld de kop in­drukken. In 2005 werden er in Guatamala 4.793 rural poors vermoord. In Guatamala is 57% van de voor landbouw geschikte grond in handen van 1,86% van de bevolking (2011).

Wat de urban poors betreft, om eten te kunnen kopen van 1,25 dollar per dag is er vrijwel geen geld over voor huisvesting: 85% van het budget wordt uitgegeven voor eten. Ter vergelijk: in steden als Parijs en Frankfurt is dat 10 á 15%. De geringste prijsstijging heeft meteen catastrofale gevolgen. Dat geldt ook voor de rural poors, voor wie de oogst vaak niet toereikend is.

Volgens Yolanda Areas Blas van Via Campesina kost een familie basis pakket voeding voor 6 personen volgens de rege­ring van Nicaragua per maand 500 dollar. Het wettelijk minimumloon in Nicaragua is echter niet meer dan 80 dollar.

De geografische verdeling in 2010 van de honger in de wereld is zeer ongelijk. Het meeste aan­tal ondervoede mensen leeft in Azië en de Pacifiek (578 van de 4.030 miljoen →14,3%). Dan volgt Afrika (239 van de 965 miljoen → 24,7 %), La­tijns Amerika en de Cariben (53 van de 572 miljoen → 9,2%), Europa en Noord Amerika (19 van de 1070 miljoen → 1,7%).

Het aantal ondervoede mensen nam vanaf 1969 geleidelijk af, maar vanaf 1995 neemt het weer toe en in 2009 was het veel meer dan in 1969. Prijsstijgingen en de crisis hebben catastrofale gevolgen.
In 2008 en daarna nog eens in 2011 vlogen de prijzen voor rijst, graan en mais omhoog. In 2011 ver­dubbelde de prijs van graan.

De landen van de Magreb tot en met de Golf zijn voor de voedselvoorziening in hoge mate op import aangewezen. Het is niet toevallig dat het volk in 2010 juist in landen als Tunis en Egypte tegen de re­gering opstond.

Belangrijk is te vermelden dat in Azië en Afrika juist vrouwen en kinderen extra lijden door ondervoe­ding. Zij zijn namelijk aangewezen op wat overblijft als de mannen gegeten hebben.

“Het voortduren van de verwoestende honger in een wereld die barst van de rijkdom en de capaciteit om zelfs het onmogelijke te bereiken is een schande, een massale slachting van armsten”.

2. De onzichtbare honger
Van ondervoeding is niet alleen sprake bij een tekort aan calorieën, maar ook bij een tekort aan essen­tiële voedingsstoffen. De gezondheidsschade die daar het gevolg van is is vaak niet meteen te herkennen als ondervoeding. Het tekort aan vitamines en bepaalde mineralen kan zich immers wre­ken zon­der gewichtsverlies.

Tekort aan vitamines, ijzer, jodium, zink e.d. uit zich door een verhoogde vatbaarheid voor ziektes, blindheid, bloedarmoede, rachitis, beriberi, struma, mentale stoornissen. Om het verschil te bena­drukken met ondervoeding door tekort aan calorieën, spreekt men ook wel van stille honger.

De gevallen van stille honger zijn aanzienlijk en dient men op te tellen bij het eerder genoemde aantal van ruim één miljard die niet genoeg calorieën binnen krijgen. Volgens onderzoek van Unicef (Vitamine and Mineral Deficiency. A global Assessment) kan éénderde van de wereldbevolking zijn fysiek en intellectueel potentieel niet ontwikkelen door gebrek aan vitaminen en mineralen. In het bijzonder brengt het tekort schade toe aan kinderen tot 5 jaar.

Eén van de meest voorkomende kwalen is bloedarmoede, dat ontstaat door een gebrek aan ijzer. Vooral bij kinderen en zwangere vrouwen zijn de gevolgen vaak dodelijk. Voor zuigelingen is ijzer essentieel: de meeste neuronen in de hersenen worden gevormd tijdens de eerste levensjaren. Een gebrek in de eerste vijf levensjaren is onherstelbaar. Bloedarmoede ontregelt ook het immuunsys­teem. 30% van alle baby’s wordt geboren in de 50 armste landen van de wereld.

Gebrek aan vitamine A veroorzaakt blindheid. 40 Miljoen kinderen hebben daar een tekort van, elk jaar leidt dat tot 13 miljoen blinde kinderen. Beriberi treedt op als gevolg van een gebrek aan vitamine B. Scheurbuik en rachitis treden op als gevolg van een gebrek aan vitamine C. Foliumzuur is essentieel voor zwangere vrouwen. Volgens de WHO leidt het gebrek aan foliumzuur elk jaar tot schade aan 200 miljoen baby’s. Circa een miljard mensen heeft een gebrek aan jodium. Gebrek aan zink heeft schade tot gevolg voor de motoriek en de hersenen en is een oorzaak van diarree. Daar­van is elk jaar in 400.000 gevallen sprake. In de meeste gevallen is het gebrek aan vitamines en mi­neralen cumulatief: heeft men van het één tekort dan is dat ook zo bij andere micronutriënten.

De helft van alle aandoeningen bij kinderen onder de vijf jaar is het gevolg van gebrek aan essen­tiële voedingsstoffen. De grote meerderheid daarvan leeft in Azië en Afrika ten zuiden van de Sahara en heeft geen toegang tot mogelijkheden tot behandeling. Volgens Accion Contra el Hambre is bestrij­ding van het tekort aan essentiële voedingsstoffen eigenlijk vrij eenvoudig en zou het prioriteit moeten heb­ben. Bij de meeste staten ontbreekt echter de wil. Sinds 2008 is de situatie verder verslechterd.

Net als bij de honger door een tekort aan calorieën, heeft de stille honger als nasleep van ziektes psychisch lijden en angst voor de dag van morgen tot gevolg. Stel je ook het lijden van de moeder voor waarvan het kind onophoudelijk huilt door honger en gebrek. En van de vader die niet in staat is zijn gezin te onderhouden. Bekend is dat tienduizenden boeren in India zich uit wanhoop van kant maken.

Jean Ziegler: De haat tegen het Westen

kaft haat

Jean Ziegler was gezant van de Verenigde Naties speciaal belast met de bestrijding van honger in de wereld. In “De haat tegen het Westen” (2008) legt hij uit waarom het Westen in de rest van de wereld wordt gehaat. Het boek (Nederlandse vertaling) is uitverkocht en tweede hands valt er moeilijk aan te komen. Vandaar deze wat uitgebreidere samenvatting.

De Duitse versie “Der Hass auf den Westen” begint met een voorwoord dat in de Nederlandse vertaling is vervangen door een ander voorwoord. In dat Duitse voorwoord geeft Ziegler een gesprek weer met Sarala Fernado, diplomaat van Sri Lanka. Het gesprek gaat over hoe de VN een eind zou kunnen maken aan de volkerenmoord in Soedan. Er zou een resolutie moeten worden aangenomen om een humanitaire corridor te openen om water, medicijnen en voeding naar de getroffen gebieden te brengen.

Tot verbazing van Ziegler roept Fernado boos uit: “Why are they attacking us all the time? (…) The Germans, what did they do not so long ago? (…) En de Engelsen, wat hebben die met de Indische wevers gedaan? Om de Indische textielindustrie kapot te maken en het Engelse monopolie te verdedigen hebben ze de vingers van alle mannen, vrouwen en kinderen in de weefindustrie gebroken. En bij ons in Sri Lanka hebben de Engelsen honderdduizenden hectare van onze boeren afgenomen en de boeren verjaagt. Honderdduizend dorpsbewoners gingen dood van de honger. Op de massagraven hebben de Engelsen hun theeplantages aangelegd”

Wat Ziegler met de citaten wil laten zien is in de eerste plaats hoe sterk de herinnering leeft in  voormalige kolonies aan de extreme wreedheden en uitbuiting van het Westen. Die herinnering is zo sterk dat men in de wereld buiten het Westen vindt dat het Westen zijn grote mond moet houden als er schendingen van mensenrechten plaatsvinden ergens in de wereld en het grote moeite kost met resoluties akkoord te gaan die door het Westen in de VN worden ingediend ook al dienen die een humanitair doel.

