Paus Franciscus, het milieu en de armoede

 

De op 15 juni 2015 verschenen encycliek Laudato Si (‘Geprezen zijt gij’) gaat over hoe de rijken zich ver­rijken ten koste van steeds meer armen, maar ook over hoe zij de aarde en het milieu ver­nietigen. Bestrijding van armoede en onrecht hangt volgens Paus Franciscus nauw samen met de strijd die gevoerd moet worden om de aarde voor milieu- en klimaatrampen te behoeden.

Het verband tussen armoede en onrecht enerzijds en milieu- en klimaatproblemen anderzijds wordt door de paus om twee redenen gelegd. De eerste is dat gevolgen van milieu/klimaatproblemen en van de bestrijding daarvan altijd en overal op de armen en de gewone mensen worden afgewenteld, waar dan weer stevig aan wordt verdiend. Dat is mondiaal het geval, maar ook in Utrecht.

De tweede is dat armoede en onrecht enerzijds en milieu- en klimaatproblemen een gemeenschappelijke oorzaak hebben. Namelijk een op puur egoïsme gebaseerde economie, die de degenen die zich ten koste van anderen en het milieu verrijken alle vrijheid geeft om dat te doen, waarbij dat aso­ciale gedrag geldt als dé manier om succesvol te zijn in het leven.

De oplossing van het armoede/onrecht- én het milieu/klimaatprobleem is volgens de encycliek af­han­kelijk van de mate waarin de rijken en de rijke landen ertoe kunnen worden gebracht, desnoods door actie en pressie, om hun schuld in te lossen aan armen en arme landen ten koste waarvan zij zich hebben verrijkt.

Het is niet voor niets deze paus zich Franciscus laat noemen. Zijn voorbeeld, Franciscus van Assisi (1182-1226) nam het op voor zowel de armen als de natuur. In het eerste hoofdstuk, waarin de pro­blemen op een rij worden gezet die de wereld het meest bedreigen, worden genoemd het ‘wereld­wijde sociale on­recht’ en de ‘verslechtering van de levenskwaliteit en sociale achteruitgang’ naast ‘milieuvervuiling en klimaatverandering’, ‘het watervraagstuk’ en ’het verlies van biodiversiteit’.

Het milieu wordt vervuild door het in de lucht, in het water en in de grond brengen van schadelijke stof­fen en bergen afval. Veroorzaakt door verkeer, landbouw, mijnbouw en in­dustrie. De encycliek voert deze problemen terug op overdadige consumptie door rijken en rijke landen en op de daarmee verbonden wegwerpmaatschappij. Arme landen draaien in drie opzichten voor deze overda­dige consumptie op: ze worden van grondstoffen beroofd, met chemisch afval opgezadeld waar rijke lan­den goedkoop van af willen en ze krijgen met milieu- en klimaatproblemen te maken waar ze weer­loos tegenover staan: verwoestijning, stijging zeespiegel, ontbossing. Daarvoor vluchten kan niet, de rijke landen die de problemen veroorzaken weigeren mensen die daarvoor vluchten toe te laten.

De beschikbaarheid van schoon water is  een nijpend probleem. De vraag naar water neemt enorm toe (o.a. door industriële activiteit) met als gevolg uitputting/verlaging van grondwater. Ontbossing,  klimaatverandering en vervuiling zorgen voor verminderde beschikbaarheid van water. Het ontbre­ken van vol­doende schoon water leidt tot daling landbouwproductie, ziekte en sterfte. Tot overmaat van ramp dreigt de drinkwatervoorziening in steeds meer landen in handen te komen van multinatio­nals, wat door de encycliek wordt genoemd als één van belangrijkste toekomstige conflictbronnen.

Het verlies van biodiversiteit wordt in de encycliek geweten aan winstbejag, waardoor het verlies van dier- en plantsoorten, wildernis en van alles wat geen geld oplevert (bijvoorbeeld bomen en groen in Utrecht) niet telt. Wegen, verharding, monocultuur (grootschalige landbouw en klimaatbossen zoals in León!) maken een snel einde aan de biodiversiteit. Gevolgen zijn het verlies van materiaal dat heel belangrijk kan zijn voor medische toepassing, maar ook verlies van prachtige natuur dat ook recht van bestaan heeft. De encycliek keert zich tegen het idee dat alles in de wereld ondergeschikt is aan menselijke behoefte.

De ideologie dat milieu- en klimaatproblemen zouden kunnen worden opgelost door technologische innovatie en toepassing, waar dan miljarden in geïnvesteerd moeten worden (*) wordt door de en­cy­cliek bestreden. Technologie is niet onbelangrijk, maar er valt niet te ontkomen aan een radicale ver­sobering van de levensstijl van de welgestelde klasse. Welvaart moet niet toenemen, maar eerlijker verdeeld wor­den, zodat welgestelden moeten inleveren.

(*) Volgens de Utrechtse ‘Duiding van het College bij het Energieplan’ zou 7 tot 10 miljard nodig zijn om de uitstoot van CO2 in Utrecht terug te dringen. Daarmee zou nog steeds niet bereikt zijn dat Ut­recht dan klimaatneutraal is.