Voorwoord
Het voorwoord van de Nederlandse uitgave staat Ziegler stil bij het presidentschap van Obama. Dat begon met hoop. In 2010, toen de Nederlandse uitgave verscheen, was de hoop verbrijzeld. Agenten van Amerikaanse veiligheidsdiensten gaan in gevangenissen buiten de VS door met het martelen van gevangenen. Er blijkt geen enkel verschil tussen Bush en Obama. Obama voert twee oorlogen tegelijk (Irak en Afghanistan)…en krijgt de Nobelprijs!. Speciale vrienden van de VS staan op de zwarte lijst van Amnesty: Israël, Saoedi-Arabië, Nigeria.

Vanwaar Obama’s mislukking? Ziegler: de VS is de grootste industrienatie ter wereld en is in hoge mate afhankelijk van olie uit het Midden-Oosten, Centraal Azië, de Nigerdelta. Gevolg: de VS moet een enorme strijdmacht op de been houden om de leverantie van olie veilig te stellen en moet over de hele wereld strategische allianties smeden met dictaturen. Sinds Obama aan de macht is, een Afro-Amerikaan, is de haat van het Zuiden tegen het Westen alleen maar nog groter geworden.

Een belangrijke factor is het groeiend verzet in het Zuiden tegen het Westers neokolonialisme, dat bloedige reacties, sabotages en moordcomplotten als reactie heeft, georganiseerd door groot grondbezitters en Westerse maatschappijen. Een andere factor is de economische crisis die in 2008 uitbrak in het Westen en niet alleen dramatische verarming tot gevolg had in het Zuiden maar Westerse staten er ook toe deed besluiten drastisch te korten op voedselhulp aan het Zuiden. Voorbeelden van de gevolgen: in Bangladesh zijn de schoolmaaltijden voor 1 miljoen ondervoede kinderen geschrapt, de rantsoenen voor 300.000 Somalische vluchtelingen zijn teruggebracht tot 1.500 calorieën per dag, een rantsoen waarbij mensen langzaam sterven.

De westerse staten beoefenen wat Maurice Duverger noemt het “buitenland fascisme”. Binnen de grenzen van hun grondgebied streven ze naar democratie, maar tegenover het Zuiden praktiseren zij de wet van de jungle. De ziekelijke obsessie met winst is het richtsnoer voor de buitenlandse politiek van het Westen.

Deel I De oorsprong van de haat
1.1. Rede en waanzin
Wat omvat de term het Westen? Het essentiële kenmerk van het Westen is zijn productiewijze, het kapitalisme (Fernand Baudel). En dat is meer dan ooit vastgeklonken aan de droom van wereldverovering. Volgens Immanuel Wallerstein ging/gaat de veroveringszucht gepaard met het aan het Zuiden opleggen van Westerse waarden, een geringschatting van niet-westerse culturen en de verkondiging van ‘wetenschappelijke’ inzichten in de universele wetten van de markt. Dus zou er voor de niet-westerse wereld niets anders opzitten dan zich aan de wetten van de markt te onderwerpen. Al deze pretenties wekken uiteraard haat op, want ze vormen de rechtvaardiging voor uitbuiting en onderwerping. Waarom, zo is de vraag, wordt de haat pas nu zo manifest, meer dan een eeuw na de afschaffing van de slavernij en vijftig jaar na het einde van de koloniale bezetting?

1.2. Kronkelpaden van het collectieve geheugen.
Volgens Maurice Halbwachs reageert een gemeenschap op ongehoorde gewelddadigheden door die te verdringen. Hoe traumatiserender hoe dieper ze in het collectieve geheugen worden weggestopt. De overlevenden van de Shoah hebben lang geweigerd om over hun ervaringen te spreken (Elie Wiesel) omdat ze bang waren niet te worden geloofd en niemand de monsterlijke ervaringen horen wilde. Hilberg kreeg zijn “The Bureaucrazy of Nazi-Germany” in 1955 niet gepubliceerd en zijn “Vernietiging van de Europese Joden” in 1961 vond nauwelijks weerklank. Pas 25 jaar laten was men bereid de verschikkelijke waarheid van de Shoa onder ogen te zien. In 1955 kwamen 27 voormalige koloniale landen bij elkaar om gezamenlijk het hoofd te bieden aan westerse koloniale mogendheden (Bandung conferentie). Het initiatief kwam niet van de grond. Het duurde tot 2006 voor dat dat wél het geval was: Beweging van niet-gebonden landen met 118 lidstaten.

1.3. De slavenjacht
Een bijzondere rol in het collectieve geheugen van de onderdrukten speelt de slavernij. Meer dan 20 miljoen Afrikaanse mannen, vrouwen en kinderen werden naar de andere kant van de oceaan verscheept en verhandeld om in mijnen en op plantages te werk gesteld te worden. Bij de overtocht liet 20% het leven. Tijdens de overtocht werden vrouwen door zeelieden verkracht. Een zwangere vrouw was op de slavenmarkt meer waard. De gemiddelde levensduur van een landbouwslaaf in Brazilië was 7 jaar. Om het gevaar van opstand te bezweren stelden plantage bezitters slaven aan om toezicht te houden op slaven (verdeel en heers), zochten zij slaven bij elkaar van dezelfde cultuur en moedigden zij de viering van alle riten aan die met hun traditie waren verbonden. Reden waarom niet alleen de cultuur met ook het geheugen aan volgende generaties werd doorgegeven.

1.4. De koloniale veroveringen
De geschiedenis van onze koloniën, vooral die in het Verre Oosten en in Afrika, begon met bloedige onderwerping en massamoorden. Frankrijk: verovering van Algerije (1830), Nieuw-Caledonië (1853), Senegal (1854), Zuid-Vietnam (1858), Djibouti (1862), Cabodja (1863), Tonkin (1873), Gabon (1878), Frans Congo (1880), Tunesië (1881), Mali (1893). Madagaskar (1895). In Algerije werd de techniek ‘enfumades’ toegepast: dorpsbevolking werd een grot ingedreven en uitgerookt, waarna de grot werd dichtgemetseld. Engels voorbeeld: systematisch uitmoorden  (Tasmanië): dorpen platbranden, waterbronnen vergiftigen, autochtone kinderen bij familie weghalen en steriliseren. Zoals ook in heel Australië en in Canada.

1.5. Durban
In 2001 was Kofi Annan secretaris-generaal van de VN en Mary Robinson hoge commissaris voor de Mensenrechten. Op hun initiatief vond een conferentie plaats die het Zuiden en het Westen zouden moeten verzoenen door hun zienswijzen over het koloniale verleden bij elkaar te brengen. De verwijten van woordvoerders van het Zuiden als Aloune Tine (“Wij eisen dat slavernij en kolonialisme worden erkend als een dubbele holocaust”), Abdelaziz Bouteflika (“gruwelijke aaneenschakeling” van onderdrukking en uitbuiting door het Westen), ontlokten echter aan westerse regeringen sarcastische reacties. De EU-lidstaten verwierpen elke gedachte aan financiële compensatie of zelfs maar excuus. De conferentie legde de intensiteit bloot van de haat tegen het Westen en de arrogante reactie daarop van het Westen.

1.6. Sarkozy in Afrika
In juli 2007 hield Sarkozy tijdens een bezoek aan Dakar de jeugd van Afrika voor: “ik ben niet gekomen om het met u te hebben over berouw”, “de kolonisatie was een fout die werd betaald met de verbittering en het lijden van hen die dachten alles te geven en die niet begrepen waarom men het zo op hen gemunt had”. Over het lijden van de Afrikanen geen woord. “Jeugd van Afrika, u bent de erfgenaam van alles wat het Westen in het hart en de ziel van Afrika heeft gedeponeerd”.”Zie de wereldbeschaving niet meer, zoals jullie voorouders al te vaak hebben gedaan, als een bedreiging voor je identiteit, maar als iets dat ook jullie toebehoort”. “Wilt u dat er op Afrikaanse bodem geen enkel kind meer sterft van de honger? Streef naar zelfvoorziening op het gebied van voedsel”. Aldus Sarkozy. (1) De redevoering van Sarkozy had volgens de Senegalese intellectueel een diepe wond geslagen. Hij verweet Sarkozy opvattingen uit racistische geschriften van de zeventiende, achttiende en negentiende eeuw.

Algerije heeft een bevrijdingsoorlog achter de rug van zeven jaar, waarbij ruim twee miljoen mannen, kinderen en vrouwen zijn gedood. Sarkozy: “Met welk recht vraagt u zonen spijt te betuigen voor de fouten van hun vaders, fouten die de vaders vaak alleen in uw fantasie gemaakt hebben?”. Op de uitspraken van Sarkozy zijn van toepassing die van Gilles d’Elia, “De laatste daad van het kolonialisme bestaat in het koloniseren van de geschiedenis van het kolonialisme” en van Aimé Césaire in zijn Discours sur le colonialisme: kolonialisme is de combinatie van begeerte en geweld.

Deel II De weerzinwekkende afstamming
2.1. Van Slavenhouder tot allesverslindend roofdier
Eén van de belangrijkste oorzaken van de honger in Afrika is het dumpen van agrarische producten door westerse staten, die hun eigen boeren miljarden steun geven aan productie en export. Het streven naar zelfvoorziening wordt door het Westen door deze dumpingspraktijk en door het opdringen van open grenzen voor westerse ondernemingen onmogelijk gemaakt.

Vier systemen van overheersing hebben zich sinds Columbus 1492 opgevolgd. Na de verovering van Amerika en de genocide op de Indianen, de driehoekshandel: slaven naar Amerika, zilver e.d. naar Europa. Daarna het koloniale systeem en nu de door het Westen gedomineerde wereldorde met zijn ‘huurlingen’  GATT, IMF, Wereldbank en multinationals. De slavenhouders zijn niet dood, ze hebben de gedaante aangenomen van beursspeculanten.

Voorbeeld: de vernietiging van de Afrikaanse katoenmarkt door dumpen van gesubidiëerde katoen door de VS. In strijd met verdragen, maar daar trekt het Westen zich niets van aan. Om voor IMF- hulp in aanmerking te komen na het instorten van de katoenmarkt eist het IMF privatisering en vrijhandel. Gevolg: westerse multinationals nemen de economie en vragen excessieve prijzen voor kunstmest, pesticiden en zaaigoed.

Met het opheffen van tariefmuren voor import raken arme landen niet alleen het grootste deel van hun staatsinkomsten kwijt, maar bovendien moet hun onderontwikkelde landbouw en industrie concurreren tegen hoogontwikkelde regio’ s. Gaan arme landen niet akkoord met vrijhandel dan staken IMF en de EU financiële steun. Het cynisme en de arrogantie waarmee westerse leiders het verzet breken van arme landen draagt in hoge mate bij aan de haat tegen het westen.

2.2. In India, in China
Financiële oligarchieën in India en China maken deel uit van het kapitalistisch systeem. Oligarchen wonen in westerse metropolen, ‘economische ontwikkelingszone’s’ (bijv. ‘Cyberabad’) worden bezet door Dell, IBM, Google, Oracle, Capgemini, Westerse banken en Indiase giganten. Gunstgige vestigingsvoorwaarden: gratis grond, de eerste tien jaar geen belasting, afschaffen invoerrechten, elektriciteit voor niets, minimale arbeidsinspectie.

Lokale boeren raken land kwijt, zijn aangewezen op onbetaalbaar (want geprivatiseerd) zaaigoed, pesticiden en meststoffen. Tussen 2001 en 2007 maakten 120.000 boeren in India een eind aan hun leven. Groei sloppenwijken rond Calcutta, Mumbay, New Delhi.

In 1983 besloot China deel uit te maken van het westerse kapitalistische systeem. Schafte sociale zekerheid af, privatiseerde staatsbedrijven en liet buitenlandse investeringen toe. De oligarchie bestaat uit invloedrijke families van de Communistische Partij. Verzet wordt hard onderdrukt (Chengguan: speciale politiemacht). China is recordhouder doodstraffen.

Het lijden van de arme bevolking in India, China onder het uit het Westen overgenomen en daarmee verstrengelde kapitalisme voedt de haat tegen het Westen.

Deel 3 De schizofrenie van het Westen
3.1. Mensenrechten
De westerling meent anderen op de rechten van de mens te moeten wijzen, maar heeft daar zelf geen boodschap aan.

In het jaar (1948) dat de Universele Verklaring van de rechten van de mens door de VN werd vastgesteld (art. 3 Een ieder heeft recht op leven, vrijheid en onschendbaarheid van zijn persoon‘) leefde driekwart van de mensheid onder het koloniale juk. In Gabon, Kameroen, Congo-Brazzaville sloegen opzichters van Franse bosbouwondernemingen houthakkers die de zwak of te ziek waren om het vereiste aantal bomen te vellen met zwepen voorzien van spijkers. In Kivu, Maniéma en Kasai werden mijnwerkers die van kruimeldiefstallen verdacht werden door Belgische opzichters aan hun polsen opgehangen; als het gangreen zijn werk had gedaan werden hun polsen geamputeerd. In dwangarbeiderskampen op de rubberplantages in Cambodja stierven kinderen door ondervoeding.

21-3-2017 wordt aan gewerkt

Zienswijze Klimaatpartij verbreding A27/A12

Vereniging De Klimaatpartij
Mereveldseweg 4
3585 LH Utrecht

Directie Participatie
O.v.v. A27/A12 Ring Utrecht
Postbus 30316
2500 GH Den Haag

Datum:16-6-2016

Betreft: Zienswijze mbt het
ontwerptracebesluit A27/A12 Utrecht

Deze zienswijze wordt mede ingediend door de Stichting Stop Luchtverontreiniging Utrecht (SSLU) die zich sinds haar oprichting in 2005 verzet tegen plannen van de gemeente Utrecht de groei van het auto­verkeer in, van en naar de stad ten koste van de luchtkwaliteit en de gezondheid te facili­teren door het aanleggen van extra parkeervoorzieningen in de directe omgeving van het station en door het verruimen van de capacititeit van autowegen in en om de stad.

De Klimaatpartij maakt zich sterk voor klimaat en milieu. Voor de Klimaatpartij staat het vast, zoals dat overigens ook het geval is voor vrijwel alle gezaghebbende nationale en internationale wetenschappelijke instellingen die zich bezighouden met het probleem van de klimaat verandering, dat de opwarming van de aarde niet tot staan kan worden gebracht en ook niet kan worden afgeremd zolang met name rijke westerse landen blijven streven naar economische groei en meer mobiliteit.

Verbreding van de A27 heeft, behalve bouwend nederland, commerciële adviesbureau en instel­lingen als Rijkswaterstaat van werk te voorzien, geen ander doel dan de groei van het verkeer en vervoer over de weg te bevorderen. Het verkeer op de weg in een stad als Ut­recht maakt tussen de 30% en 40% uit van de lokale uitstoot. In 2014 was het verkeer en vervoer voor meer dan 20 pro­cent verantwoordelijk voor de in Nederland uitgestoten hoeveelheid CO2. Binnen de sector zorgt het wegverkeer voor bijna 80 procent van de uitstoot, meer dan de helft (53 procent) is afkomstig van het personenvervoer. (*)

Wanneer echter bij de CO2 uitstoot van verkeer en vervoer opgeteld wordt de CO2 uitstoot die nodig is voor de aanleg van wegen en rijkswegen, de aanleg van parkeervoorzieningen en de pro­ductie van auto’s en andere motorvoertuigen, dan is de totale uitstoot door verkeer en vervoer uiteraard nog aan­zienlijk meer dan die landelijke 20%.

De verbreding van de A27 en de A12 is gelet op de immense opgave waar ook de Nederlandse regering voor staat om het energie­gebruik, de uitstoot van CO2 en het gebruik van fossiele grondstof terug te dringen naar het oordeel van de Klimaatpartij en de SSLU volstrekt krankzinnig.

Dat geldt uiteraard ook voor het voornemen om de Marxdreef en de Schweitzerdreef langs Over­vecht te ver­breden, waarmee de RING om Utrecht wordt gesloten. Het geldt uiteraard ook voor de aanleg van de onder­grondse parkeervoorziening onder het Jaarbeursplein (naast het station) en de plannen om nog diverse ver­keerspleinen in Utrecht te reconstrueren met het oogmerk het stads­centrum beter voor auto’s bereikbaar te maken. De zienswijze welke door het college van b en w Utrecht is/wordt ingediend tegen de verbreding van de A27 is naar het oordeel van de Klimaat­partij en de SSLU ook daarom volstrekt hypocriet omdat het beleid van dit college er helemaal niet op gericht is het autoverkeer terug te dringen (de milieuzone is juist ingevoerd om een argument te hebben om dat niet te hoeven doen!), maar om het interwijkverkeer zoveel mogelijk te verplaatsen naar de RING (dus ook naar de A27 en de A12), waarmee het college de minister een extra argu­ment verschaft om de A27 en de A12 te verbreden.

Volstrekt krankzinnig is naar het oordeel van de Klimaatpartij en de SSLU het feit dat niet eens is onderzocht wat de impact is van de uitvoering van het besluit op de emissie van CO2 en wat het besluit betekent voor de opgave om de uitstoot van CO2 en het energiegebruik met het oog op de klimaatverandering substantieel terug te dringen. Er is slechts (een beetje) gekeken naar manieren waarop het besluit zo kan worden uitgevoerd dat de toename van de emissie van CO2 en energiegebruik een beetje kan worden beperkt. Maar de toename van de emissie van CO2 en het energiegebruik wordt, zonder die ook maar bij benadering te kwantificeren, als vanzelfsprekend en onvermijdelijk geaccepteerd. Met andere woorden, de vraag of de verbreding van de A27 en de A12 in het licht van de klimaatverandering en de noodzaak om de uitstoot van CO2 en het energiegebruik terug te dringen überhaupt moet plaatsvinden wordt niet eens gesteld. En dat voor een regering waarin ook de PvdA zit die al sinds het Rapport van de Club van Rome (1972) vrome verhalen over grenzen aan de groei ophangt.

Dat het ontwerp tracébesluit totaal voorbij gaat aan de vraag of de verbreding van de A27 en de A12, gelet op het draconische probleem van de klimaatverandering, überhaupt moet plaatsvinden wordt in de hand gewerkt door het ontbreken van wet- en regelgeving waardoor de uitstoot van CO2 aan normen kan worden gebonden. Dat die wet- en regelgeving er niet is kan alleen maar wor­den verklaard door er vanuit te gaan dat de overheid wil voorkomen gedwongen te worden rekening te houden met klimaatdoelstellingen, waardoor infraprojecten als de verbreding van de A27/A12, waarmee de belangen van bouwend nederland met alles wat er omheen hangt (inclusief die van Rijkswaterstaat zelf en de vele adviesbureaus die daar hun werk aan te danken hebben) niet meer zouden kunnen worden uitgevoerd.

Naar het oordeel van de Klimaatpartij en de SSLU is het ontbreken van wettelijke normen door middel waarvan getoetst zou moeten worden of het tracébesluit voldoet aan eisen die gesteld zouden moeten worden om te doen wat noodzakelijk is om klimaatverandering tegen te gaan, echter in het geheel geen reden om daar bij de voorbereiding van het besluit dan maar geen rekening mee te houden. Het is dom, kortzichtig en onverantwoordelijk om alleen maar rekening te houden met belangen die door wettelijke normen worden beschermd. De Algemene wet bestuursrecht schrijft terecht een afweging voor van alle eventuele belangen. Die heeft dus niet plaatsgevonden, want aan het belang van het tegengaan van klimaatverandering is vrijwel volledig voorbijgegaan.

Het is verbijsterend te moeten vaststellen dat onze overheid, terwijl klimaat­deskundigen er vrijwel unaniem over eens zijn dat een klimaat catastrofe nau­welijks meer valt te voorkomen, voordat de wereld vergaat, nog gauw even wat extra snelweg wil aanleggen.

Wat betreft het belang van de luchtkwaliteit, voor zover in het geding wat betreft de uitstoot van stikstofdioxide (een indicatorgas waarmee wordt aangegeven in welke mate kankerverwekkende en anderszins ziekmakende stoffen in de lucht zitten als PAK’s, benzeen, dioxine e.d.) en fijnstof (dat naarmate het kleiner is dieper in de longen en via de longen in het bloed en in het lichaam terecht komt en daar ontstekingen en aandoeningen als kanker kan veroorzaken) wijzen de SSLU en de Klimaatpartij erop dat het aanvankelijk (1999) de bedoeling was om zowel NO2 als fijnstof in stappen terug te dringen. Om te beginnen werd de norm gelegd bij 40 microgram/m3, maar daarna zou de norm worden aangescherpt. Die voor fijnstof zou al in 2005 worden aangescherpt, die voor voor NO2 in 2010. De bedoeling was om op zijn minst uit te komen bij de normen zoals die door de Wereld Gezondheidsorganisatie worden gesteld.

Zoals bekend is van die voorgenomen aanscherping, vooral door de lobby door de Nederlandse regering bij de EU, niets terecht gekomen. Sterker nog, de normen zijn in allerlei opzichten juist minder streng gemaakt. Zo hoeft de concentratie NO2 niet meer op een afstand van 5 meter van de rand van de weg te worden vastgesteld, maar mag dat inmiddels op een afstand van 10 meter. Aanvankelijk moest overál aan de normen worden voldaan, inmiddels hoeft dan alleen nog maar op plaatsen waar mensen wonen en “significant” aan luchtverontreiniging worden blootgesteld, wat in de praktijk betekent dat op fietspaden, trottoirs, in voortuinen, op sportvelden en speeltuinen niet meer aan de normen hoeft te worden voldaan. In plaats van de normen aan te scherpen heeft de overheid de normen dus juist minder streng gemaakt, zodat de gezondheid van mens en dier steeds minder door die normen wordt beschermd. En dat allemaal om ervoor te zorgen dat de zorg voor de gezondheid niet in de weg kan staan aan de zorg voor bouwend nederland, de vernietiging van het milieu en de onrustbarend toenemende klimaatverandering.

Ook ten aanzien van de luchtkwaliteit (NO2 en fijnstof) wijzen de Klimaatpartij en de SSLU erop dat een afweging van belangen méér is dan het voldoen aan wettelijke normen en dat dié afweging klaarblijkelijk niet heeft plaatsgevonden.

Het RIVM berekende in 2005 dat er elk jaar tussen de 12.000 en 18.000 Nederlanders vroegtijdig sterven door luchtverontreiniging. Dat zou het geval zijn als overal nipt aan de normen zou worden voldaan. Een serieuze belangenafweging zou nu zijn als berekend werd hoeveel vroegtijdige doden en verziekte levensjaren het zou schelen als de verbreding van de A27 en de A12 achterwege zou blijven en welk belang zo zwaar weegt dat dat dient te prevaleren.

Het al of niet serieus aantonen dat het project aan wettelijke normen voldoet heeft nauwelijks iets met een afweging van belangen te maken. Sterker nog, het is een manier om die afweging van belangen juist niet te hoeven maken, althans niet zichtbaar te hoeven maken.

De Klimaatpartij en de SSLU willen er tenslotte op wijzen dat met het project astronomische kos­ten zijn verbonden en dat ook dat volstrekt krankzinnig is gelet op de schrijnende armoede in de wereld en ook in Nederland en de bezuini­gingen die plaatsvinden wat betreft elementaire voorzieningen.
Kees van Oosten (voorzitter De Klimaatpartij)

Gerard van de Vecht (voorzitter SSLU)

                     

  (*)    https://www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2015/37/uitstoot-verkeer-en-vervoer-daalt. De daling waarvan sprake in de titel van deze link sprake is heeft met fijnstof en NO2 te maken. De emissie van CO2 door het verkeer neemt juist toe.

Krankzinnig: meer asfalt om en in Utrecht

Het Kimaatakkoord dat vorig jaar in Parijs werd gesloten plaatst ook Nederland voor een immense opgave. Over 30 jaar moet de wereld vrij zijn van fossiele brandstof. Dus niet alleen zou het dan afgelopen moeten zijn met steenkolen en aardolie, maar ook met aardgas.

Dat klimaatakkoord houdt in dat de opwarming tot 1,5 graad Celsius beperkt moet blijven. Een dergelijke opwarming heeft al zeer ingrijpende gevolgen, zoals wegsmelten van het Noordpool ijs, verdere verwoestijning in droge landen, sterk toenemen van het aantal orkanen, stijging van de zeespiegel waardoor ook dichtbevolkte delta’s onder water komen te staan en niet te vergeten enorme regenbuien die ook in Nederland steeds vaker voorkomen.

Maatregelen die genomen moeten worden om de opwarming tot 1,5 graad Celsius te beperken gaan aanzienlijk verder dan woningen en kantoren beter isoleren, waartoe het beleid in Nederland zich tot op heden beperkt. Ook veel verder dan het plaatsen van zonnepanelen en het bouwen van windmolens (wat in de provincie Utrecht niet erg van de grond komt).

Het is een illusie om te denken dat wij fossiele energie in de mate waarin we die nu gebruiken, zouden kunnen vervangen door zonne- , wind en andere schone energie. Het kan niet op lange en al helemaal niet op korte termijn. Het moet gewoon minder, veel minder.

Zonder een drastische reductie in het gebruik van energie en fossiele grondstoffen komen we er niet. Voor heel veel producten (asfalt!) zijn aardolie en steenkool noodzakelijke grondstoffen. Het is dus niet voldoende het gebruik van energie terug te dringen, ook het gebruik van materialen moet teruggebracht worden waarvoor fossiele grondstof nodig is.

Wat stelselmatig over het hoofd wordt gezien is dat de productie die nodig is voor vrijwel alle non-food die wij hier kopen en verbruiken geproduceerd wordt in lage lonen landen en dat de CO2 die daarvoor nodig is dus onze CO2 is die in lage lonen in de lucht wordt gebracht. Dat wordt in onze CO2-balans ten onrechte niet meegenomen.

De CO2 reductie die wij hier in Nederland per saldo moeten realiseren gaat aanzienlijk verder dan wat de overheid ons wil doen geloven. Wij moeten immers ook de CO2 uitstoot terugbrengen die plaatsvindt in de lage lonen landen om ons te voorzien van bouwmaterialen, motoren en gebruiksgoederen in het algemeen.

Een belangrijke bron van CO2 uitstoot en energiegebruik is mobiliteit, in het bijzonder auto- en vrachtverkeer. In een stad als Utrecht maakt dat tussen de 30% en 40% uit van de lokale uitstoot. In 2014 was het verkeer en vervoer voor meer dan 20 procent verantwoordelijk voor de in Nederland uitgestoten hoeveelheid CO2. Binnen de sector zorgt het wegverkeer voor bijna 80 procent van de uitstoot, meer dan de helft (53 procent) is afkomstig van het personenvervoer.

Wanneer echter bij de CO2 uitstoot van verkeer en vervoer opgeteld wordt de CO2 uitstoot die nodig is voor de aanleg van wegen en rijkswegen, de aanleg van parkeervoorzieningen en de productie van auto’s en andere motorvoertuigen, dan is de totale uitstoot door verkeer en vervoer nog aanzienlijk meer dan die landelijke 20%.

De verbreding van de A27 is gelet op de enorme inspanning die gedaan moet worden om het energiegebruik, de uitstoot van CO2 en het gebruik van fossiele grondstof terug te dringen volstrekt krankzinnig. Dat geldt uiteraard ook voor het voornemen om van de Marxdreef en de Schweitzerdreef langs Overvecht een snelweg te maken, waarmee de RING om Utrecht wordt gesloten en voor de aanleg van de ondergrondse parkeervoorziening onder het Jaarbeursplein (naast het station).

Dat het Utrechtse college een zienswijze indient tegen de voorgenomen verbreding van de A27 is overigens behoorlijk hypocriet. Immers, het beleid van dit college is niet gericht op het terugdringen en ontmoedigen van het autogebruik. De milieuzone heeft geen andere doel dan het autoverkeer niet te hoeven terugdringen. In plaats van het terugdringen van het autoverkeer is het beleid van de gemeente erop gericht het zoveel mogelijk te verplaatsen naar de RING waarmee het college minister Schultz een extra argument verschaft om de A27 te verbreden.

Waarom is het aanleggen van nog meer asfalt en het stimuleren van nog meer autoverkeer krankzinnig? Omdat de mensheid door klimaatopwarming met de ondergang wordt bedreigd en de overheid besluit om voor dat het te laat is nog flink wat extra asfalt aan te leggen en gebruik van fossiele energie extra aan te moedigen.

Discriminatie in Nederland

63% van de gedetineerden is allochtoon, terwijl allochtonen slechts 21,6% van de totale Nederlandse bevolking uitmaken.

Mensen die discrimineren zijn er meestal van overtuigd dat ze helemaal niet discrimineren en ont­steken in heilige verontwaardiging als zij er van beschuldigd worden dat ze dat wél doen. Voor landen geldt hetzelfde. Nederlanders denken in grote meerderheid dat discriminatie wél in andere landen voorkomt maar niet in Nederland. Dat de VN vindt dat de figuur van zwarte piet discriminerend is vinden de meeste Nederlanders, net als minister-president Mark Rutte, maar onzin en geen reden om de vraag te stellen of Nederland wel zo zuiver op de graat is. Ook het feit dat 30% van de Nederlanders op Wilders overweegt te stemmen, PvdA-Rob Oudkerk het over “kut Marokkanen” heeft en PvdA-voorzitter Spekman er voor pleit om “Marokkanen die niet willen deugen moet je vernederen, voor de ogen van hun eigen mensen” lijkt niet voldoende te zijn af te rekenen met de mythe dat wij in land leven waar het met de discriminatie wel meevalt.

Het door de Raad van Europa in 2013 over discriminatie in Nederland uitgegeven ECRI-Rapport wijst erop dat Nederland nog steeds niet het uit 1990 daterende Internationaal Verdrag inzake de bescherming van de rechten van alle migrerende werknemers en leden van hun gezin ondertekend heeft en even­min een flink aantal racistische gedragingen nog steeds niet strafbaar heeft gesteld, zoals:

“racistisch bedoelde openbare ontkenning, bagatellisering, rechtvaardiging of goedkeuring van geno­cide, misdaden tegen de menselijkheid of oorlogsmisdaden, openbare uitingen met een racistisch oog­merk van een ideologie die superioriteit of minderwaardigheid van een bepaalde groep mensen op grond van ras, huiskleur, taal, godsdienst, nationaliteit of etnische afkomst propageert.”

Ook wordt erop gewezen dat politie en officieren van justitie beter moeten optreden tegen racistisch gemotiveerde misdrijven en de doeltreffendheid van hun optreden moeten bijhouden en evalueren. Kritiek is er op de vrijspraak van Wilders in 2011 door de rechtbank Amsterdam en op het feit dat daar geen hoger beroep tegen is ingesteld. De zaak was door het OM aangebracht op grond van uit­latingen van Wilders als:

“Je zult zien dat al het kwade dat de zoons van Allah tegen ons en henzelf begaan, uit de Koran afkomstig is”. “We moeten de tsunami van islamisering stoppen”. “Eén op de vijf Marokkaanse jonge­ren staat als verdachte bij de politie geregistreerd, Hun gedrag vloeit voort uit hun godsdienst en cul­tuur. Je kunt dat niet los van elkaar zien.”. “De Koran is het Mein Kampf van een religie die beoogt an­deren te elimineren.” “Ik heb genoeg van de islam: geen moslim immigrant er meer bij”.

In het rapport wordt vastgesteld dat door de vrijspraak van Wilders het aantal racistische uitlatingen op internet is toegenomen en de bereidheid van website beheerders om die op verzoek van het Meldpunt Discri­mi­­natie Internet er af te halen is afgenomen. Grote zorgen maakt men zich over het stopzetten van subsidie aan dit Meldpunt en, overigens, ook aan “Art.1”, het nationale kenniscen­trum discriminatie Nederland en aan het Landelijk Overleg Minderheden. Kritiek is er op het feit dat de Nederlandse re­gering nog steeds geen Nationaal Actieplan tegen Racisme heeft, hoewel dat in 2007 aangekondigd werd.

Kritiek is er op het feit dat te weinig wordt gedaan om segregatie in onderwijs tegen te gaan, waar­door steeds meer “witte” en “zwarte” scholen ontstaan. Kritiek is er ook op het stopzetten van speci­fiek beleid ter verbetering van de positie van kwetsbare groepen op de arbeidsmarkt en op de uitbui­ting van tijdelijk in Nederland werkzame personen door werkgevers (bijv. bij champignonkwekerijen) en uitzendbureaus (huisvesting in “gettoachtige” omgeving). Geadviseerd wordt om harder op te treden tegen horecabedrijven die discrimineren, bijvoorbeeld door de horecavergunning in te trekken. Kritiek is er op het feit niet-Nederlandse burgers vaak geen hypotheek of bankrekening kunnen krijgen. En kritiek is er op het feit dat je een baan of een uitkering geweigerd kan worden als je om religieuze redenen je baard laat staan of geen handen schudt met iemand van het andere geslacht. Met klem wordt geadviseerd eens en voor altijd af te rekenen met het voorstel voor een verbod  op het dragen van gezicht bedekkende kleding in het openbaar.

Met verontrusting stelt het rapport vast dat het sociaal contact tussen blanke autochtone Nederlanders en bepaalde kwetsbare groepen (zoals Marokkanen, Turken, Antillianen en Surinamers) de afgelopen 17 jaar is verminderd en dat deze gemeenschappen zich minder geaccepteerd zijn gaan voelen. Ook wordt vastgesteld dat de regering vanaf 2011 afstand is gaan nemen van het model van de multiculturele samenleving en zeer strenge toelatingseisen is gaan stellen aan migranten “die volgens het Eu­ropese Hof van Justitie niet voldoen aan de EU-regelgeving”. Politici en media hebben, aldus het rapport, steeds meer de neiging om de vestiging van Oost-Europese arbeiders en de aanwezigheid van de islam af te schilderen als bedreiging voor de Nederlandse samenleving. Zo klaagde PvdA-wethouder Marnix Norder in Den Haag over de “tsnunami van Oost-Europeanen” en verklaarde Wilders dat “Oost-Europeanen misdaden plegen, zware drinkers zijn, misbruik van het stelsel van sociale voorzieningen en banen in­pikken”. Tegen het door de PVV instellen van het meldpunt voor klachten Midden- en Oost Europea­nen weigerde de Nederlandse regering op te treden. Ook tegen de qualifikatie “kopvoddentaks” door Wilders werd geen actie genomen. Verder memoreert het rapport racistische uitlatingen in de sport zoals “Hamas, Hamas, Joden aan het gas” en een toenemend aantal geweldsincidenten bij moskeeën en jegens Joden, Polen, Roma en Marokkanen.

Verder wordt er in het rapport op aangedrongen de be­hoeften van Roma, Sinti en woonwagenbewoners aan stand­plaatsen te inventariseren en te zorgen dat er daar genoeg van zijn (kan Utrecht in zijn zak steken). Geadviseerd wordt om de bepaling in de Vreemdelingenwet te schrappen waarin wordt geëist dat voor gezinshereniging van een vluchteling het gezin al moet zijn gevormd voor dat het land werd ontvlucht, geadviseerd wordt afgewezen asielzoekers die niet het land uit kunnen worden gezet voldoende ondersteu­ning krijgen, dat bepalingen worden geschrapt dat het niet tijdig halen van inburgeringsexamen wordt beboet of zelfs intrekking tot gevolg heeft van de tijdelijke verblijfsvergunning, dat leges voor verblijfsvergunningen en inburgeringscursussen betaalbaar moeten zijn (dus niet 1250 resp. 1200  euro). Tenslotte waarschuwt het rapport tegen “racial profiling” door de politie en wordt geadviseerd om meer (ook leidinggevende) politiemede­werkers te rekruteren uit etnische minderheden.

Bijzondere aandacht verdient de aanbeveling de materiële reikwijdte  van de Algemene Wet Gelijke Behandeling uit te breiden, zodat daar ook belangrijke overheidstaken onder vallen. Daar voelt de regering echter niets voor. “van de Nederlandse autoriteit [werd] vernomen dat zij niet plan zijn de materiële reikwijdt van de AWGB uit te breiden naar overheidstaken…”. Dat er uit het rapport niet valt op te maken of en in welke mate de overheid zelf zich aan discriminatie schuldig maakt valt dus eenvoudig te verklaren uit het feit dat de burger die zich over discriminatie door de overheid beklagen wil  (bijvoorbeeld over de politie of de gemeentelijke afdeling handhaving) zich daarbij niet beroepen kan op de AWGB. Reden tot klagen is er waarschijnlijk genoeg. Om dat met één voorbeeld te illustreren:

Als allochtoon krijg je niet zo maar een vergunning om een theehuis te beginnen, althans niet in Utrecht. In Utrecht mag de horeca 24 uur per etmaal open zijn. Zo niet het Marokkaans theehuis, dat moest ‘s avonds om 23.00 uur dicht. Hieronder de reden die in het besluit werd aangevoerd.

“Koffie- en theehuizen plegen over het algemeen uitsluitend bezoekers met een Marokkaanse of Turkse achter­grond aan te trekken. Vrouwen of bezoekers van Nederlandse afkomst worden er zelden of nooit waargenomen. Voorts is het eerder regel dan uitzondering dat de bezoekers voor of bij de toegang van dergelijke horecagele­gen­heden rondhangen, wat naast de geluidsoverlast die dit geeft intimiderend kan werken op passanten of bezoekers van nabijgelegen zaken. Vervolgens plegen gemotoriseerde bezoekers niet zelden de motor tijdens het bezoek te laten draaien, dubbel te parkeren, de autoradio aan te laten staan tijdens een kortstondig bezoek en hard aan- en afrijden. Een koffie- of theehuis geeft als soort horecabedrijf, met andere woorden, over het alge­meen een grotere kans op overlast dan andersoortige horecabedrijven zoals een lunchroom of restaurant.”

 

Renovatie Kanaleneiland alleen voor witte yuppen

renovatie kanaleneiland 4

De flats tussen het kanaal en het winkelcentrum Kanaleneiland worden heel mooi opgeknapt. Ze zijn gebouwd begin 70-er jaren. Mitros en Portaal wilden ze eigenlijk afbreken en vervangen door koopwoningen, maar daar hebben de bewoners (voornamelijk van Turkse en Marokkaanse afkomst) zich met succes tegen verzet.

Waar deze allochtone bewoners enorm van balen (en volkomen terecht) is dat de wijk nu wél wordt opgeknapt, maar niet voor hun. Voordat het besluit genomen werd de flats niet af te breken werden alle oorspronkelijke bewoners er eerst uitgewerkt met het verhaal dat slopen onherroepelijk was. Met het gedwongen vertrek van de allochtone bewoners was het doel van de gemeente eigenlijk al bereikt en hoefden de flats dus niet meer weg.

In 2001 besloot de gemeente akkoord te gaan met de sloop en nieuwbouw. Dat was in het kader van de “De Utrechtse Opgave” (DUO). Dat DUO-beleid was erop gericht het aandeel kansarmen (waartoe in discriminerend Nederland relatief veel allochtonen behoren) in wijken als Kanaleneiland en Overvecht terug te dringen door de flats waarin die kansarmen wonen af te breken en te vervangen door koopwoningen die alleen betaalbaar zijn voor yuppen.

Het beleid om het aandeel kansarmen in Kanaleneiland en Overvecht terug te dringen was eigenlijk een beleid gericht op vermindering van het percentage bewoners van Marokkaanse en Turkse afkomst. Zoveel Marokkanen en Turken bij elkaar zou volgens de gemeente criminaliteit in de hand werken. Het slopen van sociale huur flats paste dus in een beleid van gedwongen spreiding van allochtonen.

De woningvoorraad in Utrecht bestond in de 90-er jaren nog voor bijna de helft uit sociale huurwoningen. Partijen als GroenLinks en de PvdA, die beweren voor kansarmen en minderheden op te komen, vonden dat dat aandeel best minder kon: 30%. Ze stemden immers met alle gebiedsplannen in waarmee uitvoering werd gegeven aan het DUO-beleid.

Als de renovatie klaar is worden de allochtone bewoners die gedwongen waren daar te vertrekken uitgenodigd om te komen kijken hoe mooi zij hadden kunnen wonen als ze niet kansarm en allochtoon waren geweest.

Waar komt de afkeer van vreemdelingen vandaan?

Achter politieke leiders aan lopen die het volk opzetten tegen vreemdelingen en vluchtelingen is de beste manier om armoede en ongelijkheid in stand te houden.

Wantrouwen tegen vluchtelingen en vreemdelingen is iets wat mensen wordt aangepraat door politieke leiders. Politieke leiders hebben er een handje van om bevolkingsgroepen tegen elkaar op te zetten. Niet alleen Wilders doet dat, maar vrijwel alle politieke partijen doen daar aan mee.

Jaren voordat Wilders zijn eigen partij begon (2004) nam de Tweede Kamer de Vreemdelingenwet aan. Dat was in 2000. Die wet was voorbereid door Cohen, destijds staatssecretaris voor de PvdA. Die vreemdelingenwet had de bedoeling om alle vreemdelingen (van buiten Europa) zoveel mogelijk buiten de deur te houden.

Verschillen van mening tussen politieke partijen gaan in Nederland alleen over de vraag hoe onmenselijk het asiel- en vluchtelingenbeleid mag zijn. Als je niet vervolgd wordt in je eigen land kom je Nederland niet in. Of je moet trouwen met een Nederlander. Er is maar één uitzondering: als de vreemdeling bijdraagt aan onze economie is hij natuurlijk altijd welkom.

Als alle politieke partijen het standpunt hebben dat vreemdelingen zoveel mogelijk buiten de deur gehouden moeten worden, ligt het voor de hand dat mensen gaan denken: “Die vreemdelingen, daar is iets mee. Het zal niet voor niets  zijn dat die er niet in mogen”. Wat hebben die politieke partijen tegen vreemdelingen?

In de eerste plaats zijn politieke partijen bang dat vreemdelingen van onze welvaart profiteren. Dat zou geen probleem zijn want er zijn veel welgestelde mensen in Nederland die best wat kunnen missen. Maar die houden die rijkdom liever voor zichzelf. En dus praten ze iedereen aan dat Nederland vol is.

In de tweede plaats worden vreemdelingen gebruikt als zondebok. Van alles wat er niet goed gaat krijgen vreemdelingen de schuld, zodat politici en politieke partijen hun eigen domheid en kortzichtigheid kunnen verdoezelen. In plaats van toe te geven dat er geld over de balk wordt gegooid beweert de politiek dat er bezuinigd moet worden doordat er teveel migranten binnen komen.

In de derde plaats hebben politieke leiders er altijd al een handje van gehad verdeeldheid te zaaien en het volk tegen vreemdelingen op te zetten. En het volk laat zich keer op keer bij de neus nemen, want het is de geschiedenis vergeten. Het is vergeten hoe de nazi’s de Duiters tegen de Joden opzetten, hoe de Hutu’s en Tutsi’s en de Bosniërs en Serviërs tegen elkaar werden opgezet.

In Utrecht zijn duizenden goede sociale huurwoningen gesloopt waardoor de huren de pan uit rijzen. Er worden honderden miljoenen euro’s over de balk gegooid (muziekpaleis, stationsgebied), meer dan genoeg om de armoede op te heffen, schoolzwemmen te betalen, te zorgen voor gratis buitenschoolse opvang en om betaalbare huurwoningen te bouwen voor iedereen.

Het volk dat zo op vreemdelingen en vluchtelingen afgeeft zou verstandiger moeten zijn en moeten begrijpen dat armoede alleen maar bestreden en voorkomen kan worden door het geld weg te halen bij de mensen die er teveel van hebben en bij politici die het over de balk gooien en het te brengen aan de mensen die gebrek lijden.

Achter politieke leiders aan lopen die het volk opzetten tegen vreemdelingen en vluchtelingen is de beste manier om armoede en ongelijkheid in stand te houden. Wie zich tegen vluchtelingen laat opzetten en uitspelen is niet alleen oneerlijk bezig maar gooit bovendien zijn eigen glazen in.

Het hoeft niet te helpen, als het maar veel kost

“Sorry arme mensen, we hadden er best 10 miljoen bij kunnen doen, maar die geven we liever uit aan een maatregel met een marginaal effect”

GroenLinks en D66 zijn erg tevreden met de uitspraak van de rechtbank over de milieuzone. De rechtbank overwoog dat de milieuzone wellicht slechts een marginaal effect heeft, maar dat dat geen reden is voor de rechtbank om er een stokje voor te steken.

M.a.w. als de meerderheid in de raad vindt dat het geen probleem is om 10 miljoen uit te geven voor een maatregel met een marginaal effect (en bezitters van een diesel Euro 1 en 2 te dwingen om kosten te maken voor diesel met een recenter bouwjaar), dan moet de gemeenteraad dat zelf weten.

Voor het jaar 2016 heeft het college 14,372 miljoen uitgetrokken voor het armoedebeleid. Hoe leggen GroenLinks en D66 aan de mensen die in armoede leven uit dat Utrecht geen geld meer heeft voor het Woonlastenfonds, Individuele inkomenstoeslag (voor langdurige armoede), de regeling voor ouderen en dat er niet meer geld bij kan voor schuldhulpverlening?

Hoe leggen GroenLinks en D66 het aan arme mensen uit dat ze er de komende jaren verder op achteruit gaan? Immers, het bedrag voor het armoedebeleid wordt bevroren, maar er komen steeds meer armen bij.

“Sorry arme mensen, we hadden er best 10 miljoen bij kunnen doen, maar die geven we liever uit aan een maatregel met een marginaal effect”. GroenLinks is een partij die beweert voor arme mensen op te komen.

“Sorry arme mensen, we geven liever 50 miljoen uit voor een ondergrondse parkeergarage onder het Jaarbeursplein dan wat extra’s uit te geven om de armoede te bestrijden”. GroenLinks beweert groen te zijn.

Sorry mensen die geen geld hebben om hun kinderen op zwemles te doen, zelf thuiszorg te betalen of hun kinderen ‘s ochtends een goed ontbijt te geven. GroenLinks geeft liever 80 miljoen uit om een snelweg aan te leggen aan de oostkant van Overvecht en nog eens 50 miljoen voor de reconstructie van het Anne Frankplein en het 5 Meiplein (om het centrum beter bereikbaar te maken voor auto’s), ruim 50 miljoen voor de fly-over bij het 24 Oktoberplein, etc.

Dat D66 zich niet bekommert om de armen in de stad, dat wisten we al. Maar dat GroenLinks van het zelfde laken en pak is, en dat het dus niets uitmaakt of je GroenLinks,  D66 (of de VVD) kiest, dat weet GroenLinks nog steeds achter veel vrome praatjes te verbergen.

Wat beweegt partijen als GroenLinks en D66 om honderden miljoenen uit te geven voor asfaltplannen en maatregelen met een marginaal effect en de armen in de stad nog armer te maken?

Het antwoord is eenvoudig: financiële instellingen, grote projectontwikkelaars en aannemers, slimme adviesbureaus, hebben uitstekende en warme contacten met hoge ambtenaren. Samen bedenken ze plannen en maatregelen die een hoop werk en geld opleveren. Dat de bevolking daar niet om heeft gevraagd boeit ze niet. En dat die plannen en maatregelen niets helpen om wat voor probleem dan ook op te lossen boeit ze ook niet. Als het maar werk en geld oplevert.

Sinds de oratie (1969) van staatsraad en hoogleraar Crince le Roy is het begrip ‘vierde macht’ een open deur. Hoogleraar Van Boven betoogde in 2000 dat de macht van de ambtenaren sinds 1969 alleen maar verder was toegenomen (‘De vierde macht revisited’). Logisch dat projectontwikkelaars, adviesbureaus, aannemers en financiers de deur bij de ambtelijke dienst platlopen.

De (vierde) macht van de ambtelijke dienst maakt dat wethouders niets te vertellen hebben. Ze mogen het beleid aan de raad verkopen (en net doen als of het hun beleid is) waarvan de basis is gelegd lang voordat ze wethouder werden. Genoeg ijdeltuiten zonder principes die zich voor zo’n baantje lenen (pakweg 10.000 euro per maand).

En wat doen partijen als GroenLinks en D66? Die steunen hun wethouder in het college door dik en dun, want er zijn er nog meer die wethouder willen worden of een andere lucratieve functie waar ze de partij voor nodig hebben.

Sorry, arme mensen. Jullie zijn totaal onbelangrijk. Het gaat er in de politiek helaas niet om problemen van (arme) mensen op te lossen. Politici hebben een hoger doel, ook die van GroenLinks. Dat hogere doel is naar de pijpen te dansen van invloedrijke ambtenaren en ondernemers die het niets kan schelen of plannen en maatregelen helpen, als ze maar werk en geld opleveren.

Stadsgesprek als fopspeen

Bij het aantreden van het nieuwe college in Utrecht in 2014 van D66, GrL, VVD en SP werd de bevolking uitgenodigd deel te nemen het groots opgezette spektakel van het stadsgesprek ‘Wij maken Utrecht’. Kosten 25.475 euro.

Verdeeld over heel veel groepjes en tafeltjes mochten de deelnemers brainstormen over wonen, verkeer, cultuur, werken, duurzaamheid e.d. Daar kregen ze een half uurtje voor, want de rest van de tijd ging heen met luisteren. Naar de gespreksleiding en andere belangrijke mensen.

Iedereen werd opgeroepen zijn of haar suggesties voor het beleid van het nieuwe college op kleine gekleurde papiertjes te schrijven. Die werden opgehangen aan lange lijnen en dat was een vrolijk gezicht, waarmee het nieuwe college wilde uitstralen dat “wij samen Utrecht maken”.

Een half jaar later (11-12-2014) werd er een wob-verzoek gedaan, waarin werd gevraagd om inzage in documenten ‘waaruit blijkt welk gevolg is gegeven aan de inbreng van de deelnemers van het stadsgesprek van 16 april. Welke acties zijn in gang gezet om uitvoering te geven aan de suggesties en voorstellen die wij tijdens het stadsgesprek hebben gedaan’.

Tot op heden weigert het college een besluit te nemen naar aanleiding van het in december 2014 ingediende wob-verzoek. Meerdere herinneringen aan het college én aan de gemeenteraad hebben er nog steeds niet toegeleid dat het college besluit uit een document te laten blijken dat er überhaupt iets is gedaan met onze inbreng tijdens dat stadsgesprek.

Tegen het niet nemen van het gevraagde wob-besluit is in juni 2015 beroep ingesteld. Dat beroep zal worden behandeld 10 november. Daar zal de gemeente aanvoeren dat dat stadsgesprek van 16 april 2014 een initiatief was van D66, GrL, VVD en SP en niet van de gemeente en dat het college om die reden niet op het wob-verzoek hoeft te reageren.

Het verweer van de gemeente is juridisch niet sterk. Op wiens initiatief dat (door de gemeente betaalde) stadsgesprek heeft plaatsgevonden is namelijk niet de kwestie. Het gaat erom of de gemeente een document heeft waaruit blijkt dat er iets gedaan is door de gemeente met onze inbreng tijdens dat stadsgesprek van 16 april 2014. Op die vraag wil het college kennelijk geen antwoord geven.

Waarom wil het college geen antwoord geven op de vraag wat er met onze inbreng is gedaan? Het antwoord is: omdat er niets mee gedaan is. En dat is inderdaad pijnlijk om dat te moeten antwoorden.

In totaal hebben er inmiddels elf stadsgesprekken plaatsgevonden. Wat er met onze inbreng wordt gedaan is volstrekt onduidelijk. Te vrezen valt dat er, net als met het eerste stadsgesprek op 16 juni 2014, niets mee wordt gedaan.

De functie van die stadsgesprekken is ook helemaal niet om burgers invloed te geven. Beslissingen over wat er met de stad moet gebeuren staan vast, zijn vaak al jaren geleden genomen. Waarom dan toch die stadsgesprekken? Die zijn bedacht door handige reclamebureaus en hebben geen ander doel dan bij de burger de valse schijn te wekken dat zijn mening er toe doet.

Wie wel eens een zienswijze of bezwaarschrift heeft ingediend, weet dat de gemeente zo’n zienswijze of bezwaarschrift vrijwel nooit honoreert. Dat de gemeente de mening van de burger wél zou honoreren als die uit een stadsgesprek blijkt is dan natuurlijk ondenkbaar.

Het feit dat het college nog steeds weigert uit een document te laten blijken wat er met de input van de deelnemers van het stadsgesprek van 16 april 2014 is gedaan laat aan duidelijkheid niets te wensen over.